Eenentwintigste werkdag

Podcast Mutsaers

'Ja, hoor, ze zit al klaar.' Ik wilde weten of de oud-bibliothecaresse, gegeven tig omgevallen vrachtwagens, diverse afgerukte daken en drie doden, nog goesting heeft om met mij naar boekhandel Flevo in Huizen te gaan om, nou ja, boeken te kopen. Dit leek me een leuk uitje.
Ik ga haar ophalen. De storm is gaan liggen. De files vallen mee. En ze mag van mij een shaggie in de auto roken.
'Wat vind ik het ongelooflijk gezellig om met jou in de auto te zitten!' roept de oud-bibliothecaresse meer dan eens uit.
Het is ook gezellig.
'Wanneer zat je voor het laatst in de auto?'
'Bij mijn vader, op weg naar de praktijk. Dat zette hij mij af, en ging hij kiezen trekken.'
We passeren de oude Prinsengracht-bibliotheek. 'Werkte jij hier in de jaren tachtig en negentig?' Ze knikt. 'Dan hebben we elkaar misschien toen gezien.' Een romantisch idee.
Op de snelweg verbaast ze zich over de wereld om haar heen.
'Kijk daar, schapen,' wijs ik naar opzij. 'Vieze schapen. Of in elk geval: grauwe.'
Ze eet haar broodje. 'Gôh, wat een lekker broodje.'
Boekhandel Flevo is niet alleen goed bereikbaar per auto, hij is ook ruim, prettig klassiek ingericht en, niet onbelangrijk, Het dispuut ligt daar nog in een stapel op tafel.
De oud-bibliothecaresse ziet meteen twee romans die ze wil hebben: Heilige Rita en De pelikaan. Harnas van Hansaplast lijkt me ook iets voor haar. Als ze vervolgens nog een boekje met wandelingen van 17 kilometer en langer wil kopen, fluister ik tegen de boekhandelaar: 'Laat dat maar zitten.'
Eigenlijk komen we voor de mémoires van Casanova, een cassette van drie lijvige banden, samen  €150, en geen makkelijke kost. 'Weet je het zeker,' vraag ik nog maar eens. Ze weet het zeker. Dan gaat de koop door. Wie ben ik om een vrouw met onstilbare leeshonger 4000 pagina's dundruk te ontzeggen? Ondertussen zet de boekhandelaar een glas witte wijn met nootjes ('van de Lidl') voor ons neer. 'Hmm, wat een lekkere nootjes,' zegt de oud-bibliothecaresse.
'Jij wou toch ook altijd een boekhandel beginnen?' zeg ik.
'Ja.'
'Waarom heb je dat niet gedaan?'
'Geen geld.'
Op de terugweg sla ik mezelf voor het hoofd dat ik haar niet eerst heb laten plassen, en ik heb ook geen sanitary pads op haar stoel gelegd. 'Als je moet plassen, moet je het zeggen,' zeg ik, 'dan stoppen we.'
'Ik hoef niet te plassen!' protesteert ze. 'En wat gênant dat je daar de hele tijd over begint!'
Goed punt. Na een poosje vraag ik: 'Ben je boos op me?'
'Ik kan niet boos op jou zijn, Viktor.'
Even later dommelt ze tegen mijn arm in slaap.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten