Waar was je, burgervadertje?

Andy Warhol, 'Machine gun'

'Zijn er bij jullie op het speelplein nog gemaskerde mannen geweest met automatische geweren?' vraag ik aan de buurman, die net terugkeert van het naar school brengen van zijn kinderen.
'Nee,' zegt hij. 'Nog niet.'
Alweer een meevaller.
Na de brute schietpartij in het buurtcentrum op Wittenburg afgelopen vrijdagavond bij de speeltuin waar mijn vier- en achtjarige niet zelden op vrijdagmiddag spelen met de naschoolse opvang, ben ik overal op voorbereid, maar ik kan niets doen. Het risico dat een terrorist, een gek of – waarschijnlijker in Nederland: – een drugscrimineel met een automatisch geweer ergens binnenloopt en op mensen begint te schieten (de verkeerde ook nog), een hoofd neerlegt voor een waterpijpcafé, of een mortier op de rechtbank afvuurt, is de prijs van een open, verdraagzame, egalitaire samenleving.
Wat je wel kunt doen, als je burgervader bent, ad interim of niet, is zo snel mogelijk naar de plek des onheils gaan en daar proberen te helpen, al was het alleen maar door je geruststellende aanwezigheid. Dat deed Jozias van Aartsen niet. Misschien dacht hij, of liet hij zich door anderen aanpraten, dat hij alleen maar in de weg zou lopen. Misschien dacht hij, ik ben toch maar ad interim, dus waarom investeren in mijn imago? Misschien dacht hij, symboolpolitiek werkte in Den Haag ook niet, dus waarom in Amsterdam wel? Of: zo hands on als Van der Laan word ik toch nooit. Of: op mijn schouder wil niemand uithuilen. Of: nog één aflevering van De Luizenmoeder en dan ga ik. Of misschien wel: ik heb geen zin. Allemaal gedachten en gevoelens die niet onbegrijpelijk zijn, en die ik misschien ook zou hebben. Maar ik ben geen burgervader. Hij wel. En in Amsterdam betekent dat dat je vanachter je bureau vandaan komt en laat zien dat wij voor niemand bang zijn.

Verstopt

Sarah Sitkin
De televisie van de bovenbuurman staat nogal hard. Ik weet hoe gehorig onze vooroorlogse woning is, telefoongesprekken die hij voert met zijn kinderen kan ik vrijwel woordelijk verstaan, en ik hoor hem helaas ook 's nachts vaak rommelen door zijn appartement, maar het is nieuw voor mij om al om 9.30 's ochtends te worden vergast op het Duitse televisiejournaal. Toen het commentaar bij een voetbalwedstrijd doorkwam, plus het geschreeuw van fans, zo luid dat ik niet meer kon nadenken, zei ik tegen lieftallige: 'Misschien moet ik met een bezem tegen het plafond kloppen, dat doet hij ook altijd als hij genoeg heeft van mijn pianospel.'
'Waarom bel je hem niet op?'
Ik bel. Boven gaat de telefoon een paar keer over. 'Jaaa?' antwoordt hij eindelijk, boven de televisie uit.
'Met Viktor, hoe gaat het?'
'Goed en met jou? Ik zie je nooit meer op straat.'
'Ik zie jou ook nooit. We lopen elkaar mis... Zeg, die televisie van jou...'
'Ja?'
'...staat nogal hard.'
'WAT?' Het lijkt alsof hij hem harder heeft gezet om mij te tarten.
'Je televisie staat nogal hard!'
'O ja, dat komt, mijn oren zitten verstopt... Zeg nog eens wat?'
'HALLO?'
'Ja, aan de andere kant ook.'
'Dan moet je ze uit laten spuiten.'
'Ik heb het met warm water geprobeerd maar misschien moet ik inderdaad even bij de dokter langs.'
'Zou ik maar doen,' zeg ik, brave huisartsen-zoon die ik ben, wetende dat hij niet dol is op witte jassen.
'Ik zet de televisie wel wat zachter.'
'Graag.'
Even later gaat de televisie helemaal uit. Een heerlijkheid.
We mogen van geluk spreken dat er geen gezin boven ons woont met kleine kinderen, zoals wij.

Sjans/chance

Kitagawa Utamaro

Sjans, op een verjaardagsfeestje, van een vijfenzeventigjarige. Vorig jaar troffen we elkaar ook, op hetzelfde verjaardagsfeestje. Toen had ik ook al sjans.
Over dat woord. Nogal kinderachtig, zo fonetisch. Waarom niet chance? Goed, maar dan zijn de vragen nog niet beantwoord, want 'chance' kent het Frans niet in de betekenis die het Nederlands het geeft, althans niet in de woordenboeken die ik tot mijn beschikking heb. Ik vraag het Ewoud Sanders. Tot die tijd spel ik het op zijn Frans.
Toen ik binnen kwam, ik was wat laat, met vrouw en kinderen, zag ik haar al zitten in een hoek, maar ze zag mij niet. Ze was in gesprek, of wenste mij op dat moment te negeren. Nu denk ik het laatste, en dat dat onderdeel was van het spel.
Even later hees ze zich uit haar zetel, en begaf zich naar de drank en spijzen-tafel, waar ik mij ophield met alcoholvrij bier. Ik begroette haar met drie kussen op haar zachte huid, waarop zij zei: 'Wat een geluk te worden gekust door zo'n onwezenlijke knappe man als jij!' Ik wilde het compliment retourneren, hetgeen niet moeilijk zou moeten zijn, maar het lukte niet. Ik was niet snel genoeg. Ik kreeg de kans niet om haar mijn chance te geven.
Haar dochter liep langs, half ogenrollend.
De vijfenzeventigjarige begon op te sommen wat de voordelen zijn van het hebben van een man in en rond het huis. 'Een man is toch echt technischer ingesteld dan een vrouw.' Ik protesteerde dat ik mijzelf absoluut niet als handig beschouw, maar dat ik best een keer wilde langskomen in haar huis aan de kust, waar zij al jaren woont, als divorcée, in het gezelschap van diverse dieren.
'Dat zei je vorig jaar ook...' riep ze verontwaardigd, of gemaakt verontwaardigd uit. 'Maar je komt tóch niet!'
'Jawel,' zei ik. 'Ik kom wel. Ik beloof het.'

