Zesentwintigste werkdag

George Moore door Walter Richard Sickert

Het voordeel van bezoeken brengen met lange tussenpozen is dat de verschillen je opvallen en je in theorie ergens over te praten hebt. Het nadeel is, nou ja, dat de tussenpozen zo lang zijn. Zo hield ik, spontaan naar haar huis toe fietsend, ernstig rekening met de dood van de oud-bibliothecaresse, maar ze is springlevend, en ze weet, als ik haar een beetje op weg help ('we hebben samen met de auto die cassette van Casanova gekocht'), nog mijn naam.
'Viktor! Ik dacht dat je nooit meer zou komen.'
'Dat dacht ik ook, maar ik ben er.'
Ze zit in haar vaste stoel en kauwt op een bruine boterham, maar ze kauwt op die speciale manier, die nogal omslachtige, herkauwende manier van, nou ja, herkauwers, en mensen zonder gebit.
'Wat is er met je tanden gebeurd?'
Haar boventanden blijken te zijn uitgevallen. Ze heeft een setje prachtige nieuwe tanden aangemeten gekregen maar die vindt ze niet lekker zitten, dus kauwt ze maar zo. Het geeft haar uitdrukking iets simpels, maar ze is niet simpel. Ze is wel een beetje aangekomen zie ik, dat beschouw ik als goed nieuws; ze rookt volgens mij minder, of in elk geval minder fanatiek; ook dat is goed nieuws. Minder goed nieuws is dat ze stiller is geworden. Als ik niets zeg, zegt zij ook niets.
Ik haal een boek uit haar rijk gesorteerde kast en lees een stuk voor. Dit keer Home sickness van George Moore uit een bundel Irish Short Stories, zo klein stevig, handzaam boekje dat je overal mee naar toe zou kunnen nemen om te lezen als je even wat te lezen nodig hebt. Het is een mooi, traag verteld verhaal, over een man, Bryden, die dertien jaar geleden naar New York is geëmigreerd, maar nu terugkeert naar zijn oude dorp bij Cork. Hij wordt somber van de armoede en kleingeestigheid op het platteland, maar voelt zich toch thuis in het landschap. Hij vist op snoeken in the Small Lake en rijgt daarvoor een kikker aan de haak van zijn hengel. 'Wat gemeen,' zegt de oud-bibliothecaresse. Aan het einde verlooft Bryden zich met een locale schone maar weet nog net aan een huwelijk te ontkomen door een leugen: hij moet onmiddellijk terug naar Amerika.
Het brengt mij op een idee voor een eigen kort verhaal.
Het is weer stil in de netjes opgeruimde kamer (hulde aan het zorgteam).
Ik ga maar weer.
'Volgende keer drinken we weer een biertje op een terras,' stel ik voor.
'Of wiet roken,' stoot ze opeens uit, alsof ze een slijmprop omhoog hoest die al een tijdje dwars zit.
'Wiet roken? Wil je dat?'
'Dat heb ik nog nooit gedaan.'
'Dan doen we dat. Ik neem volgende keer een joint mee.'

Geen opmerkingen:

Een reactie posten