Moord in de Morvan (22)



'Salman, would you be so kind to show mr. Krom around the chateau?'
Suni zei het zonder op te kijken van haar telefoon. Ze had een rode moccasin uitgeschopt en haar voet opgetrokken en onder haar billen gevouwen, mij een blik gunnend niet alleen op de rug van haar voet, waar een tatoeage zat (op die plek had ik er niet eender een gezien, maar toegegeven, zoveel voeten zie ik niet), die nogal leek op die van de autopsiefoto van ir. Van Lommeren, maar ook, dankzij haar door deze houding strakgetrokken ondergoed, op een flard van een glinsterende schaamlip. Basic Instinct was er niets bij. Was deze weduwe een exhibitionist, of viel ik ten prooi aan mijn eigen voyeurisme? En trouwens, k o n  dit eigenlijk nog wel, verhaaltechnisch en anderszins?
Salman gaf geen antwoord. Lui kwam hij omhoog uit zijn stoel, en gebaarde mij met zijn golfclub hem te volgen. We passeerden het maanvormige zwembad, waarin twee glanzend bruine kindjes ruzie maakten. Een ervan leek mij een nogal groot hoofd te hebben, maar ik heb geen verstand van kinderen. Ik dacht: hoe kunnen de Van Lommerens een eindtijd-fatalisme hebben omarmd, als ze zichzelf hebben voortgeplant? Het was niet zo raar dat ik dit dacht, want mijn vrijheid om te doemdenken was precies de reden dat ik mezelf niet had voortgeplant (dat, en dat ik geen geschikte kandidaat had gevonden). Wie een kind op de wereld zette kon onmogelijk volhouden dat diezelfde wereld onverbiddelijk op zijn einde afstevende, ook al buitelden de argumenten voor zulk pessimisme heden ten dage over elkaar heen.
Met piepende tennisschoenen volgde ik Salman door de koele gangen van het kasteel. Ik hoorde iemand ergens cello spelen. 'Dat is Kadir, mijn broer. Hij oefent,' lachte Salman. 'My sincere apologies.' Hij zou zich in de kasteeltoren bevinden waarvan de spits was ingestort, en om die reden konden we hem niet bezoeken. Te gevaarlijk. Hoe kwam het eigenlijk dat die spits was ingestort? 'Een mislukt experiment,' zei Salman. Hm. Zo kon je alles wel verklaren.
Alleen in de zaal met de reusachtige schouw, de haard was zo groot dat je er met gemak rechtop in kon staan, hingen wat schilderijen. Landschapjes. Die waren van de hand van Suni. 'Vindt ze leuk om te doen. Een kasteelvrouwe verveelt zich ook wel eens.'
Toen ik nogal lang bleef kijken naar een gouden vaas die nogal eenzaam op een zuil bij het raam werd tentoongesteld, lachte Salman: 'Geen vaas. Een urn. Bevattende de resten van Sweder van Lommeren.' Met zijn golfclub deed hij net alsof hij het ding van zijn zijn sokkel zou slaan.