Mizzi


Thomas Herbrich

Twee opmerkelijke uitspraken in het interview met de doorgewinterde uitgever Mizzi van der Pluijm vandaag in NRC. Uitspraak 1: 'Wij zijn geen mensen met passie, maar met toewijding en gedrevenheid.' Dit zal de eerste keer zijn, in lange tijd, dat een ondernemer, hetgeen een uitgever toch is, aangeeft geen mens met passie te zijn. Passie is verplicht, ook en juist onder ondernemers, al is het maar voor 'het product', 'het vak' of customer service. Mizzi begs to differ. En ze heeft gelijk. Passie is gratis. Arbeid is duur. Uitspraak 2: 'Ik ben nu met iemand in gesprek die denkt dat zijn taal momenteel het beste tot zijn recht komt in een podcast.' Ik ben blij dat ik die iemand niet ben. Mizzi: 'Wat vind je zelf van je manuscript?' Iemand: 'Ik denk dat mijn taal momenteel het beste tot zijn recht komt in een podcast.' 'Heel goed. Next!' Uit het interview valt ook op te maken dat Mizzi zich lang heeft verzet tegen Pluim als uitgeversnaam, maar dat 'de schrijvers' bleven aandringen. Ik vind het ook een goede naam. Voor een nieuwe e-sigaret. De combinatie Pluim en uitgeverij valt moeilijk serieus te nemen, maar bij mijn achtjarige slaat hij enorm aan. Die denkt trouwens ook dat zijn taal momenteel het beste tot zijn recht komt in een podcast. I couldn't agree more. Ik verwijs hem naar Mizzi.

Onmogelijke afspraak

Ai Wei Wei at Venice Biennale 2013

Ik heb in mijn smsjes teruggekeken: acht keer hebben F. en ik getracht een afspraak te maken, maar het lukt niet. Sinds oktober 2017 zijn we elkaar aan het polsen, en niet alleen dat, hebben we hele en halve afspraken gemaakt en die weer verschoven en vervolgens afgezegd. Je gaat je, ik ga me, afvragen hoe graag ik die afspraak wil laten doorgaan, en ik vermoed dat hetzelfde opgaat voor F. Er zijn afspraken waarvan je vindt dat die gemaakt moeten worden, maar die je ook graag ziet sneuvelen. Ik heb het niet over afspraken met de belastingvrouw, systeem-therapeut of begrafenisondernemer. Ik heb het over sociale afspraken. Nu moet ik hieraan toevoegen dat F. de reputatie heeft geen besluiten te kunnen nemen, en ik kan zelf ook behoorlijk besluiteloos zijn, dus dat helpt allemaal niet, maar ik heb goede hoop dat we elkaar toch nog eens te spreken krijgen, ergens, ooit. Voor een telefonische afspraak hoeven minder hobbels worden genomen, en ik heb F. ook om die reden op een gegeven moment opgebeld, maar toen begon hij toch vrij snel weer over een face to face, sit down, what have you achtige meeting, omdat dat toch veel beter werkt, en ja, daarvoor moeten offers worden gebracht en afstanden overbrugd, en daar wringt de schoen. Es muss sein is een uitspraak waar ik wel eens aan denk, als het zo uitkomt, en als ik die op onze situatie toepas, dan moet de afspraak wel moeilijk zijn, en wellicht onmogelijk. Daaruit zouden F. en ik onze conclusies kunnen trekken, maar zover is het nog niet. We geven elkaar nog een kans. Ik heb geen enkele reden om de weg tot de afspraak definitief af te snijden. Een ding is zeker: het is heden ten dage in het huidige tijdsgewricht van deze tijd wellicht iets te makkelijk geworden om een voorstel tot een afspraak te doen – en dat voorstel weer in te trekken – waardoor de afspraak an sich behoorlijk aan waarde heeft ingeboet.

Onzichtbaar leed

Leonard Tsuguharo Foujita

Tijdens de judoles worden de ouders/verzorgers geacht in de belendende kleedkamers te wachten, alwaar geen ramen, achter een gesloten deur. Dat vond mijn vierjarige aanvankelijk spannend, en ik ook wel een beetje, qua Robert M., Benno L., en Hans V. , maar alles went en we have nothing to fear but fear itself, haven't we?
Vanmiddag hoorden de ouders/verzorgers een onbedaarlijke huilbui uit de sportzaal komen. We lieten die even voortduren, totdat we elkaar vragend aankeken. 'Die van jou? Ik geloof niet dat die van mij is.' Nee, deze huil kon niemand thuisbrengen. Laten huilen dan maar. We keerden terug naar onze tijddoding.
Maar het gehuil hield aan. We hoorden nu sussende woorden van Meester Judo, maar die leken niet te helpen. Het kind riep om zijn moeder.
'Meester Judo weet daar wel raad mee,' sprak een mede-ouder geruststellend.
Inderdaad weet Meester Judo bijzonder goed raad met kinderen die om wat voor reden dan ook niet mee-judoën, maar wat als een kind pijn heeft?
Toen hoorden we – of in elk geval: hoorde ik – hijggeluiden die ik niet kon plaatsen. Het gehijg leek het gehuil te overstemmen.
Soms zit mijn verbeelding mij in de weg.
'Nou, ga maar naar je moeder dan,' klonk Meester Judo door de deur heen, verslagen. Het gehuil stierf weg.
Toen de vierjarigen na afloop juichend de kleedkamers binnenstormden aangezien hun verplichte nummer er weer op zat, vroeg ik aan die van mij wat er aan de hand was geweest met het huilende kind.
'Huilend kind? Ik heb niets gehoord!'

