Moord in de Morvan (13)



Er doen zich bepaalde zonderlinge tijden en gelegenheden voor in deze vreemde warwinkel die wij leven noemen, als een mens dit ganse heelal als een geweldige grap ziet, al verstaat hij de geestigheid ervan maar vaag, en al heeft hij er meer dan alleen maar een vermoeden van dat de grap ten koste van niemand dan hemzelf gaat.
Niets kan hem echter ontmoedigen en niets lijkt hem de moeite van een ruzie waard. Hij slikt alle feiten, geloven, bijgeloven en overtuigingen, alle moeilijkheden, zichtbaar en onzichtbaar, ongeacht hoe knoestig, en schrokt als een struisvogel met een machtige spijsvertering geweerkogels en vuurstenen op.
En wat betreft kleine moeilijkheden en zorgen, kansen op plotselinge rampen, gevaar voor lijf en leden; dit alles, ja de dood zelf, schijnen hem slechts schalkse en goedaardige tikken en jolige porren in de ribben die hem door de onzichtbare en onverklaarbare oude grappenmaker worden toegediend.
Die vreemde soort grillige stemming waarover ik het heb, komt slechts over een mens in een tijd van uiterste tegenspoed; het komt temidden van zijn diepste ernst, zodat wat even tevoren nog iets hoogst gewichtigs voor hem kan hebben geschenen, nu slechts een deel schijnt van de algemene grap.

Moby Dick, hoofdstuk 29, De hyena. Vert. Emy Giphart.