Drieëndertigste werkdag



Mijn drieëndertigste werkdag bij de oud-bibliothecaresse – ze leeft nog! ze is gestopt met roken! ze is happy in het zorgcentrum! – was anders dan de vorige tweeëndertig, want deze werd betaald, en zoals u weet kom ik gratis en voor niets mijn bed niet meer uit. Sinds ik aan de grond zit ben ik een keiharde kapitalist.
Ik had nog een oude belofte uitstaan om haar een zonsondergang te laten bijwonen in Bloemendaal aan Zee.
Het werd een dagje aan het strand in Castricum aan Zee. De zonsondergang moet wachten.
Naar het strand met een 87 jarige. Hoe dan? Nou, door de octogenarian van de rolstoel af te wentelen op de passagiersstoel van de familiewagen, de rolstoel in de achterbak op te vouwen en het gaspedaal van voornoemde wagen in te drukken. Het reisje erheen vond ze al heerlijk. Dat was het ook. De dag hiervoor had het nog twaalf uur aan een stuk gemiezerd en nu scheen de zon alsof hij iets in te halen had.
Parkeren op de gehandicaptenplaats dicht bij de strandtent bleek geen optie, want deze gezelschapsheer (laat hieronder weten als u ook naar het strand wenst voor €20 ex BTW per uur) is nog niet in het bezit van een gehandicaptenparkeerkaart. De rolstoel met inhoud van de parkeerplek  omhoogtrekken de duinen in, ook al was het over een stalen spoor, was pittig.
'Als ik je nu loslaat, dan...,' hijgde ik.
'Ja,' zei zij.
'Maar niet loslaten dan.'
'Nee.'
Toen ik de strandrolstoel die ik had gereserveerd aan haar liet zien, zei ze: 'Godverdomme!' Het is ook een groot ding. Van Duitse makelij. Hij voldoet uitstekend, het is alleen een misverstand te denken dat die grote luchtbanden heel makkelijk door het rulle zand gaan.
Toen we in de strandstoelen zaten en de nazomerwind in onze gezichten lieten blazen, zei ze: 'Heerlijk.' Maar al vrij snel wilde ze opstaan.
'Waar ga je naar toe?'
'Lopen.'
En verdomd, ze liep, weliswaar aan mijn arm, van de strandstoel naar het water. Vervolgens zei ze: 'Ik kan niet meer.' We liepen weer terug. Dit herhaalde zich enkele malen. Een keer haalden we natte poten, maar dat vond ze niet erg. Wie bang is voor natte poten heeft op het strand niets te zoeken.
Het schoot nog door mijn hoofd dat het een mooi einde zou wezen, misschien met wat tranquillizers achter de kiezen, om aan de hand van een jongeman naar de horizon door te lopen.

2 opmerkingen:

  1. Mede dankzij jou ben ik de zomer doorgekomen. Nu de herfst nog maar die gaat, als de voortekenen niet bedriegen, leefbaar worden.

    BeantwoordenVerwijderen