Negende werkdag

Ik dacht de oud-bibliothecaresse een plezier te doen door een volvette haring voor haar mee te brengen, met augurk, op een pistoletje, van haringkar 'Gigant'.
'Hou ik niet van,' zegt ze.
'Eitje dan maar weer?'
'Graag. Hardgekookt. Met alleen zout. Geen peper.'
Twee noviteiten: er staat een tafeltje met een stok kaarten voor haar vaste stoel. 'Patiencen,' verklaart ze, met toch nog wel iets van gêne, 'als ik echt niets meer weet.' Maar nu heeft ze wel wat te doen, – en dat is de andere noviteit –, want ze is haar eigen zorg-dossier aan het doornemen: een map met groene vellen waarop iedereen die iets met haar te maken heeft aantekeningen bijhoudt, naar haar verwijzend met Mw, als in: 'Mw ligt in bed, geen zin om op te staan'.
'Kun je het lezen?'
'Nee. Al dat gekrabbel. Vreselijk.'
Ik vind een gebonden uitgave van Poesjkin in haar boekenkast, vertaald door Aleida Schot, met het alleszins leesbare verhaal De doodkistenmaker. Een doodkistenmaker, die ook kisten verhuurt ('Getverdemme, graven ze die dan op voor hergebruik?'), verhuisde met tegenzin naar een nieuwe woning. Zijn nieuwe buurman, een Duitse schoenmaker, kwam zich voorstellen. Ze bespraken de handel. De schoenmaker meende dat de doodkistenmaker in de betere business zat. 'Een levende kan zonder schoenen nog wel lopen, maar een dooie kan zonder kist niet leven,' riep de schoenmaker uit. Om die uitspraak kunnen wij hartelijk lachen. Op een buurtfeest waar veel gedronken werd, ook door de doodkistenmaker, begon de Duitser op van alles en nog wat te toasten, en ook en vooral op de klant, want zonder klanten waren ze nergens. Maar u kunt natuurlijk niet op de klant toasten! maakten de gasten de doodkistenmaker belachelijk, want die zijn allemaal dood! Dezelfde nacht had de doodkistenmaker een vreselijke droom, waarin hij werd bezocht door iedereen aan wie hij in het verleden een kist had verkocht (of verhuurd). Een ervan, een sergeant, die hij een vurenhouten kist had verkocht voor de prijs van eikenhout, bestond alleen nog uit een wankel skelet, dat de doodkistenmaker probeerde aan te vallen en uiteindelijk voor hem op de vloer in stukken uiteenviel. Een mooi beeld, vinden wij.