Vijf sterren (teveel)

Afbeeldingsresultaat voor le marteau sans maitre miro
Miró: Le marteau sans maître
Al weken wil ik naar de film maar ik kan niet kiezen, omdat er teveel films zijn met vier sterren. Liefst wil ik mijn bioscoopbezoek beperken tot het bijwonen van vijfsterren-films, omdat ik wel wat beters te doen heb (dichten op zakdoeken bijvoorbeeld), maar vijfsterren-films zijn schaars, en, laten we wel wezen, behoren dat ook te zijn. Dus was ik blij verrast te horen van Nieuwe Vriend P., met wie ik had besloten om 'weer eens' naar de film te proberen te gaan, dat hij er een had gevonden. Niet de Churchill-biopic, helaas, die hoog op mijn lijstje stond, en evenmin Le Redoutable, de nieuwe van Michel Hazanavicius (een naam bijna zo mooi als Houellebecq), wiens L'Artiste destijds zeker vijfsterren waard was (wat redoutable betekent heb ik moeten opzoeken; mocht de lezer ook geïnteresseerd zijn in de betekenis van dat woord, dan raad ik haar aan dit ook te doen.) De vijfsterren-film die Nieuwe Vriend P. uit zijn mouw schudde heette You were never really here. Of ik de trailer nog wilde zien. Nee, de informatie vijf sterren, het vage vermoeden dat een goede acteur erin speelde, plus de prikkelende titel was mij genoeg. Aangekomen bij Rialto (nog een goed teken), zagen we het affiche hangen. Dat zag er nogal cliché uit en was voorzien van ronkende aanbevelingen van kranten die in niet zo'n hoog aanzien staan. Een bekende in de foyer vroeg naar welke film ik ging, en ik merkte dat ik me inmiddels schaamde voor mijn keuze. De film was gewelddadig, dus in die zin hadden we een geslaagde avond (het geweld werd toegebracht met een hamer). Het verhaal was cryptisch maar dun, de dialogen waren spaarzaam maar infantiel, en Joaquin Phoenix' zogenaamd verknipte personage liet me koud. Dus waar komen al die sterren vandaan? Is de vrouwelijke regisseur voor haar gewelddadigheid wellicht  p o s i t i e f gediscrimineerd?

Zakdoek

Afbeeldingsresultaat voor embroidery artwork

Toen de snotkraan weer eens openstond bij lieftallige, dacht ik, niet voor het eerst, die heeft een zakdoek nodig, maar ik besloot er een project van te maken door er een versje op te laten borduren door mijn moeder.
Het leven is op zichzelf niet zo ingewikkeld, maar we maken het ingewikkeld.
Met het kopen van de zakdoek, 3 à €0,99 (Zeeman), en componeren van het versje (vier zoetsappige regeltjes) was ik gauw genoeg klaar, maar toen ik mijn moeder vroeg of ze misschien trek had in wat handarbeid, zei ze: 'Dat is zo'n gedoe jôh, je kunt beter naar zo'n website gaan, kun je het zo laten borduren.' 'Maar het is,' wierp ik tegen, 'toch veel, eh, mooier als jij het doet, als gemeenschappelijk project zeg maar? En er zit geen haast achter.' Uiteindelijk ging ze overstag, hoewel ze naar eigen zeggen niet goed kan borduren (niet zo goed als haar moeder in elk geval), en de stof die ik haar had gegeven maakte het niet makkelijker. Enige weken later meldde ze niet zonder trots dat het af was. Ik bekeek het resultaat. Het was van een wonderbaarlijke schoonheid. Er was alleen een probleem: het versje was onleesbaar. Toen ging ik toch nog het internet op en bestelde voor een veelvoud van €0,99 twee machinaal geborduurde, kanten zakdoekjes: één voor de snotteraar –  'Grappig,' vond ze – en één voor mijn moeder; het versje was met enige goede wil ook op haar van toepassing.
'Dank voor je cadeau,' smste de laatste bij ontvangst, 'maar ik vond die van mij mooier.'
Toen ik de door mijn moeder gemaakte zakdoek aan lieftallige liet zien, bleek deze het weer eens roerend met haar eens te zijn. 'De stof voelt ook veel fijner.'
Leesbaarheid is een overschatte kwaliteit.

Korting

'Weet jij waar dat boekje met kortingsbonnen is?'
Ik voel de bui al hangen. 'Weggegooid,' zeg ik, amechtig.
'Haal maar uit de prullenbak, dan.'
'Prullenbak geleegd in vuilniszak; vuilniszak in container.'
Lieftallige wil me aanvliegen. 'Daar zat een kortingsbon in voor een boottocht vanavond om het Amsterdam Light Festival te zien. Dit is het laatste weekend... Wat  b e n  je nou voor iemand?'
Ik moet denken aan de vrouw van een oude Nederlands-Amerikaanse vriend van me. Ze was een highflyer in de reclamewereld, maar toen ze moeder werd gaf ze prompt haar baan op en liep ze alleen nog te leuren met coupons. Geen aanlokkelijke metamorfose.
Een kwartier later is de stemming weer goed, omdat lieftallige de kortingscode, alles draait om codes tegenwoordig, via via toch nog te pakken krijgt.
Als het schemert fietsen we naar Lovers tegenover CS. Tijdens het opstappen op de rondvaartboot klinkt luide volksmuziek en ook de rondvaart zelf is niet van volkszang en bijbehorende kapiteinshumor gespeend ('Als dit kunst is dan word ik ook kunstenaar.') Maar er valt niets te consumeren aan boord, dat is ook en vooral voor lieftallige een domper.
'Vond je het niet toch een goed idee van me dat ik dat bonnenboekje had weggegooid vanochtend,' vraag ik.
'Nee!' Nee, natuurlijk vind ze dat geen goed idee. Die korting van 60 procent hebben we toch maar mooi meegepakt. En zo erg was het ook weer niet.
Een van de oudste vormen van oplichting: iets duur maken, zodat het wat lijkt, en dan korting geven, alsof je een goede deal hebt. En dan ook nog bij het uitstappen vragen of je het leuk vond, een vraag waarop je beleefdheidshalve geen nee kunt antwoorden. 
Uitgevers kunnen nog wat leren van rondvaartbootmaatschappijen.

