De verliefden in een kooi

René Magritte: Le thérapeute

De verliefden zaten in een kooi met een glazen plafond, waarop nog wat gebladerte was achtergebleven. Boven in de lucht passeerden geen fazanten, want die vliegen niet zo hoog (ze kunnen het wel maar ze verdommen het) maar vliegtuigen, en duiven. De verliefden bleven niet van elkaar af. Ze plukten, frunnikten en vingerden elkaars handen. Af en toe, maar niet vaak, en zeker niet zo vaak dat een getuige zou kunnen spreken van aanstootgevend gedrag, dus de politie hoefde niet te worden verwittigd, stalen zij een geluidloze kus. Veel werd er niet gezegd. Wat viel er te zeggen? Wel werd er gelezen en geluisterd. Een verliefde die luistert naar een verliefde die leest: de getuige was er getuige van. Waar de blik op te richten tijdens de lezing ener verliefde? Voor de verliefde luisteraar was de vraag gauw beantwoord: naar elke huidcel, iedere grijze haar en stoppel, alle poriën van de verliefde lezer. De stem van de verliefde lezer klonk niet anders dan de getuige gewend was. Niet verliefder, maar ook niet minder verliefd. Dat kwam misschien omdat hij niet over verliefden las. Toen de lezing voorbij was, en de getuige even aan zijn neus zat, en een van de verliefden net de neus van de andere verliefde had gepoetst, leunde de verliefde poetser over naar de getuige, om ook diens neus te poetsen. Een interessant gebaar. Wie verliefd is, is verliefd op iedereen en alles.

Boodschappen



Als het leven een boek is, moet het uit meerdere hoofdstukken bestaan. Gisteren werd ik kort teruggeworpen naar het hoofdstuk 'postbode', toen ik mijn oude folderaar, hij die helemaal onderaan de pikorde van de post bungelt, hij die bij wijze van spreken nog niet eens voor Sandd mag werken – bij wijze van spreken, want dat deed hij wel, maar nu niet meer, want ik zie hem nooit meer in functie.
Gepensioneerd misschien.
Ik herkende hem aan zijn kromte. Hij stond voor me in de rij van de Albert Heijn. Drie totaal versleten boodschappentassen had hij bij zich; twee in de ene hand, een in de ander. Ze waren met grijze duct tape gerepareerd, en gevuld met onduidelijkheden.
Ik was benieuwd naar zijn boodschappen. (Toon mij uw boodschappen, en ik zeg u wie u bent. Niet Facebook moeten wij vrezen, maar Ahold.)
Wie had geraden wat mijn voormalige, gebochelde folderaar, die met de bij elkaar gepleisterde spatborden en bril, op de boodschappenband legde, mag zichzelf fantast noemen; ik was er niet op gekomen. Ik zag het als een bewijs dat ook de fantast af en toe de deur uit moet om het fantastische van de werkelijkheid te ondergaan.
99 cent kostten de boodschappen, een aanbieding.
Hij betaalde met 55 ct statiegeld, plus 45 ct aan losse munten.
'Ik hoef geen bonnetje,' zei hij, nog voordat de kassière kans had gezien het hem aan te bieden.

Blaffen en brullen

Related image



De 24-uurs buikgriep valt uiteen in drie fasen van ieder 8 uur. In fase 1 voel je een beestje in je buik. Het prikkelt, bruist en rommelt in je maag. Er ontsnappen rare boertjes en scheetjes. Dan weet je zeker: het is weer zover, ik heb 't en ik moet er doorheen.
De rest van fase 1 wordt gespendeerd aan halfslachtig doorleven alsof er niets aan de hand is, en een halfslachtige gang naar de wc, halfslachtig omdat je weet dat je in deze fase toch nog niets kunt produceren. Soms denk je even dat de buikgriep verdwenen is, maar dan later keert hij weer terug. Het gevoel komt in golven.
Ook, althans in mijn geval, wordt in fase 1 een zinloze zoektocht ondernomen in het hoofd naar het moment van overdracht. Je probeert de afgelopen twaalf uur te reproduceren. Heb je iemand de hand geschud die mogelijk buikgriep had? Heb je verzuimd je handen te wassen in dat dubieuze etablissement? Je krijgt begrip voor het ooit als idioot beschouwde gebruik dat D. Trump, toen nog vastgoedman in New York, wilde invoeren, naar Aziatisch voorbeeld, namelijk buigen als begroeting in plaats van handenschudden.
Fase 2 is de hoofdfase. Je ligt in bed en wacht op the point of no return. De grote overgave. Je kunt een emmer naast je bed zetten, maar ik doe het liever boven de pot, al was het alleen maar om mijn kantoor- en huisgenoot niet te veel overlast te bezorgen. 'Je klonk als een gewonde dinosaurus,' zei ze de volgende ochtend.
Fase 3 is gammelte, katerigheid en langzaam weer wat eten, de spreekwoordelijke getoaste witte boterhammen met jam (zonder boter).
Ongelooflijk, als het voorbij is ben je alweer vergeten hoe vreselijk het was op het dieptepunt: de bodem van de WC-pot aanstaren, vinger naar binnen en blaffen en brullen tot de tranen je in de ogen springen.

