donderdag 26 januari 2012
O.
O. was die ochtend opgestaan zonder zijn vrouw te groeten. Hij had zijn schedel geschoren zonder een nieuw mesje te gebruiken. Hij was gaan ontbijten zonder op zijn vrouw te wachten. Hij was weggegaan, zonder te zeggen waarheen. Zij had hem laten gaan, hoewel ze dacht dat het misschien beter was geweest om hem tegen te houden, ook al had dat overredingskracht en misschien zelfs geweld gekost. O. had tien minuten gelopen om bij de plaats van bestemming aan te komen. Tijdens die wandeling had hij nauwelijks gedachten gehad. Nauwelijks gedachten die de moeite van het registreren waard waren. Hij had vooral naar de grond gekeken, want hij wilde zo min mogelijk mensen zien. Preciezer: hij wilde zo min mogelijk mensen in het gezicht zien. Het motregende licht toen hij bij de ingang van het gebouw kwam. Op het bordes zaten rokende jongeren die hem negeerden. Hij werkte zich door de traag bewegende draaideur naar binnen. Hij ritste zijn makkelijk zittende fleece-jack open. Links zag hij twee bewakers met elkaar kletsen. Achter de balie zaten twee vrouwen zwijgend voor zich uit te kijken. O. glimlachte. Hij beklom het laatste, kleine trapje, liep naar de eerste de beste computerterminal, ging zitten, logde in, en bracht alles met een muisklik tot ontploffing.
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)


Aangekondigde dood van het bibliotheekboek?
BeantwoordenVerwijderen