Eenentwintigste werkdag

Podcast Mutsaers

'Ja, hoor, ze zit al klaar.' Ik wilde weten of de oud-bibliothecaresse, gegeven tig omgevallen vrachtwagens, diverse afgerukte daken en drie doden, nog goesting heeft om met mij naar boekhandel Flevo in Huizen te gaan om, nou ja, boeken te kopen. Dit leek me een leuk uitje.
Ik ga haar ophalen. De storm is gaan liggen. De files vallen mee. En ze mag van mij een shaggie in de auto roken.
'Wat vind ik het ongelooflijk gezellig om met jou in de auto te zitten!' roept de oud-bibliothecaresse meer dan eens uit.
Het is ook gezellig.
'Wanneer zat je voor het laatst in de auto?'
'Bij mijn vader, op weg naar de praktijk. Dat zette hij mij af, en ging hij kiezen trekken.'
We passeren de oude Prinsengracht-bibliotheek. 'Werkte jij hier in de jaren tachtig en negentig?' Ze knikt. 'Dan hebben we elkaar misschien toen gezien.' Een romantisch idee.
Op de snelweg verbaast ze zich over de wereld om haar heen.
'Kijk daar, schapen,' wijs ik naar opzij. 'Vieze schapen. Of in elk geval: grauwe.'
Ze eet haar broodje. 'Gôh, wat een lekker broodje.'
Boekhandel Flevo is niet alleen goed bereikbaar per auto, hij is ook ruim, prettig klassiek ingericht en, niet onbelangrijk, Het dispuut ligt daar nog in een stapel op tafel.
De oud-bibliothecaresse ziet meteen twee romans die ze wil hebben: Heilige Rita en De pelikaan. Harnas van Hansaplast lijkt me ook iets voor haar. Als ze vervolgens nog een boekje met wandelingen van 17 kilometer en langer wil kopen, fluister ik tegen de boekhandelaar: 'Laat dat maar zitten.'
Eigenlijk komen we voor de mémoires van Casanova, een cassette van drie lijvige banden, samen  €150, en geen makkelijke kost. 'Weet je het zeker,' vraag ik nog maar eens. Ze weet het zeker. Dan gaat de koop door. Wie ben ik om een vrouw met onstilbare leeshonger 4000 pagina's dundruk te ontzeggen? Ondertussen zet de boekhandelaar een glas witte wijn met nootjes ('van de Lidl') voor ons neer. 'Hmm, wat een lekkere nootjes,' zegt de oud-bibliothecaresse.
'Jij wou toch ook altijd een boekhandel beginnen?' zeg ik.
'Ja.'
'Waarom heb je dat niet gedaan?'
'Geen geld.'
Op de terugweg sla ik mezelf voor het hoofd dat ik haar niet eerst heb laten plassen, en ik heb ook geen sanitary pads op haar stoel gelegd. 'Als je moet plassen, moet je het zeggen,' zeg ik, 'dan stoppen we.'
'Ik hoef niet te plassen!' protesteert ze. 'En wat gênant dat je daar de hele tijd over begint!'
Goed punt. Na een poosje vraag ik: 'Ben je boos op me?'
'Ik kan niet boos op jou zijn, Viktor.'
Even later dommelt ze tegen mijn arm in slaap.

Drie depressieven

Antonio Romero, Lactose #1

Mijn Grote Amerikaanse Vriend komt niet naar Amsterdam, zoals beloofd. Pity. Hij was uitgenodigd voor een conferentie in Europa, ik geloof zelfs in Leiden, en zou dan mij en onze gemeenschappelijke Amerikaanse vriendin in Amsterdam bezoeken, maar hij had er uiteindelijk toch geen zin in.
Reden?
'I'm feeling a bit down,' emailde hij.
Ik dacht: down? Wacht eens even, dat ben ik ook! Ik was me er zelf niet zo van bewust maar ik schijn aan een winterdepressie te lijden. Of laat ik het zo zeggen: in de winter zijn de kuiltjes in mijn gemoed, de dalen in de grafiek, iets dieper dan in andere seizoenen, en dat kan inderdaad zomaar met de verminderde hoeveelheid zonlicht en het alsmaar binnen blijven te maken hebben. (Mijn pogingen suikervrij de dag door te komen helpen ook niet). Mijn stemming schommelt wel vaker, maar ik weet zeker dat ik depressief ben als zelfs de oudste beweging der wereld mij koud laat.
'Wow! I'm also (dare I say) depressed!' emailde de Amerikaanse Vriendin in Amsterdam.
'I'm sorry to hear that both of you are depressed too,' reageerde de Grote Amerikaanse Vriend. 'Let's do a three way skype soon.'
Opeens zag ik in een wereld voor me waarin iedereen depressief was. Althans, iedereen in het koude, oude noorden. De mensen in het warme arme zuiden hadden nergens last van.


