Vadertje Kok



Als ik aan Wim Kok denk, zoals nu, denk ik aan dat mopje over premier Wim Kok en president-directeur Wim Dik (van KPN), die samen een bezoek brengen aan de Verenigde Staten. In het Witte Huis mogen ze president Clinton een handje schudden. 'Mister President,' zegt Kok, 'let me introduce to you mister Dik, also from the Netherlands.'
Er verschijnt een krul rond Clintons mond. 'Well, mister Cock and mister Dick – where are your wives?'
Het is een apocrief mopje. Sterker, ik geloof dat ik hem zelf heb verzonnen, maar het kan ook zijn dat iemand anders hem heeft verzonnen of iets dat erop leek, en dat ik het me vervolgens heb toegeëigend.
Als ik naar Kok kijk,  zie ik mijn vader. Niet alleen in de zin van Kok als premier voor alle Nederlanders (zoals Lubbers die nooit geweest was, en volgens mij Den Uyl ook niet, om te zwijgen van Balkenende en Rutte), maar wat ik opvallender vind, is dat hij me ook echt aan mijn vader doet denken, als ik hem terugzie, bijvoorbeeld hier, hoewel hij bijna geen biografische details met mijn vader deelt.
Koks vader was bouwvakker en daarna timmerman en lange tijd werkeloos; mijn vaders vader was dat allemaal niet.
Kok kwam uit een rood nest; mijn vader kwam allerminst uit een rood nest.
Kok was een bestuurder; ik heb mijn vader nog nooit iets zien besturen behalve zijn auto.
De enige overeenkomst is misschien dat Koks ouders, net zoals mijn vaders ouders, in (de buurt van) Rotterdam woonden, maar dat is nauwelijks significant te noemen.
En toch, de manier waarop Kok sprak, zijn woorden en daden, zijn kalmte, redelijkheid en pragmatische levensfilosofie, doen me erg aan mijn vader denken.
Lubbers, met wie mijn vader veel meer biografische details deelt, doet ook wel een beetje aan mijn vader denken, maar toch veel minder dan Kok dat deed.
Raadselachtig.
Misschien lijkt mijn moeder meer op Lubbers.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten