Eerste werkdag


Mijn eerste werkdag op zolder bij de oud-bibliothecaresse beviel goed, nadat ik met de daartoe bestemde onderbroek mijn bureaublad had afgenomen, het stof uit de bureaustoel had geklopt en mijn laptop in stelling had gebracht. De zon scheen uitbundig. Ik schoof het raam wat hoger open. Van de talrijke wifi-netwerken uit de buurt probeerde ik het onbeveiligde 'GAST'. Geen verbinding. Wat deed ik hier ook alweer? Een uur of wat later – wie zijn werkdagen kort houdt blijft vrijwel steeds nuttig – daalde ik het trappetje af. De oud-bibliothecaresse was in haar stoel bij de kachel in Dagboek van een postbode bezig. Nog even en ze wist alles. (Daar stond tegenover dat ze het waarschijnlijk niet lang zou onthouden.) 'Zullen we gaan wandelen?' Ja, dat leek haar wel wat. Ze deed een donker-oranje winterjack aan. We trokken de Jordaan in. Op een terras op de Noordermarkt, met onze rug naar de zon, dronken we een muntthee. 'Nou heb je je shag niet bij je,' zei ik, plagerig. 'Nee,' zei ze, 'jammer', met lichte spot in haar stem. Volgende keer, heb ik beloofd, speel ik wat op de oude piano uit het Schubert-boek van haar moeder.