Anti-depressiva

Jeff Koons: Balloon Dog (op het dak van Metropolitan Museum of Art)

Vriendin M. (90) is het niet eens met de diagnose die haar zorgteam haar heeft gegeven. 'Volgens mij ben ik helemaal niet depressief.'
'Volgens mij ben je wel depressief. Je hebt nergens zin meer in, je komt al weken je bed niet uit en je slaapt slecht.'
De onbezoldigde wonderdokter in mij is weer eens aan het woord. Ik kan mijn eigen analyses niet tegenhouden. Niemand kan zijn eigen analyses tegenhouden, de vraag is alleen of je ze moet uitspreken.
'Gebruik je anti-depressiva?'
'Ja, maar daar word ik helemaal niet goed van. Dan gaat mijn maag overstuur, dat wil je niet weten, dan komt het er overal uit, van boven en van onder, en dan eet ik niets meer, en ik weeg al bijna niks.'
'Hoeveel weeg je?'
'Achtendertig.'
'Dan zou ik die anti-depressiva maar vergeten. Of een ander soort proberen. First things first... heb je al kans gezien wat zonnestralen op te pikken?' Lichttherapie lijkt me toch de goedkoopste therapie – maar dan moet er wel licht zijn, en dat is er nu.
'Ik zit op het balkon, verder kom ik niet, en dat balkon is op het noorden, maar ik vang wel iets op.'
'Ik vind trouwens dat je nu inderdaad helemaal niet depressief klinkt... De afgelopen keren klaagde je alsmaar, maar nu klink je vrolijk.'
'Ik ben ook vrolijk.'
Dat is winst.
Eigenlijk moet ik haar uitlaten, zoals je een hondje uitlaat. M. heeft een hondje, dus die zouden elkaar kunnen uitlaten, maar het hondje logeert thans elders.
Een goed anti-depressivum, zo'n hondje, en niet alleen omdat je gedwongen wordt naar buiten te gaan.

'Stinkend arrogant'

Image result for edouard louis



Twee Franse romans liggen voor mij op tafel, een dunne en een dikke. De dunne begint zo: Aan mijn kinderjaren bewaar ik geen enkele goede herinnering.
De dikke (met dank aan de dicteerfunctie op mijn computer) zo: Het plan kwam ter sprake om Monsieur Norpois voor het eerst uit te nodigen en mijn moeder vond het toen jammer dat professor Cottard op reis was en zijzelf helemaal geen contact meer had met Swann, want beiden waren misschien boeiend gezelschap geweest voor de voormalige ambassadeur; mijn vader zei toen dat zo'n prominente gast, zo'n beroemd geleerde als Cottard, nooit de verkeerde keuze was voor een diner, maar dat Swann, met zijn opschepperige gedoe en zijn slechte gewoonte om met de onbenulligste relaties te koop te lopen, een ordinaire aansteller was die markies de Norpois, in de woorden van mijn vader, 'stinkend arrogant' zou vinden.
De eerste beginzin is recent geschreven, de tweede honderd jaar geleden. De eerste door een auteur die een naargeestig, gewelddadig, drankzuchtig milieu schetst in de armoedige Noord-Franse provincie, de tweede door een auteur die duizenden pagina's lang, met chirurgische precisie, de gedachten en gevoelens en sociale interacties in de gegoede, kunstzinnige kringen van Parijs en omgeving tracht te beschrijven.
Proust wordt ook wel een writer's writer genoemd, een schrijver die je gelezen moet hebben wil je jezelf schrijver noemen, maar ik zit al meteen in 'Weg met Eddy Bellegueule', van Édouard Louis, die geen fluwelen handschoenen draagt maar een boksbeugel.

