Negentiende werkdag

Benieuwd of de elektrische deken die ik twee weken geleden inbracht bij de oud-bibliothecaresse haar kwaliteit van leven heeft opgeschroefd, zoals de bedoeling was, of toch de weg naar de hel heeft geplaveid, wat ook zomaar zou kunnen, en waaraan ik in gedachten al menig nachtmerriescenario heb gewijd. Als ik haar groet vraag ik of er recent nog iemand langs is geweest. Nee, zegt ze, verbaasd, hoezo? En hoe gaat het met de elektrische deken? Goed. Heel goed. Potje scrabbelen?
Typisch hoe het korte termijn geheugen van deze vrouw wordt gewist als krijt van een schoolbord, want even later komt de dienstdoende mantelzorger met de naam waar een hertachtige in is verwerkt terug van boodschappen doen, en zij weet te melden dat 'die deken van mij' naar de gallemiezen is. Iemand was zo schrander om hem onder in de stoel bij de kachel te plaatsen, waar hij vervolgens op de grond viel, tegen de kachel aan; tot overmaat van ramp (maar dit was eigenlijk een blessing in disguise) was 'mevrouw' de deur uitgegaan in haar verkeerde jas, waar dus geen huissleutel in zat. Welnu, het liep, zoals wel vaker gelukkig, af met een sisser. De deken belandde in de vuilnisbak, maar iemand heeft hem daar weer uitgevist. Tot zover de kwaliteit van leven.
HELDER legt de oud-bibliothecaresse, met de R op 3 x woordwaarde: 48 punten in totaal. Een mooi woord. Ze dreigt te gaan winnen, zoals vorige keer met dammen. Dan staat ze op, op zoek naar haar tabak, en laat ze een lange, reutelende ruft.
Ik kijk om me heen, naar het plafond, de muur, in geveinsde verbazing à la 'next week you'll hear doctor bob say'. Daar moet ze kort en hard om lachen.
'Stinken jouw scheten?' Ik tuur naar de letters op mijn balkje, waar ik tot dusver niet veel soeps uit heb weten te destilleren.
'Nee,' zegt ze, resoluut, haar shagje dichtlikkend. Voor zover ik kan nagaan heeft ze gelijk. Een van de voordelen van het vegetarisme.