Veertiende werkdag

Als er geen gehoor is bij de oud-bibliothecaresse, zoals vanmiddag, ook niet na langdurig kloppen en door de deur heen roepen, dan is de eerste gedachte toch altijd weer: die is er in gebleven. Maar zie, als we onszelf – aangezien de Grote Vakantie nog altijd niet voorbij is heb ik mijn kleuter en achtjarige meegetorst – toegang verschaffen tot de woning, en een kijkje nemen in de slaapkamer, zien we daar de oud-bibliothecaresse in bed liggen. Met de ogen dicht, dat wel, en met de deken half van zich afgeworpen, maar niet dusdanig dat je denkt: dood. Dat komt goed uit, want ik ben gekomen om haar een exemplaar van Het dispuut te overhandigen.
'Riet?' zeg ik, want zo heet ze.
Ze blijft liggen met haar wang in het hoofdkussen, en opent één oog.
'Wij zijn er. Vind je dat leuk?'
Ze knikt met haar oogleden. Heel overtuigend vind ik dat niet.
Ik besluit koffie te gaan zetten en eieren te koken. Als de koffie klaar is, gaan we met zijn drieën weer in de slaapkamer kijken. De kleuter vindt die bezoekjes aan de slaapkamer zowel griezelig als opwindend, en ik voel dat met haar mee.
'Riet?'
Eén oog open.
'Zin in koffie?'
Oogknik.
'Dan moet je uit bed komen.'
Wij weer terug naar de kamer, om haar wat privacy te gunnen bij het opstaan, maar no way dat ze ons volgt om gezellig koffie te drinken of eitjes te eten.
Omdat de eitjes klaar zijn, beginnen we die alvast zelf op te eten. 'Is er ook ketchup?' wil de achtjarige weten.
Uit een flacon Heinz gevonden in de ijskast spuit ik gedachteloos een kwats op zijn bordje. De kwats oogt niet bloedrood, maar roestbruin. Het etiket leert mij dat de uiterste houdbaarheidsdatum van deze ketchup enige jaren achter ons ligt, maar ik hou mijn mond. De achtjarige klaagt niet. De kleuter vertrouwt het niet en schuift haar eitje van zich af. 'Vies.'
'Ga jij nog eens tegen Riet zeggen dat de koffie klaar is,' zeg ik tegen de achtjarige.
Hij houdt van taakjes, dus hij holt de slaapkamer in en roept: 'De koffie is klaar!'
Dan komt hij de kamer in gehold en lacht: 'Ze had haar ogen alweer dicht!'
Weer wat later geef ik de opdracht om aan Riet de boodschap door te geven dat als ze nu niet opstaat, wij weer weggaan. Never overstay your welcome, lijkt me.
Ik ga kijken om de boodschap kracht bij te zetten en vraag, toch wel een beetje naar de bekende weg: 'Of wil je toch liever slapen?'
Oogknik.
Groot gelijk.