Vijfentwintigste werkdag



Op de trap naar de oud-bibliothecaresse stuit ik op een zorgteamlid dat ik nog niet eerder heb ontmoet: een in het wit geklede, stralende vrouw met weelderige krullen, zo opgewekt en zo opgeruimd, dat je haar onmiddellijk zou inhuren voor je eigen oude dag. Hoe goed ze is, ook voor de oud-bibliothecaresse, blijkt wel als ze op mijn vraag hoe het met de wanen is gesteld, antwoordt dat mevrouw niet meer bang is voor de krokodil op het dak omdat er geen krokodil op het dak meer is. 'Ik heb meteen gevraagd aan de mensen die daar wonen of ze die drie planken even van het dak wilden halen, en toen was het probleem opgelost.' Vanochtend hebben ze al een terrasje aan de gracht gepakt, ijsje gegeten, enzovoorts, ze laat me de foto's op haar iPad mini zien – héérlijk was het.
'Nou, dan kan ik wel weer naar huis.'
'Nee, jôh! Ga lekker naar boven!'
Ouderen die worden verwaarloosd krijgen alle aandacht, maar zij die te maken hebben met een onophoudelijke stroom mantelzorgers, bezorgde buurtbewoners, schrijvers, enzovoorts, worden niet gehoord. Hebben ouderen geen recht op tijd voor zichzelf?
Nu omkeren zou jammer zijn, dus ga ik toch maar naar boven. De oud-bibliothecaresse verklaart nogal plichtmatig dat ze blij is me te zien. Ze is bezig in Volkskrant Magazine. Mijn stuk over Liebespuppen in Dortmund heeft ze overgeslagen, maar als ik terugblader naar de foto waarop de schrijver door twee van zulke poppen wordt geflankeerd, zegt ze dat mijn gezicht haar wel bekend was voorgekomen. Ik lees het stuk voor. Ze hoort het met opgetrokken wenkbrauwen aan. Pas bij de pop die door midden brak, hoor ik een grinnik.
We gaan een biertje drinken. Na een schuifelwandeling door de bomvolle Jordaan belanden we op een terras op de Westerstraat. De oud-bibliothecaresse wil graag pal in de zon zitten; ik zet mijn zonnebril over haar bril heen op haar neus.
Na een lange stilte zeg ik: 'Jij wilt nooit in een verpleegtehuis, hè?'
'Nee. Als ik in een verpleegtehuis moet, duik ik onder.'
'Bij mij mag je altijd onderduiken. Ik ben dol op onderduikers.'
'Daar houd ik je aan, Viktor.' Glunderend trekt ze aan haar shaggie.