Vierentwintigste werkdag



Ik had gehoord dat de oud-bibliothecaresse aan hallucinaties leed, en dat vooral ook de angsten die deze hallucinaties met zich meebrachten, met name 's nachts, op hun beurt tot ordeverstorend gedrag leidden, maar ik had de zinsbegoochelingen nog niet live vast mogen stellen. Gisteren was ik nog niet binnen of ze vroeg: 'Heb je die krokodil op het dak gezien?'
Ik ging voor het raam naar de binnenplaats staan. 'Welk dak?'
'Dat zie je toch wel, daar recht voor je!'
'Dat kleine, hoge dak bedoel je?' vroeg ik, want daar zag ik drie planken liggen in een dusdanige compositie dat men er, indien men tot hallucineren was geneigd, of een levendige fantasie had, inderdaad bek en poten van een krokodil van kon maken. Het leek me goed om haar zelf te laten zien dat ze hallucineerde. Ik zette haar bril op de neus en vroeg haar naar het raam te komen. 'Wat zie je daar, op dat dak?'
'Een krokodil! Ik zie hem nu zelfs nog veel duidelijker! En hij komt op ons af! Viktor, moeten we dekking zoeken?'
Mijn experiment was mislukt. 'Ga maar weer zitten.'
Ze ging zitten.
'Ik hoor dat je vooral 's nachts bang bent, en dan rare dingen gaat doen, maar daarvoor heb je medicijnen gekregen. Die kun je maar beter innemen, als ze werken. Aan angst heb je niks. Ja, wel als er een reële dreiging is. Hoewel, misschien zelfs dan nog steeds niet.'
Het was even stil. Toen zei de oud-bibliothecaresse: 'Jij bent zeker nergens bang voor.'
Ik vind juist dat ik met de jaren wat bangig ben geworden. Aan de andere kant wil ik graag geloven dat ik weinig angst ken. 'Ik heb zorgen,' redde ik me eruit. 'Iedereen met een gezin heeft zorgen.'
'Ik heb ook zorgen,' kaatste ze terug.
'O ja, om wie dan?'
'Om mezelf... Om die krokodil die steeds dichterbij komt.'
Ik begon de wanhoop van mantelzorgers die te maken hebben met demente ouders beter te begrijpen.
Ik probeerde het geval van een andere kant te benaderen. 'Je weet wat je moet doen, hè, als die krokodil voor je neus staat? Dan moet je,' ik zocht om me heen naar een geschikt voorwerp en zag alleen een schaakbord zo oud dat de witte vakken vrijwel onzichtbaar bruin waren geworden, 'dit schaakbord rechtstandig tussen zijn kaken planten.'
Ze lachte kort en hard. 'Ik zal het proberen te onthouden.'