Moord in de Morvan (20)



We zaten aan de pernod, Suni en ik, op het terras bij de, zo te zien weinig bespeelde, tennisbaan. Er was ook nog een terras bij het zwembad, maar daar waren de kinderen aan het spetteren (onder toezicht van een – Nepalese – nanny). De broers lieten zich niet zien. De moeder hield niet op met maaien; mijn komst was niet van dusdanige importantie dat ze haar zeis, al was het maar voor een begroeting, zou neerleggen. Suni zei dat ze geen woord Engels sprak. Suni daarentegen sprak uitmuntend Engels; Amerikaans Engels om precies te zijn, wat niet verwonderlijk mocht heten aangezien ze aan Yale medicijnen had gestudeerd.
'Ik wist niet dat moslims pernod dronken,' zei ik.
'Jij weet helemaal niets van moslims,' zei Suni.
Ik moest haar op dit punt gelijk geven. Ik wist ook niets over moslims. Ik had geen moslim-vrienden, Murat kon moeilijk een vriend worden genoemd. Ik wist ook niets over Nepal trouwens, bezijden een aantal clichés, zoals dat Nepal een ministerie van geluk heeft, of in elk geval erg hoog scoorde op het gebied van geluk (whatever that may be), hetgeen overigens niet helemaal strookte met dat andere cliché, dat vrouwen in Nepal (en India, for that matter), niet erg gelukkig leken, misschien omdat ze doorgaans, soms op zeer jonge leeftijd, werden uitgehuwelijkt.
'U bent toch niet uitgehuwelijkt?' zei ik. Misschien was het de pernod, dat ik me nu al, zo vroeg in de interrogatie, zulke milde brutaliteiten veroorloofde.
Ze lachte besmuikt maar zelfs in haar besmuiktheid school een zekere verleiding. 'Mijn moeder wilde een betere toekomst voor mij dan ze zelf had gehad, maar dat wil elke moeder, als zij van haar kinderen houdt.' Suni's bloemetjesjurk wapperde in de zomerwind. Mijn ogen vielen op haar handen die de fles Pernod omhelsden. Beschaafde, verfijnde handen; handen die nog nooit hadden gewerkt. Ik zocht naar een trouwring aan haar vingers, maar ze droeg alleen een grote steen aan een ring om haar wijsvinger, een detail dat niet anders viel te omschrijven als sexy.
'Waarom komt u niet ter zake,' vroeg Suni van Lommeren. 'U bent vast gestuurd door Arnold.'
Precies op dat moment ging mijn telefoon. Ik keek. Een onbekend nummer. Ik verontschuldigde me, stond op, liep een stukje over het terras tot ik buiten gehoorsafstand was, en zei: 'Zeg het eens.'
'Heb je haar al naar het schilderij gevraagd?'