Libido




Voor mijn verjaardag kreeg ik van mijn wonderdokter een testosteron-deficiëntie cadeau. Ik moest lachen. 'Wacht tot mijn vrouw dit hoort,' zei ik. 'Die gelooft zoiets nooit.' Mijn wonderdokter wees op de uitslag van de bloedtest en zei: 'Testosteron bijslikken verbetert de levenskwaliteit. Kijk eens op andros.nl, kliniek voor mannen.'
Een wereld gaat voor me open. Misschien ben ik inderdaad futloos, depressief en heb ik kortom van al die klachten last behalve van libido-verlies, volgens mij is er met mijn libido niets mis, maar het kan zijn dat mijn libido volgens Andros nog veel hoger moet. We zullen zien. Hoe dan ook denk ik dat mijn vrouw niet wil dat mijn libido omhoog gaat, dus daar zullen we iets op moeten verzinnen.
Ander 'nieuwtje' is dat ik nog 28,1 jaar te leven heb – statistisch gezien dan, afgaande op de gemiddelde levensverwachting van mannen in Nederland – en ik heb besloten om vanaf dit jaar af te tellen. Volgend jaar vier ik dus dat ik nog 27,1 jaar te leven heb, etc, tot ik uitgeteld ben. Als ik dan nog leef, tel ik weer bij. Dat is dan de tijd die ik als winst beschouw.
Overigens vind ik 28,1 jaar een belachelijk lange tijd. Wat je in die tijd niet allemaal kunt doen... Aan de andere kant, je kunt de dingen die je zou kunnen doen ook niet doen. In dat geval is 28,1 jaar niet zo lang.
'Of ik kom morgen onder de tram, dat kan ook,' zei ik tegen Nieuwe Vriend P., toen ik hem mijn statistiek en nieuwe verjaardagssysteem voorlegde.
'Daar zou ik maar van uit gaan,' zei hij.

Hartsvriendin

Image result for madelief verelst
Madelief (Verelst) in Krassen in het tafelblad


'Pappa, mag ik naar de kroeg? Met Annelies?' Mijn vijfjarige dochter staat voor me, dreinend, hoewel ik nog niet eens de kans heb gekregen om haar voorstel tot me te laten doordringen. Ik ging zelf ook vroeg naar de kroeg, hoewel misschien niet op mijn vijfde, maar zeker niet nadat ik mijn ouders om permissie had gevraagd. Ik ging van die permissie uit.
'Ja, hoor. Tuurlijk... En jij bent Annelies?' vraag ik aan het meisje, een stuk ouder, met een oversized bril op haar neus en lang, sluik haar. Ze doet me niet zozeer aan Pippi Langkous als wel aan Madelief (de oudere versie) denken. Ze knikt. Ze wacht op woensdag altijd in de kroeg tot haar vader haar komt ophalen.
We staan bij de 'houten speeltuin'. Ik had mijn dochter al met een groter meisje zien spelen. Ook hadden ze elkaar al omhelsd (lees: had mijn dochter Annelies omklemd). Nooit eerder had ik mijn dochter, of wie dan ook, zo snel een hartsvriendin zien maken.
'Welke kroeg? Die daar op de hoek? En daar gaan jullie appelsap drinken?' vul ik het scenario zodanig in, dat dit mij geen hartverzakking geeft. Annelies knikt opnieuw. Even flitst het door me heen dat Annelies onderdeel uitmaakt van een pedo-ring, of iets nog veel ergers, maar die gedachte duw ik opzij. Dit is de stad. Een stad leeft van onwaarschijnlijke ontmoetingen en bijbehorende avonturen, zoals deze. Ik wil mijn dochter de stad niet ontzeggen.
Als ik even later bij de kroeg ga kijken, staan ze daar: mijn dochter en Annelies, met een flesje, en een euro, die ze naar eigen zeggen uit de automaat hebben gevist. Een man met piekhaartjes en een ring door ieder oor staat zwijgend te roken.
'Is je vader er al?' vraag ik.
Annelies wijst met rollende ogen op de rokende man, die zijn zwarte tanden bloot lacht. Het is even stil. Annelies springt hoog in de lucht om haar vingers door zijn piekhaar te halen, een onverwacht filmisch moment.
Hopelijk krijgt mijn dochter Annelies ooit nog eens te zien.

