Tweeëndertigste werkdag




Wonderen bestaan nog: op 4 januari jongstleden is de oud-bibliothecaresse verhuisd van haar stoffige, donkere, brandgevaarlijke huisje in de Jordaan naar een frisse, lichte, veilige kamer in een zorgcentrum in Amsterdam Zuid... oost. Het zorgteam dat de verhuizing begeleidde stuurt foto’s waarop de oud-bibliothecaresse vanuit verschillende standpunten valt te bewonderen op haar nieuwe plek, met de armen over elkaar en de ogen dicht.
Uiteindelijk maakt het niet zo gek veel uit  w a a r  je zit met je armen over elkaar en je ogen dicht, zolang het warm en droog is.
Verheugd stel ik vast dat er een goedgevuld boekenkastje is meeverhuisd. Een oud-bibliothecaresse, ook een dementerende, veroordelen tot een woning zonder boekenkast is zoiets als een kind zijn knuffels afpakken. Over knuffels gesproken: op een van de foto’s zie ik Beer, in zijn vaste leunstoel, op het dressoir, dus ook aan hem is gedacht.
Moet ik me schuldig voelen omdat ik de oud-bibliothecaresse ooit heb beloofd dat ze bij mij kon onderduiken als ze ooit zou worden gedwongen haar huisje te verlaten?
Als Maarten Biesheuvel ook nog kwam logeren, hadden ze elkaar prima kunnen bezighouden, bedenk ik me, maar de uitgever van Bies reageert niet op mijn email, en de oud-bibliothecaresse is mijn belofte denkelijk (hopelijk) vergeten.
Zorg voor dementerenden en psychotici kun je misschien ook maar beter aan professionals overlaten.
Niettemin wil ik gehoor geven aan mijn toezegging om de oud-bibliothecaresse nog eens mee te nemen met de auto voor de bezichtiging van een zonsondergang, bij voorkeur in Bloemendaal aan Zee.
Misschien niet te lang mee wachten.
Eerst maar eens zon.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten