Moord in de Morvan (2)



Waar ging dit naartoe? Ik bedoel, waarom moest er zonodig weer iets gebeuren? Ik was net flink op dreef met een roman, toegegeven: zo driftig als ik schreef aan mijn debuut twintig jaar geleden werd het niet meer, maar toch, ik had een hekel aan reizen, 'reizen is slechts het verplaatsen van het probleem' had ik ooit geschreven, en nu had ik ja gezegd tegen een trip naar Frankrijk. Ik stond zelfs op het punt te vertrekken. Bij elke opdracht die ik aannam, en ik had eerder opdrachten aangenomen, wie er prat op gaat subsidieloos door het leven te gaan, is gedwongen tot het aannemen van opdrachten, paste ik een simpel principe toe. Ik moest één afspraak hebben. Pas dan kon ik op pad. Bijgeloof ongetwijfeld, maar laat mij nu maar bijgelovig zijn. U, lezer, mag een glasharde rationalist blijven, een koele logicus; voor iemand als ik is het beter er hier en daar wat bij te geloven. Noem het ankerpunten. Als ik die niet heb val ik de diepte in.
De troep betreffende ir. Van Lommeren die de bevriende advocaat me had toegestuurd, met de groeten van de zoon, had ik niet eens ingekeken. Dat kon allemaal wachten. Het enige wat ik had gedaan, behalve een hotelkamer boeken in het dichtstbijzijnde stadje, Autun, was een afspraak maken met de plaatselijke historicus, monsieur Latour (zijn naam vond ik op een ontroerend slecht vormgegeven maar uiterst informatieve website). Ik zou hem dit weekend treffen, bij hem thuis nog wel, in een of ander gehucht, voor een diepgravend gesprek over de Morvan. Ik vertelde hem dat ik op zoek was naar achtergrond over de streek. Geen toerisme. Alstublieft niet, zeg! Nee, het ging me om de geschiedenis, de aardrijkskunde, de archeologie, enzovoorts enzoverder. Althans, zo had ik het in een email aan de heer Latour beschreven. Hij hapte meteen. Ik mocht langskomen wanneer ik maar wilde, hij zou me alles vertellen wat hij wist. De gretigheid van de connaisseur.
De ervaring leerde dat hoe dieper ik erin dook, hoe meer omtrekkende bewegingen ik maakte, hoe dichter ik bij de kern zou komen. Alleen idioten gaan recht op hun doel af.
Ik pakte mijn spullen – een weekendtas met makkelijk zittende kleren, een net pak (je wist nooit), een stiletto in de vorm van een vulpen (idem), een gare laptop, een paar boeken (Moby Dick herlees ik elk jaar wel eens), de Guide Michelin en de Gault-Millau, wat cd's, een schetsblok – prepareerde mijn oude BMW motor (met zijspan, daar ging de bagage in), en weg was ik, naar het verhaal dat nog geen verhaal was, hooguit een premisse.