Verrassende verliefdheid

Marc Chagall: Pour l'amour de Bella


Verliefdheid komt altijd als een verrassing, en ook als een ziekte trouwens, maar de persoon van wie ik me dikwijls afvroeg of hij er nog toe in staat zou zijn, c.q. er bevattelijk voor, kwam nu juist ineens met dat nieuws aanzetten. Geweldig. Fantastisch. Verliefdheid gun je iedereen toe, zelfs je ergste vijand, want hij zal erdoor verlamd raken. Verliefdheid doet je opnieuw geboren worden, maakt dat je leeft, eigenlijk zijn alle bewegingen tot aan de verliefdheid en alle bewegingen, helaas, daarna, nogal tja, flauwtjes vergeleken bij de verliefdheid. Nee, alleen wie verliefd is, leeft. Daarvoor en daarna regeert de dood, maar die kun je nog opleuken met werk en kinderen.
Zoals wel vaker bij verliefdheden die plotseling optreden, die toeslaan als een koorts, een griepgolf, een virus, die om zich heen grijpen en uitzaaien als een kanker, ja: verliefdheid is een kanker, waren er ook slachtoffers. Twee. Namelijk degenen die dachten dat de verliefden hen toebehoorden. Dat is toch de makkelijkste manier om naar menselijke verhoudingen te kijken: als bezit. De uitspraak ik wil jou moet je volgens mij vrij letterlijk nemen. Maar het spannende, verrukkelijke van een verliefdheid is dat dat bezit nooit als een last wordt ervaren door de verliefden.
Maar ik had het over de gewonden, de achterblijvers, zij die moesten wijken voor de verliefdheid. Moeten zij uit het leven stappen? Nee, maar ze kunnen ermee dreigen. Een sterk dreigement heb ik dat nooit gevonden. Moeten zij iets met elkaar beginnen, een groep van lotgenoten? Ja, dat zou efficiënt zijn, maar het kan niet. Verliefdheid en efficiency sluiten elkaar uit.

Social driver (4)



Meneer S., een nieuwe klant, moet ik ophalen bij de fysio en thuis afdroppen in de Pijp, een afstand, zie ik op GoogleMaps, van nog geen 300 meter. Als ik het raam openzet en ik trek mijn scheur open, dan kom ik nog verder. Maar als ik Meneer S., die een opvallende gelijkenis vertoont met wijlen Johannes van Dam, zowel qua pet als embonpoint, de Max Mobiel in help, begrijp ik dat de HeenEnWeer voor hem inderdaad geen overbodige luxe is.
Ik gesp meneer S., gekleed in gemakkelijk zittende huisbroek, vast, duw voorzichtig zijn portier dicht en neem plaats achter het stuur. Voorzover mogelijk, want zoveel ruimte is daar niet meer voor. Het voelt een beetje alsof we met zijn drieën voorin zitten.
Wel gezellig, eigenlijk.
Tweehonderd meter zoemen we voorwaarts om vervolgens tot stilstand te komen achter een takelwagen die aan het werk is in de opgebroken straat; een fegekleurd hesje wijst ons een parkeervak aan waar we mogen wachten. Een mooie gelegenheid voor mij om te trachten een verhaal aan meneer S. te ontlokken. Dat is het mooie van oude mensen: begin over vroeger en je krijgt een verhaal. Niet altijd het meest boeiende verhaal, maar toch: een verhaal.
'Ik ben lang huisschilder geweest,' vertelt meneer S., terwijl ik zijn sneeuwwitte gezichtsbeharing (het is meer dan een baard; het haar zit ongeveer overal behalve op zijn ogen, neus en mond) bewonder, 'maar daar werd ik niet zo gelukkig van.'
'Waarom niet?'
'Ik heb hoogtevrees.' Meneer S. kijkt me aan, alsof hem dat zelf ook verbaast.
'Wist u niet van uzelf dat u aan hoogtevrees lijdt?'
Traag schudt hij zijn hoofd. 'Tijdens de opleiding heb ik nooit op ladders hoeven staan.'


