Zevenentwintigste werkdag



Op weg naar de oud-bibliothecaresse koop ik een voorgerolde joint bij coffeeshop Flower Power op de Rozengracht. 'O, is het voor een zesentachtigjarige die nog nooit heeft geblowed? Wat leuk!' zegt de verkoopster die een tandvleespiercing heeft waar ik mijn ogen niet af kan houden. 'Ik hoop dat ze hem lekker vindt.'
Dat hoop ik ook.
De oud-bibliothecaresse ligt op de bank te rusten onder een stapel dekens als ik binnenkom. Om de drie minuten wijst ze naar de lucht: 'Kijk, daar heb je er weer een!' Vliegtuigen, bedoelt ze. Ze denkt dat het oorlog is.
De dienstdoende thuiszorger vertelt me dat mevrouw twee weken geleden tot twee keer toe brand heeft gesticht. Dat had ik al in een email gelezen. De brandplekken zitten in de vloerbedekking. 'Ik dacht dat er een muis was!' legt de oud-bibliothecaresse uit. 'Die wou ik wegjagen!'
De angst voor brand zit er nu goed in. Niet bij haar, maar bij het zorgteam. Die heeft haar subito onder nachtbewaking gesteld. De verhuizing naar een tehuis is onherroepelijk. Dit kan zo niet langer. Straks vliegt de halve Jordaan de lucht in.
Het zorgteam wil dat de oud-bibliothecaresse overschakelt op elektrisch roken. 'Ik pieker er niet over,' zegt ze.
Een andere maatregel is dat ze alleen onder toezicht een sigaret mag opsteken. 'Als je nog een sigaret wil, moet het nu, want ik neem de aansteker mee naar huis,' zegt de thuiszorger. De oud-bibliothecaresse rolt haar shaggie terwijl ik een sprookje voorlees geschreven voor mijn dochter. Mijn dochter vond er weinig aan (mijn schoonvader viel erbij in slaap), maar de oud-bibliothecaresse smult. Die smult altijd.
Dan opeens is de aansteker kwijt. 'Ik ga niet voordat ik die aansteker heb,' zegt de thuiszorger, 'anders word ik ontslagen.' We zijn ervan overtuigd dat de oud-bibliothecaresse hem verstopt heeft, misschien zelfs op haar geheimste plek; dat is junkie-gedrag, dat ik begrijp, maar hoe grondig de thuiszorger haar ook fouilleert, en het bed doorzoekt: geen aansteker.
'Misschien heeft ze hem in de buil gestopt,' suggereert de oud-roker in mij.
Terwijl de thuiszorger de buil doorzoekt, wisselt de oud-bibliothecaresse met mij veelbetekenende blikken uit. Ik zeg niks. Ik wil niet dat de halve Jordaan afbrandt, maar ik wil mijn vriendin ook haar laatste sigaret niet ontzeggen.
En ja hoor, de aansteker zit in de buil.
De oud-bibliothecaresse glimt als de thuiszorger de deur uit is, maar als ze haar geheime plekje aftast, blijkt daar niets te zitten.
De joint moet wachten tot de volgende keer.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten