Moord in de Morvan (21)



'Welk schilderij?' Ik was nu al licht in het hoofd van de pernod, die pernod dronk makkelijk weg, even makkelijk als frisdrank eigenlijk. Vanuit mijn ooghoek zag ik dat Suni mijn telefonische intermezzo had aangegrepen om ook maar eens haar eigen telefoon te bepotelen.
Mijn telefoon voelde heet aan, alsof de stoom die uit de oren kwam van mijn gesprekspartner in Nederland (mocht ik aannemen) tot aan mijn oor in de Morvan reikte. 'Heb je het dossier eigenlijk wel doorgenomen, Krom?'
'Jawel, Arnold.' En ik wou dat je me eens met rust liet, wilde ik toevoegen, maar hield me in. Ik werd afgeleid door een man die vanachter een van de kasteeltorens tevoorschijn kwam met een golfclub in zijn hand. Dat moest een van de broers van Suni van Lommeren zijn. Hij keek licht geamuseerd uit zijn ogen, misschien omdat ik overdressed was voor de gelegenheid. Zelf droeg deze dertiger een korte broek en een lichtroze polo-shirt. Aan zijn linkerhand een hagelwitte golfhandschoen.
'Het gaat om een levensgroot portret van mij als tiener. Geschilderd door Lucian Freud,' klonk het aan de andere kant van de lijn, ietwat nasaal, alsof hij verkouden was.
Dat meen je niet? wilde ik zeggen, maar alweer lukte het me mijn woorden in te slikken. 'Wat wil je dat ik doe?' zei ik in plaats daarvan.
'Kijken waar ik hang... Of ik er nog hang. Misschien hebben ze het portret verpatst. Dat zou me niets verbazen, maar ik ben het op nog geen veiligsite tegengekomen. Het is van mij. Het is mij door mijn vader toegezegd. Net zoals de Pollock in de slaapkamer.'
Opnieuw slaagde ik erin mijn verbazing ('Een Pollock? In de slaapkamer?') voor me te houden. Er stond mij helemaal niets bij van een schilderijenverzameling, maar het zou me niet moeten verwonderen. De rijken stoppen hun geld al zolang ze rijk zijn in stenen en kunst, ook en juist de rijken die rijk zijn geworden van zulke abstracte grootheden als crypto-valuta. Het is ook een van de vele cynische waarheden in de moderne kunst-markt, voorzover ik kon beoordelen, dat zij die er het meeste geld voor over hebben, dikwijls de grootste cultuurbarbaren zijn. Maar misschien sprak ik voor mijn beurt.
De man met de golfclub was mij gepasseerd, thank god. Op meer dan anderhalve meter ook nog.
'Luister, Arnold, ik moet dit gesprek afronden... Bedankt voor je betrokkenheid. Ik zit er bovenop. Als ik iets heb, laat ik je weten. Aju.'
Toen ik, mijn telefoon op stil zettend, terugliep naar de kasteelvrouwe, zag ik dat de man met de golfclub op mijn stoel was gaan zitten.