Veeleisender

Maria Lassnig (werkte tot in haar negentiger jaren)

Mijn telefoon gaat om 7.45 AM. Ik dacht dat er een stilzwijgende afspraak bestond, bij mensen die mijn nummer hebben, dat ik niet gebeld wens te worden voor achten; ook niet voor negenen trouwens, het liefst begin ik met telefoneren, en praten in het algemeen, rond het middaguur. Ik hijs mezelf uit bed en zie op het display dat het vriendin M. (90) is. Ik had haar overgehaald om e i n d e l ij k  eens naar het Amstelhuis te gaan kijken, het 'woonzorgcentrum', omdat ze  e c h t  haar eigen huis uit moet. Niet omdat het moet, maar omdat het moet, of zoiets. Zijzelf ziet dat ook wel in, maar ze stribbelt tegen.
'Viktor, ik moet onze afspraak afzeggen. Ik kan niet. Ik voel me helemaal niet goed. Ik ben de hele nacht wakker geweest.'
Ik zeg ja, ja en jammer, wens haar beterschap en beëindig het gesprek. 'Zul je zien dat ze me straks belt om te zeggen dat ze toch wil,' zeg ik tegen mijn huis- en kantoorgenoot. 'Hopeloos. Gewoon een klein kind.'
Maar ze belt niet om te zeggen dat ze toch wil.
Dus bel ik haar maar, want ja, ze is 90. Mensen die 90 zijn valt niets meer te verwijten. Die zijn het verwijt voorbij. 'Hoe is het nu?'
Het gaat nog steeds slecht. Maar ze wil het wel volgende maandag proberen, dat bezoekje aan het Amstelhuis. Oké, doen we dat.
Stilte.
'Ik moet verder, zeg ik.
'Waarom zie ik je nooit meer?' Mensen van 90 zijn het verwijt voorbij, maar dat wil niet zeggen dat ze zelf niet nog kunnen verwijten, dat vermogen eindigt pas bij de dood.
Ik som op: ik probeer een roman te schrijven, wellicht mijn mugnam upos, en dat daar nogal wat energie in gaat zitten, om nog maar te zwijgen van twee kleine kinderen plus een veeleisende vrouw.
'Wat?' klinkt het verbaasd. 'Is jouw vrouw veeleisend?'
'Ja. Nog veel veeleisender dan jij.'

Knipsels


Onbezoldigd herstelbezorgen door ruw bij het grofvuil gezette ex-postbezorgers. Gisteren deed ik het nog, in mijn eigengemaakte soep. Mijn bezorger had de straatnaam goed gelezen, maar van het huisnummer had hij geen chocola kunnen maken.
De wandeling was langer dan ik had verwacht, maar ik was opgetogen dat ik weer in mijn oude functie mocht optreden. Ik hoopte dat de adressant thuis was, want ik wilde meer van dit intrigerende pakket weten. Het betrof een licht beschadigde brown paper envelope uit Engeland met mickey mouse op de voorkant, plus een zelfgemaakte postzegel (dan heb je me) van een foto uit een krant die in het groot op de achterkant prijkte (zie boven). Zulke (onbedoelde?) mail art kan ik waarderen.
Ik belde aan. Een man van in de zeventig deed open, met een sympathiek, licht verfrommeld gezicht.
'Meneer, bent u .... '
Hij knikte.
'Dan heb ik een post voor u.' Tromgeroffel. Ik liet de envelop zien.
Hij zuchtte.
'Ah, van mijn oude legermaat in Noord-Ierland. Ja, u moet weten, ik ben internist, maag-long-darm, ik heb geneeskunde in Glasgow gestudeerd, mijn moeder is Schots, vandaar, die vond dat ik wel in het buitenland kon gaan studeren, en ik ken hem uit die tijd... We zaten samen in het leger... Ik beschouw hem als een van mijn beste vrienden... Om de zoveel tijd stuurt hij me een pakketje knipsels op... Je zou denken, ten tijde van internet is dit niet meer zo nodig, maar hij is een, hoe zal ik het zeggen, ja, een kluizenaar... Hij blijft me artikelen sturen die mij volgens hem interesseren, een paar keer per jaar, dit is de eerste zending van dit jaar... Ik stuur nooit iets terug... Als u mij wilt verontschuldigen, ik zit naar rugby te kijken.'

Occupational suicide

Walter Stöhrer: Cyankali

1. Suicide by florist. 'Mevrouw, hebt u voor mij een stekelige cactus die net niet in mijn keel past?'

2. Suicide by dentist. 'Marc, wil je deze keer je boor hier tussen mijn ribben planten, hier aan de linkerkant, voor de kijker rechts, ja daar ja en dan flink uitboren tot ik niet meer beweeg?'

