Vijfendertigste werkdag



Het eerste wat opvalt als ik de oud-bibliothecaresse kom ophalen voor het uitje naar Brummen is haar nagellak. De rose-rode verf is alweer een beetje afgesleten. Ik heb haar nog nooit met make up op gezien, en zeker niet met nagellak.
Het tweede wat opvalt is haar schoeisel: snowboots. Niet te warm? Nee, lekker juist. Heeft iemand van het zorgcentrum voor haar gekocht.
Als ik mijn hoofd recht in het gezicht van de oud-bibliothecaresse steek en met luide stem verklaar: 'Hier is de man met de hoed, maar nu zonder hoed!' lacht ze. Een goed teken. Hebben we er zin in? We hebben er zin in.
We gaan een oude vriendin opzoeken, een ruim tien jaar jongere oud-bibliothecaresse die enige jaren geleden in Brummen is neergestreken met haar man.
Waarom in Brummen, zou je je af kunnen vragen, maar als ik in Brummen ben, vraag ik me af: waarom  n i e t  in Brummen?
De jonge oud-bibliothecaresse groet de oude oud-bibliothecaresse hartelijk, maar de communicatie blijft beperkt.
De oude wordt in de grootste fauteuil geïnstalleerd maar wil meteen weer opstaan. Nu alweer weg? Dat zou wat zijn. Nee, even de benen strekken. Ze rommelt wat door het huis, achter haar rollator aan, snuffelt aan boeken en pakt een iPad op alsof het een antieke schaaltje is. Als ze alle stoelen heeft uitgeprobeerd nestelt ze zich, toch nog verrassend, als een bibberend kind dat net uit het zwembad komt, heel dicht tegen mij aan. Ik sla een arm om haar heen. 'Neem het niet persoonlijk,' zeg ik nog tegen de jonge oud-bibliothecaresse.
Ze vertelt een verhaal dat ik nog niet kende, namelijk dat de oude langgeleden in Amsterdam-West een workshop voor dakloze schrijvers verzorgde. Ze leerde daar een Britse dakloze schrijver kennen die ze in huis nam.
Niet veel later overleed hij.
Een liefde?
'Hoe heette die Britse dakloze schrijver die jij ooit in huis nam?' roep ik in het oor van de oud-bibliothecaresse naast me.
Zonder een moment na te denken zegt ze: 'James.'

Geen opmerkingen:

Een reactie posten