Achtste werkdag

O, de veerkracht der tachtigplussers! Nu eens denk je: die haalt de avond niet, en dan weer sta je versteld van hun wederopstanding. Vandaag tref ik de oud-bibliothecaresse bijvoorbeeld aan in een stoel bij het raam, in plaats van bij de kachel, met een boek in plaats van de krant en in kleurige, schone kleding.
'Aan het lezen?'
Ze kijkt me verbaasd aan. 'Altijd.'
Jammer, want ik had zin om haar oude Russen voor te lezen. Ik voel me overtollig. Maar na een straffe bak koffie en een hardgekookt ei legt ze haar boek graag terzijde voor 'Kinderen' en 'Schatje' van Tsjechov. Het mooie aan de verhalen van Tsjechov is dat ze zonder moraal zijn, in tegenstelling tot die van Tolstoj. Misschien komt dat omdat Tsjechov arts was.
Het eerste verhaal gaat over een groepje kinderen dat 's avonds laat aan tafel 'lotto' speelt. Zonder ouderlijk toezicht. Voor kopeken en roebels. Vechtend tegen de slaap. Op een gegeven moment roept de achtjarige Grisja uit: 'Een kakkerlak! Sla hem dood!' Dan roept een ander: 'Niet doen, misschien heeft hij kinderen!' Daar moet mijn toehoordster hartelijk om lachen. 'Dat zeiden wij vroeger ook.'
Het verhaal 'Schatje' gaat over een vrouw van wie iedereen houdt, en die het niet kan laten van iedereen te houden. Eerst wordt ze vrouw en daarna weduwe van een misantrope theaterdirecteur, en vervolgens van een doodsaaie houthandelaar. Tenslotte wordt ze verlaten door een eerder gescheiden vee-arts, wiens zoon ze opvoedt als was hij de hare. Olenka, de vrouw uit het verhaal, huilt dat het een aard heeft, is het niet uit droefenis, dan wel uit blijdschap, en ook bij ons springen bijna de tranen in de ogen bij zoveel onverdiend leed.
'Wat kunnen die Russen toch goed huilen,' zeg ik.
'Ja,' zegt de oud-bibliothecaresse. 'En thee drinken. God, wat drinken die lui veel thee!'