3. Suicide by Uberchauffeur. Gaat vanzelf. Geen afspraak nodig.

4. Suicide by fireman. Bord bij ingang van brandend huis: niet blussen, a.u.b.

5. Suicide by mailman. Jezelf cyankali opsturen en met open mond wachten bij de bus.

6. Suicide by garbageman. Vlak voordat de container terug wordt geplaatst, plaats je jezelf terug.

7. Suicide by teacher. Jezelf twee weken lang onafgebroken laten tentamineren over het Niets zonder drink- of eetpauze.

8. Suicide by writer. In plaats van een vernietigend boek te schrijven, wilt u met uw schrijfmachine mijn hersens inslaan?

Klimaatspijbel

Related image
Mark Rothko: Untitled (Blue, Green, and Brown)

Mooiemeisjescafé

Malcolm TEASDALE - Bag of Chips
Malcolm Teasdale: Bag of chips

Aangekomen bij het mooiemeisjescafé tref ik voor de ingang geen moederfietsen aan, geen vaderfietsen, geen opa- of omafietsen, alleen fietsen van vrijheidsstrijders, vrijheidsaanhangers, groots- en meeslepende levenskunstenaars, autonome dichters – naarstig op zoek naar monden om hun mond op te schroeven, stel ik me zo voor, dat dan weer wel – en binnen inderdaad mooie meisjes. Er moet, ergens, een verzadigingspunt zijn voor mooie meisjes, maar hier is het nog niet bereikt.
Het eerste mooie meisje valt niet weinig op, want ze staat achter de bar. Ze draagt een t-shirt met SCOOTER erop, onder of boven de afbeelding van een muis, of een poes of een konijn op een scooter. Het is moeilijk om niet de hele tijd naar dit meisje te kijken, niet dat er geen andere mooie meisjes zijn, maar Scooter huppelt onophoudelijk tussen de chaotisch opgestelde tafeltjes en stoeltjes door met bestellingen. Dit is nog zo'n café waar men bestellingen opneemt en bezorgt. Het mag niet verbazen dat Nieuwe Vriend P., nog gejetlagd van zijn jetsetbestaan, tegen een tafeltje stoot en hiermee het biertje dat op dat tafeltje stond doet omkiepen. Het mooie meisje dat bij het biertje hoort, blijft ongedeerd. In een Andere Tijd of een Andere Plaats was zo'n voorval het startschot geweest voor op zijn minst een Conversatie met Vreemden, maar vanavond in het mmc blijft het bij korte excuses, verlegen glimlachjes, een vers biertje, en wederzijds negeren.
Uit mijn ooghoek word ik een chipszakje op een belendend tafeltje gewaar. Ik hou het chipszakje scherp in het oog. Als het wat mij betreft te lang onaangeroerd blijft om nog van rechtmatig eigendom te kunnen spreken, leg ik er mijn hand op. Het zakje zakt in elkaar. Leeg. Pas nu zie ik de scheur aan de zijkant.
Een mooi meisje glimlacht, haalt even haar schouders op en trekt zich terug in haar bubbel.

Social driver (3)



Hans, een forse vent met drie puntjes bij zijn duim getatoeëerd, een jongensachtige grijns op zijn gezicht, en steeds hetzelfde anti-racisme t-shirt aan, is mijn jongste HeenEnWeer. Nog lang niet in de rollatorleeftijd, maar hij staat onvast op zijn benen. De vorige keer dat ik hem thuis afleverde in de Pijp, wilde hij absoluut zelf uitstappen. Even later ging hij languit op de stoep. 'Klote paaltje.'
Hans is niet gespeend van een Amsterdamse hang naar overdrijving, al stuit hij, als recovering alcoholic, nogal eens tegen het plafond van zijn geheugen. Eens gaf hij hoog op over zijn favoriete rockbands, maar toen ik vroeg welke bands, zei hij: 'Allemaal.'
Vandaag beweert hij al bij het instappen dat hij honderd vriendinnen heeft gehad.
'Weet je het zeker?'
We sjezen door de regen over de Van Woustraat. De ruitenwisser van de Max Mobiel zwoegt.
'Ja jôh,' zegt hij, onderuitgezakt in de riemen. 'Dat was in de yuppietijd. Toen mocht alles.'
'Hippietijd zul je bedoelen.'
'Die ja. Mooie tijd was dat hoor.'
Ik bedenk dat die tijd misschien niet voor iedereen even mooi was, maar ik hou mijn bedenkingen voor me.
'Ik woonde bij een hospita aan het Vondelpark. Nou, dan sprak ik gewoon iemand aan en dan...'
Het ritje zit er alweer op, helaas.
'Wie was je grootste liefde uit die tijd?' wil ik nog weten.
Zonder een moment na te denken, zegt hij: 'Barbara. Ik ga haar binnenkort weer zien.'