Huidtinten



'Jezus, wat heb ik toch een rooie kop,' verzuchtte ik tegenover lieftallige, toen de achtjarige het portret liet zien dat hij van mij had gemaakt met gebruikmaking van het rekwisiet dat de vierjarige had gekregen als traktatie in de klas. Ik geef toe, er zijn ergere dingen, zoals een kind krijgen met Marfan, maar goed, cosmetische problemen zijn ook problemen.
'Jij hebt een ongelooflijk rooie kop,' beaamde lieftallige.
'Een kreeftenkop.'
'Zoiets.'
'Vooral als ie zo afsteekt tegen een groene achtergrond. Terwijl ik niet eens in de zon heb gezeten.'
'Ja. Net als je vader. Die is ook rood.'
Ze heeft gelijk; niet alleen in dat opzicht lijk ik op mijn vader. (Een ander opzicht is bijvoorbeeld dat ik liever niets onderneem dan iets, maar dit houdt denkelijk met onze roodheid geen verband.) 'Mijn moeder is bruin,' probeerde ik mijn pigmentaire achtergrond nog enigszins recht te trekken.
'Jouw moeder is geel,' zei ze. 'Net zoals je zus, en één van je broers. De rest is rood.'
Ik had nog nooit naar mijn familie gekeken in termen van rood en geel, maar opnieuw moest ik haar gelijk geven. Zij heeft, zijnde gediplomeerd fotograaf/fotoshopper, ook verstand van huidtinten.
'Ik hoop dat jouw pigmentaire achtergrond niet terugkomt in onze kinderen,' wilde ze nog kwijt.
Dat hoop ik ook niet. Niemand wil rood zijn.

Murakami

Terwijl lieftallige met een bevriende Murakamiaan afreist naar Rotterdam voor het Haruki Murakami Festival, stap ik op de trein naar mijn ouders om, nou ja, het weekend door te komen. Die treinreis is een feest voor de acht- en vierjarige, en het nieuws dat we in Utrecht verder moeten met een NS-bus wegens 'aanrijding met een persoon' op het traject naar Den Bosch, wordt door de kinderen met groot gejuich begroet. Ik vraag me af wat Murakami hiervan zou maken. Zou hij zich, net zoals ik, verwonderen over de kleine volksverhuizing die zo'n aanrijding met een persoon tot gevolg heeft? Zou hij zijn hoofdpersoon in zo'n geval, terwijl hij op de bovenste verdieping zit van de dubbeldekker, laten overpeinzen over de kosten die zo'n aanrijding met zich meebrengt en wie daarvoor moet opdraaien, of zou alleen een Nederlandse schrijver zulke overpeinzingen hebben? Zou Murakami iets gemaakt hebben van het feit dat de mensenstroom op Utrecht Centraal richting de NS bussen zich op bijna bijbelse wijze splitste in een rij voor de bussen, en een rij voor de Vakantiebeurs? Zou hij, eenmaal in de bus, zich hebben afgevraagd welke professionals de toch tamelijk gruwelijke taak hebben om de resten van de aangereden persoon tussen de rails uit te pulken? Zou hij voor zijn verhaal het standpunt kiezen van de persoon die op het punt staat aangereden te worden, de persoon die de aangereden persoon moet opruimen of de persoon die de machinist moet opvangen? Of zou hij zijn anonieme hoofdpersoon, in de bus naar de provinciehoofdstad, laten mijmeren over de vraag of hij, als gezichtloze passagier, wellicht eerder op de hoogte is van de dood van de aangereden persoon, dan diens nabestaanden? Als we eindelijk zijn aangekomen op de plaats van bestemming laat lieftallige weten vanaf het festival dat ze in de pubquiz over Murakami heel ver is gekomen en haar Murakamiaanse vriendin in de laatste ronde zit. Ik bericht terug: 'Als de vraag is of hij een kromme heeft, dan luidt het antwoord ja.'

Jazzhaters

Krupa-thegenes.com

Mijn gesprekspartner sinds 1983 was gisteravond op de tizie als sideman van Krupa and the Genes. Hij kwam veelvuldig in beeld. De close ups waren genadeloos. Nooit eerder werd volgens mij zozeer ingezoomd op de moedervlek in de snorzone. 'Hé, daar heb je Jappe!' riep mijn vierjarige. 'En hij speelt blokfluit!' Wij vonden het allemaal prachtig en het groovede de pan uit. Maar dat gold dus niet voor alle tiziërs gisteravond, zo bleek. Een van de bandleden had de twitterfeed van het programma doorgestuurd. Er ging een wereld voor me open. 'Na een drukke dag deze pokkeherrie aanhoren trek ik niet. Zap' twitterde Wendy Duma. 'Is dit muziek?' (Jan van Droffelaar). 'Jazz. Ik HAAT het'. (®onald) 'Muziek waar je hoofdpijn zeker niet minder van wordt' (Claudia Emmen). 'Kan iemand die toeter afpakken? Dank u' (J van Dijk). 'Godvergeten bagger' (Eric van de Rijdt). 'Ppff, 't is voorbij. Niet te doen.' (Claudia van Straaten). En bij de afkondiging: 'Krupa and the Genes 4 februari in de Verkadefabriek in Den Bosch... is dat een uitnodiging – of toch een waarschuwing?'
Het blote bestaan van jazzhaters lijkt me iets om te koesteren als jazzmuzikant. Dan weet je in elk geval dat zij die zeggen van je te houden, even vooropgesteld dat die er zijn, ook echt van je houden, en niet alleen maar aardig proberen te zijn – waar overigens ook weinig mis mee is, maar dat terzijde.

