Vierendertigste werkdag



Wonderlijk wat een trip down memory lane kan losmaken bij een dementerende. Toen ik aan de oud-bibliothecaresse – thans woonachtig in de gesloten afdeling van een Amsterdams zorgcentrum – voorstelde om naar haar geboortegrond Barneveld te gaan, ontsnapte eerst een vloek uit haar mond. Daarna zei ze: 'Beslis jij maar.' Ik besliste Barneveld. Ze was er al dertig jaar niet meer geweest.
Eenmaal in het dorp spuugde ze het adres uit van haar ouderlijk huis. Het bleek om een statig pand te gaan zoals het een notabele betaamt (haar vader was tandarts); zij bewoonde, wist ze opeens, het kamertje met de uitbouw aan de zijkant, 'met uitzicht op het paardje van Van Essen'.
Ik reed de rolstoel door de tuin en belde aan. Een jonge vrouw deed open. We mochten even binnen kijken, maar dat had weinig zin, het huis was het afgelopen jaar volledig verbouwd naar de nieuwe esthetiek. Wel zat het luik er nog naar de onwaarschijnlijk krappe kruipruimte waar onderduikers hadden gezeten, vertelde de vrouw, maar die kon de oud-bibliothecaresse zich niet meer herinneren. Wel dat haar vader werd opgepakt wegens verzetsactiviteiten. Naar verluid was hij de enige tandarts van Gelderland in de oorlog.
Toen de oud-bibliothecaresse de schommel zag in de achtertuin, een enorm ding dat mij aan een guillotine deed denken, verscheen er een grote glimlach op het gezicht, een betrekkelijk zeldzaamheid. Ze hees zichzelf uit de rolstoel en schuifelde op de schommel af. Ik mocht haar op de plank tillen en een duwtje geven.
Het was mooi geweest om haar daar een uur te laten zitten, maar we moesten ter kerke. De Oude Kerk van Barneveld heeft vele deuren maar die waren allemaal dicht. Ik belde de beheerder, die zich in een mum meldde en ons lachend binnenliet.
'Waar zat je altijd?'
'Helemaal achterin,' zei de oud-bibliothecaresse.
'Nou, ga daar dan maar weer zitten,' zei ik.
Ze zat en zong: Ai laat mij niet van druk verkwijnen, leen mij een toegenegen oor...
'Vers 4, Psalm 84,' zei de beheerder, nog steeds lachend, 'ook een van mijn favorieten'.
Toen ik haar in de auto had geladen voor de terugreis kwam er nog wat opborrelen. 'Op dat veld kreeg ik een trap van Schaap.'
'Heb je een trap gekregen van een schaap?'
'Nee van Schaap, een jongen.'
'Wat had je misdaan?'
'Niets. Schaap was niet helemaal goed wijs.'

Geen opmerkingen:

Een reactie posten