Alleente

World of solitaire

Ik was dertig uur alleen. Het voelde als dertig eeuwen. Wat te doen, als je alleen aan jezelf hoeft te denken? Aan jezelf denken? Dat kan, maar misschien niet dertig uur. Bingewatchen is een optie. Een aantrekkelijke optie. Ik was eraan begonnen voordat ik het wist. Bingewatchen is uitgevonden voor mensen met zeeën van tijd, daarvan heb je er steeds meer. Bingewatchen is, net zoals binge-eating en alle andere vormen waarbij je binge't, een manier om jezelf te troosten. Maar hier is het gekke: je  h o e f t  niet te worden getroost. Een allene is niet sneu, een allene is alleen alleen. En dus vrij. 'Om eindelijk dat te doen wat ik altijd had willen doen.' Sommige mensen, ikzelf niet uitgezonderd, gaan op het moment dat hun alleente toeslaat, als ze alleen zijn dus, op zoek naar manieren om die alleente op te heffen. Dus: zich onder de mensen begeven. Afspraken maken.
Aan een Amerikaanse vriendin schreef ik zaterdagmiddag: 'I might have a timeslot available tonight for a drink.'
Zij echter had geen timeslot available. Ik liep een blauwtje, maar daar was ik haar later dankbaar voor, want alleente is alleen volledig te genieten in je eentje. Dat was ik even vergeten, omdat ik zo zelden alleen ben. Mensen die gewend zijn andere mensen op hun lip te hebben zitten, vrezen de leegte, de ledigheid, de eenzaamheid. Maar het is onmogelijk om je eenzaam te voelen in dertig uur. Als je vierhonderdtien dagen in solitary confinement doorbrengt in een Iraanse cel, zoals Sarah Shourd deed, heb je misschien reden om je eenzaam te voelen.
'Eerst verander je van een mens in een dier. Daarna van een dier in een plant.'
Ik lag vooral in bed. Heerlijk.

Bregman for president



Goede spreker, die Rutger Bregman. Beter dan Frans Timmermans. Het is mij niet duidelijk waar Bregman zijn vaardige Engels heeft opgestoken, maar wel zijn redenaarstalent: hij is een domineeszoon. Bregman is een evangelist, maar dan een van de intelligente soort. Zijn blije boodschap is, voor wie niet heeft opgelet, die van Robin Hood: stelen van de rijken en geven aan de armen. Dat is prachtig, maar in Amerika zal hij met die boodschap niet ver komen. Waarom niet? Omdat ik geen volk ken – maar zoveel volkeren ken ik niet – dat zo wantrouwig staat tegenover de overheid. Amerika is gegrondvest op het idee dat de overheid een toontje lager moet zingen. En de overheid moet het allemaal doen, wat Bregman wil, namelijk belasting heffen.
Leuker kan hij het niet maken, ook niet makkelijker, maar hij heeft wel gelijk.
Ik zou willen dat Bregman in zijn speeches wat meer inging op de filosofische, psychologische of sociologische kant van zijn basisinkomen-idee. Hij weet zelf ook wel dat het basisinkomen het arbeidsethos op zijn kop zet, en het arbeidsethos is wellicht het hardnekkigste idee in de economie en politiek. Hooguit de Partij voor de Dieren wordt niet gegijzeld door dit idee, omdat dieren geen arbeidsmoraal kennen, hoewel Frans de Waal het tegendeel mogelijk weer gaat aantonen.
Bregman heeft alweer gelijk als hij zegt dat het BI geen cadeautje is maar een grondrecht, en dat het betaalbaar is en het enige antwoord op toenemende inkomensongelijkheid overal ter wereld, maar dan zijn we er nog niet. De maatschappij moet compleet op de schop voor de komst van de heilstaat. Want dat is waar we op afstevenen met een extreem progressief belastingstelsel en een basisinkomen voor iedereen. Een walhalla. Vraagje: wat moeten we met al die vrijheid? De hele dag in de sauna? Als succes, zoals Woody Allen zei, 80 procent showing up is, is werk 80 procent bezigheidstherapie.