Singularité Française

Interessante geluiden uit Frankrijk in het kader van de #metoo-discussie. Catherine Deneuve c.s. schrijven in Le Monde dat de wereldwijde campagne tegen vermeend seksistische mannen een nieuw puritanisme inluidt, waartegen zij zich verzetten, niet alleen omdat deze overtrokken is, maar ook de vrijheid van meningsuiting bedreigt. Als man kun je het hiermee moeilijk oneens zijn. Maar een vrouw die op de barricaden van het feminisme staat, schreeuwt onmiddellijk moord en brand, want wordt hiermee niet het leed vrouwen aangedaan gebagatelliseerd en zelfs gelegitimiseerd? Leed is subjectief. Misschien flauw, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat er een verband bestaat tussen de manier waarop Deneuve in het leven staat en haar coulante opstelling ten opzichte van mannen die zich aan haar opdringen, net zoals Caroline de Haas' extremisme ongetwijfeld te maken heeft met haar levensstijl en ervaringen met varkens, herstel mannen. Vlak jaloezie niet uit; jaloezie speelt ongetwijfeld een rol in deze discussie maar daarop wijzen is taboe. Bestaat er zoiets als een singularité Française wat betreft de omgang tussen man en vrouw, die het midden houdt tussen het, gechargeerd gezegd, frigide noorden van Europa en het hete zuiden? Misschien, maar daar heb ik dan weinig van gemerkt die weken dat ik in Parijs zat in mijn schrijfkamertje. Op straat was ik als man even onzichtbaar als in Amsterdam. Geen vrouw die mijn blik retourneerde, laat staan uit eigen beweging contact legde – uit sletvrees of uit desinteresse, dat is de vraag. Mij is verteld dat een Parisienne die de 'bonjour' van een man op straat beantwoordt, daarmee te kennen geeft wel in te zijn voor meer. Dat is in Amsterdam geloof ik niet zo. Ik heb het niet getest. De enige plek waar in mijn ervaring trouwens behoorlijk geflirt wordt op straat en elders is New York.

Notulen eerste (en enige) bestuusvergadering Stichting Sehnsucht

Afbeeldingsresultaat voor chickpea art
Sadi Tekin


Aanwezigen: penningmeester, adviserend lid, secretaris/oprichter
Afwezigen: voorzitter (ziek), officieuze heerseres (huis uit gevlucht)
Agenda: stopzetten van alle lopende activiteiten

De vergadering werd geopend met een bordje pompoensoep, met daarin een klodder crême fraiche, een miniboeketje verse koriander en wat geraspte sinasappelschil. Penningmeester en adviserend lid opteerden daarbij voor groene thee; secretaris/oprichter verklaarde enigszins onsamenhangend dat hij wijn wilde omdat hij hoofdpijn had. De soep bleek niet zo heet te worden gegeten als hij werd opgediend. Hij werd ook niet zo heet opgediend als hij in de pan had gezeten.

Het was tijd voor verse rode bietensalade met feta, dille, kappertjes en geroosterde hazelnoten. Makkelijk hoewel tijdrovend maar altijd lekker dacht secretaris/oprichter, (en goedkoop, wist penningmeester). Geroosterd Turks brood met huisgemaakte humus (van  g e p e l d e  en daarna geroosterde kikkererwten – echte liefde dus) en babaganoush (met een kwart teen in plaats van de gebruikelijke hele teen knoflook) omdat het bestuur na de vergadering de wereld nog aan moest kunnen.

Het dessert, bestond, alweer simpel maar doeltreffend, uit vadsige frambozen (uit Spanje, hetgeen het schuldgevoel over de environmental imprint van deze vergadering temperde bij secretaris/oprichter), met slagroom (spuitbus, helaas weer milieustrafpunten) met daaroverheen een sneeuwtje van cacaopoeder (fair trade?). Tenslotte lieten de bestuursleden niet na, onder het genot van hun espresso, te grabbelen in het koekblik met zelfgebakken speculazen.

'En hoe voelt het om alle lopende activiteiten van de Stichting stop te zetten?' wilde het algemeen lid nog weten van de secretaris/oprichter.

'Heel goed,' sprak deze.

Er was niets voor de rondvraag; alles was gezegd. Na het uitlaten van het bestuur ging secretaris/oprichter even liggen, dat had hij wel verdiend, vond hij.

Afscheidsreceptie



Zelden herlees ik eigen werk – ik bijgeloof zelfs dat daarvan een negatieve werking uitgaat op Nieuw Werk – maar toen ik afgelopen zaterdagmiddag de afscheidsreceptie bijwoonde van mijn huisarts, kreeg ik de behoefte om hoofdstuk 24 uit Zalig uiteinde nog eens te bekijken. De receptie van mijn huisarts – een misnomer if there ever was one, want hij is nog nooit bij mij aan huis geweest; althans niet in de hoedanigheid van arts, wel in die van buurman, want dat was hij ook tot een paar jaar geleden – vond conveniently plaats in het eerste het beste horeca-etablissement naast de praktijk. Het was donker; de sfeerverlichting stond aan. Er had zich al een rij gevormd voor de dokter die achterin de zaak felicitaties (of condoleances) in ontvangst stond te nemen, en uiteraard talrijke geschenken, die zich op de tafeltjes om hem heen opstapelden. Ik stapte uit de rij, bestelde een complimentary Affligem en ging weer in de rij staan. Ik raakte aan de praat met de dame op leeftijd achter mij, die met een stok liep. 'Ik heb een klapvoet,' zei ze, wijzend op haar ene schoen die duidelijk verschilde van de ander. En: 'De nieuwe dokter heb ik al een keer gezien, is heel geschikt hoor... Weet je wat hij tegen me zei? Jouw hele lijf is één en al artritis, behalve je hoofd.' Eindelijk was ik aan de beurt. 'En wat ga je doen?' vroeg ik aan mijn huisarts, die ik, als ik huisarts was, nog wel een decenniumpje of twee zou geven. 'Rondreis met de camper door Europa.' De man van de huisarts, die verdekt was opgesteld aan een nearby tafeltje, liet glunderend van trots de foto zien. Een prachtig gevaarte, spiksplinternieuw, alles erop en eraan. Op een foto zag ik mijn huisarts zitten op de bank in de camper. Hij keek niet vrolijk. 'Hij houdt er niet van om op de foto te gaan.'

