5. Motor van mededogen



Maar er was meer, er was altijd meer. Sinds Onvlee officieel op sterven lag, nou ja, officieus, want hij zou nog een X aantal maanden meegaan, volgens de laatste diagnoses dan, was Lidwina veranderd. Niet dat ze geen medelijden toonde, maar de emotie maakte geen indruk meer op hem. Hij kon haar dat ook niet kwalijk nemen. Na een tijdje was het op, of beter gezegd, moest de motor van het mededogen met steeds meer energie worden aangezwengeld. Zijn periodes van zelfmedelijden vielen zelden samen met haar periodes van medelijden. Ze liepen niet synchroon. Als hij zich wentelde in zelfmedelijden, ging zij er keihard tegenin, schreeuwde dat hij zich aanstelde. Hij had toch een groots leven gehad? Meeslepend misschien niet, maar wel groots, afgesloten ook nog met de realisering van zijn droomhuis? En als haar motor van mededogen een keer goed op gang kwam, eindelijk weer eens, dan gaf hij niet thuis, wuifde hij haar pathos weg, haar artificial tears, haar o zo goed bedoelde, deernisvolle opmerkingen. Hij probeerde haar te troosten, nota bene, met het leven dat Lidwina na zijn dood nog zou resten. Met het huis, en met de kinderen, die over de hele wereld woonden en werkten. Maar inmiddels wist hij één ding zeker: dat met de diagnose, met het medelijden, of de motor nu aanstond of niet, ook de liefde in de design afvalemmer was verdwenen. Hij gunde het haar niet meer.