Dickpic

Judith Bernstein: Cockman

Een ouwe kennis van me is ontslagen omdat hij dickpics had rondgestuurd aan secretaresses, stagiaires en andere vrouwelijke collega's die in zijn beleving lager op de sociale ladder stonden dan hij, en van wie hij, en dit vind ik het interessante gedeelte, geloofde dat ze daar prijs op stelden.
Of niet?
Waarom stuurt een man een foto van zijn geslacht naar een vrouw? Is dit simpel exhibitionisme, waarbij de man geilt op het idee van de blootstelling, en vaak ook dat van het afgrijzen van de ontvanger, of is er meer aan de hand, is dit een nieuwe vorm van 'versieren'?
Ik weet dat de gewoonte om dickpics rond te sturen niet tot bepaalde groepen mannen, of sectoren van de economie is beperkt. Ik herinner me een onderzoek naar grensoverschijdend gedrag onder doktoren en vooral ook vrouwelijk ziekenhuispersoneel, waarbij anekdotisch bewijs naar boven kwam over een mannelijke medicus die een dickpic stuurde onderaan een email over een patiënt. 'Hannah, kijk even naar de status van meneer Pieterman, wil je, en trouwens, wat vind je van mijn Pieterman?' (Waarschijnlijk zit er helemaal geen tekst bij een dickpic want dat is de strategie: shock and awe, net als de potloodventers van weleer.)
Als een op de tien vrouwen reageert, positief of negatief, dan is de dp succesvol geweest. Het zou me niets verbazen als 1 op de 100 vrouwen op de ontvangst van een dickpic reageert met een cuntpic of titpic. (Dit blogje gaat me heel veel hits opleveren, bedankt alvast daarvoor en kijk ook eens naar mijn boeken.) Schieten met hagel, dus.
Ik klets maar wat. Er moet als de donder onderzoek worden gedaan naar het rondsturen van foto's van geslachtsdelen. Het waarom, het hoeveel en wat er aan te doen – if anything.
Overigens heb ik wel, om meer dan een reden, medelijden met mijn ouwe kennis. Als hij slim is initieert hij dat onderzoek en maakt hij zich op die manier alsnog nuttig.

Voyeurisme op de vrijdagmiddag

Image result for mobiel ring stand


Een café. Vier meisjes, opnieuw, maar dit keer geen schrijvers. Ook een stuk jonger trouwens, maar wel, misschien, vrouwelijker. Ze weten niet dat ik ze bekijk of ze doen alsof ze het niet weten. Ik zou mezelf geen gluurder noemen maar ze nodigen uit tot gluren, deze vier. Drie zitten er recht tegenover me op een bank, hemelsbreed twee meter schat ik van mij verwijderd. Een zit er op een stoel haaks op die bank geplaatst. Zij lijkt mij de leider. Ze heeft de langste nagels, roodgelakt, en het strakste truitje, dat haar boezem het meest, hoe zal ik het zeggen, pregnant doet uitkomen, als feesthoedjes, zoals in die oude foto's van Marilyn. Bullet bra heet zoiets weet ik nu. Ik wil niet weten waar ze het over hebben, ik wil alleen maar bestuderen. Mag zoiets nog, in het huidige tijdgewricht?
Van de drie op de bank springt de middelste het meest in het oog. Dat is niet zo vreemd want ze is niet alleen obees, maar trots-obees, trobees. Ze gooit haar enorme boezem in de strijd, met lingerie, cleavage en wat niet al.
Het meisje rechts valt vooral op door niet op te vallen. Ze mengt zich niet in het gesprek. Ze draagt als enige een bril. En, dit vind ik knap van haar, ze kijkt niet alleen niet op haar telefoon, ze haalt hem niet eens tevoorschijn. Misschien heeft ze er geen. Dan verdient ze een prijs.
De andere drie hebben er wel een. Af en toe valt het gesprek stil, lijkt het tafereel op een freeze uit een film, namelijk als de leider en de trobees en het meisje dat ik nog niet had beschreven (een soort secondant van de leider lijkt me) simultaan hun glitterende telefoons tevoorschijn halen en zich even, heel even vastplakken aan hun schermpje.
Er zit een ring aan die mobieltjes vast, zie ik, aan de achterkant. Ik weet niet wat dat te beteken heeft, maar ik denk meteen: seksspeeltje.
De waarheid is prozaïscher.
'Het gaat om een standaardje meneer, zodat we het schermpje op zijn kant kunnen zetten om een film te kijken, als u dat goed vindt.'