Twintigste werkdag

'Voor mij is elke dag oud en nieuw,' antwoordt de oud-bibliothecaresse, op mijn vraag naar haar beleving van de jaarwisseling.
Ze zit met een kop lauwe koffie achter een opengeslagen krant aan tafel. Ze ziet er fris uit. Natuurlijk, de sanitary pads op alle beschikbare zetels in de ruimte herinneren aan een minder fris aspect van haar bestaan, maar gelukkig hoef ik me daar niet om te bekommeren.
'Ik ben mijn bril kwijt,' zegt ze. 'Zou jij eens willen kijken? Zonder bril kan ik hem niet vinden. Ik zou eigenlijk twee brillen moeten hebben.'
'Een bekend probleem, waar mijn vrouw ook last van heeft.' Niet de enige overeenkomst tussen deze twee vrouwen. De oplossing is een bril aan een touwtje om je nek, maar ja, dat is ook weer zo wat.
Ik zoek in en onder de bank, waarop de oud-bibliothecaresse tegenwoordig zichzelf te slapen legt (want: dichter bij de kachel), – hoewel ze naar eigen zeggen vannacht niet geslapen heeft ('Ik zat oude kranten te lezen. Het was ochtend voor ik er erg in had. Toen dacht ik, dan kan ik net zo goed opblijven.'). In haar koude slaapkamertje aan de straatkant vind ik alleen een stapel boeken en een notitieblokje. Ik sla het open, lees de zinsnede 'op een zuipen gezet', iets over Menno en R.W., en sla het weer dicht. Geen bril hier.
In de 'badkamer' achter het keukentje? Neen. Op het dressoir? Bij de piano (waar ze wonderwel nog wel eens wat op pingelt; zij het zonder pianolampje, het wordt mijn levensdoel om haar een pianolampje te bezorgen)? In een zak van haar jas? Neen, neen, en nog eens neen. Ik geef het op.
Ik haal mijn leesvoer voor vandaag uit mijn tas, deel 1 van de schitterend uitgegeven en vertaalde memoires van Giacomo Casanova.
'Ga je lezen?'
'Als jij leest, ga ik ook lezen. Zal ik wat voorlezen?'
Als ik voorlees mis ik niets, omdat ik niet wil dat mijn gehoor iets mist. Het gaat langzamer, maar wie begint aan mémoires van 4000 pagina's kan beter geen haast hebben.
Het fragment gaat over Casanova's pogingen om op vijftienjarige leeftijd prediker te worden in Venetië, die worden gefrustreerd door een vreselijke priester die vroeg in de ochtend bij hem naar binnen sluipt om zijn lange krullen af te knippen omdat hij vindt dat hij te ijdel is. Hij wil de priester terugpakken, maar dat hoeft niet meer als zijn haar wonderlijk trendy wordt bijgeknipt. Zijn eerste preek, die hij uit zijn hoofd wil houden, eindigt in een drama omdat hij zich vooraf heeft bezat bij een vriend. Ik stop met voorlezen als Giulietta, een bekende courtisane, ten tonele verschijnt. Casanova bekritiseert in bedekte termen haar uiterlijk, misschien omdat zij hem te weinig aandacht schenkt.
'Prachtig,' zegt de oud-bibliothecaresse, terwijl ze een nieuwe sigaret rolt.
'Ja.'

Vasten

'Ik lees hier in de krant dat vasten goed is voor de gezondheid,' deel ik mee aan het ontbijt, dat ik oversla, overigens met name omdat er niet genoeg is sinds ik verzuimd heb boodschappen te doen. 'Je leeft langer en je hebt minder kans op kanker, hart en vaat ziekten en andere narigheid.'
Lieftallige lepelt rustig verder uit haar yoghurt met müesli.
'Af en toe helemaal niet eten,' draaf ik voort, 'is bovendien makkelijker dan over het geheel minder eten. Keertje proberen?'
'Ik geloof er niks van,' zegt ze.
'Moet je dat artikel lezen,' zeg ik. 'Als je daar tijd voor hebt.' Ik laat een bijna onhoorbaar hoonlachje ontsnappen.
'Dat háát ik.'
'Wat?'
'Dat lachje van je, na zo'n zelfvoldane opmerking. Vreselijk.'
Er onstnapt weer zo'n lachje, ik kan het niet helpen.
'Nu deed je het wéér!' roept de achtjarige.
Als de moeder naar haar werk is en de kinderen eindelijk weer eens voor een dagje zijn opgeborgen, vast ik verder. Dat wil zeggen, ik heb mijn regime iets afgezwakt. In plaats van helemaal niets eten, eet ik druifjes. Koffie kan mijn brein niet zonder, maar dan wel zonder suiker. Dan zwicht ik voor noten en een avocado. Mijn vasten gaat naadloos over in een anti-toegevoegde suikers dieet. Maar dat betekent dat ik niet alleen de door mij begeerde koekjes en chocola moet laten staan, maar ook de broodmaaltijd.
Een 'interessant' bijeffect van 'vasten' is dat ik meer tijd heb. Tijd die normaal nodig is voor voedselbereiding en -verwerking, krijg ik gratis en voor niks terug in de vorm van vrijheid. Tot zover het goede nieuws.
Het slechte nieuws is dat ik me de hele dag wat vaag en onbestemd voel. Niet up, niet down, de sugar rush alsmede de daarop volgende depressie blijft me bespaard, maar daar komt dus een continu 'gaat wel' voor in de plaats.
Als ik dit vasten af en toe volhoud, word ik vast honderd. Dan ben ik nu dus op de helft.
Misschien dat vasten toch vergeten.

Meer aan de dood denken

Met mijn gymnasiast bespreek ik strategieën om de werklust, concentratie en creativiteit hoog te houden voor studie en anderszins. Ik stel voor: minipauzes, een stukje wandelen, douchen, even liggen, sowieso wanneer mogelijk ogen dicht. Hij knikt en vult aan: het beste is om twintig minuten te werken, dan weer tien minuten te pauzeren, dan weer twintig minuten te werken, enzovoorts. Zo haal je het meest uit je tijd. Dat lijkt mij wat veel pauze op wat weinig werk, maar ik zwijg, want wat voor hem werkt werkt voor hem en ik wil in geen geval zijn strategie ondermijnen. Ik merk wel op: als je pauzeert moet je ook  e c h t  pauzeren en dus niet op je telefoon gaan kijken. Teveel prikkels. Het idee van pauzeren is dat je de hoeveelheid prikkels beperkt, anders verspil je kostbare aandacht. En wat ook helpt, ga ik verder, is iets anders gaan doen als je vastloopt of het even allemaal niet meer weet. Een ander onderwerp kiezen, een andere vorm, alles weggooien en opnieuw beginnen. Dat lijkt hem ook zinvol. Het is even stil. We laten de strategieën om meer uit onze tijd te halen bezinken. Dan komt hij met nog een advies, ergens gelezen. En dat is? Aan de dood denken. Krijg je inspiratie van. Hij lacht zijn kleine glimlach. Schijnt echt te werken, pap. Ik ga het proberen, zeg ik. Hier is mijn voornemen voor het nieuwe jaar: meer aan de dood denken. Kijken of het werkt.

Poubelle

Ik ben nog niet terug in Werelddorp A. of ik sta alweer gebukt stront te scheppen. Met dank aan de logeerpoes. Tijdens ons verblijf in de Achterhoek heeft hij om hem moverende redenen zijn behoeften in de kattenbak gedaan, in plaats van in de achtertuin. Andere verschillen die overeenkomsten blijken te zijn: alsmaar bezig zijn met eten, eten klaarmaken, voor jezelf en anderen, afruimen en weer opnieuw eten. Een verschil, dat wel een verschil blijkt te zijn: afval op straat. Op het platteland zijn geen straten, dus er kan ook geen afval op liggen. Uit de boerderij namen wij volgens het principe carry in, carry out een aantal vuilniszakken mee, plus een zak lege flessen, die ik op de weg naar de snelweg hoopte te kunnen dumpen. Dit herinnerde me aan de poubelle op de familieboerderij in de Morvan van vroeger, waar we na ons verblijf onze zakken zo van een heuvel keilden, de natuur in. Die mocht het probleem oplossen. Hier reed ik het centrum in van een dorp dat we passeerden, en trof inderdaad een vuilcontainer aan, maar de klep ging niet open. Niet voor mij. Alleen voor inwoners, met een pasje. 'Zet die zakken er maar naast, er zit toch geen adres van ons in,' adviseerde lieftallige, altijd weer verrassend pragmatisch. Ik stelde me voor dat een buurman mijn misdaad tegen de menselijkheid vastlegde met zijn camera, en dat we binnenkort alsnog een hoge boete van de provincie Gelderland op onze deurmat konden verwachten.

Walden

Ja, moeten we de stad vergeten en hier blijven wonen, in een soort commune met bevriende ouders en hun kinderen? En, om het plaatje af te maken, op het land gaan werken om in onze eigen voedselbehoefte te voorzien, de oude paarden inwisselen voor jonge koeien en onze kinderen home-schoolen en 's avonds rond het kampvuur gitaar spelen en liederen zingen en met zijn alle de liefde bedrijven in de gezonde buitenlucht? Een beetje zoals in Together van Lukas Moodysson? Ja, dat is een aanlokkelijk perspectief. Maar je moet er tegelijkertijd niet aan denken. Vrijheid, inderdaad, door allerlei burgerlijke restricties op te heffen, maar wat komt daarvoor in de plaats? Juist! Nieuwe knechting. En irritatie, vooral, die nu eenmaal inherent is aan iedere vorm van samenleving. Het is niet zozeer het opruimen van andermans troep, het terechtwijzen van andermans kinderen, en de jaloezie op elkaars partners, maar veeleer het gevoel dat andere mensen minder doen dan jij, minder geloven in de commune, vals spelen, zich drukken. En, niet te vergeten, de stilte. Wie de achterste uithoek van de Achterhoek uitzoekt om te leven, moet zich verzoenen met het grote niets, de verveling, en dat lukt niet als je je vrijwel niet aan het gemeenschappelijke gedoe kunt onttrekken. Aan de andere kant, ik heb het nooit geprobeerd, en zeker niet met deze mensen, dus misschien moet ik niet zo cynisch zijn en werkt het wel, als er voldoende buffers zijn ingebouwd op alle fronten.

De vliegen

Het nieuwe jaar dient zich aan in de vorm van een bromvlieg in de bedstee. Gisteravond, tijdens het spelletje Go met de Japanofiel, in wie ik overigens mijn meerdere moest erkennen, althans op het Go-bord, werden we al vergezeld door drie huisvliegen op de tafellamp. We deden een halfslachtige poging om ze te doden, maar dat lukte niet. Ze waren traag, deze wintervliegen, maar toch niet zo traag dat ze zich zomaar van het leven lieten beroven. Toen ik stront aan het scheppen was in de paardenstal, bedacht ik me dat dit klusje in de zomer wellicht iets minder romantisch uitpakt: overal vliegen, en stank. Nu was de stank prima te hebben. Een paardenvijg, ik heb hem bestudeerd, is ook niet veel meer dan een geurloos pakketje hooi met water.
Aukje en Luna reageerden kalm op het vuurwerkgeweld, dat zich hier uitte in de vorm van carbid-bommen bij de belendende varkensboerderij, dat 's middags begon.
Met boerderijhond Pablo ging ik een kijkje nemen. Het motregende. Met drank en zachte muziek had zich een groepje gevormd rondom een vuurtje en een carbidbom-opstelling. Dichterbijkomend werden we door steeds meer lieden aangegaapt. Pablo kenden ze wel, maar die figuur in die lange jas met die dandy-achtige witte sjaal, nee, dat was een vreemde. Mijn 'hallo's' en 'goedemiddags' werden beleefd geretourneerd. Terwijl een man een lange brandende toorts achter in een melkbus stak, voor het volgende salvo, deed een vrouw bij Pablo gehoorbeschermers om.