vrijdag 13 januari 2012
Geachte postbezorger,
Ik begrijp dat u het zwaar heeft. Ik begrijp dat u, in deze tijd van het jaar, niet staat te springen om de straat op te gaan. Ik begrijp dat u meer respect verdient dan schoonmakers, want ja, wat doen schoonmakers helemaal? Schoonmaken, dat is juist, en laten we wel wezen, ze zijn daar niet altijd zo succesvol in, maar u heeft een cruciale taak in de logistieke economie. Nee, ik heb het niet over mijn brief aan Aristide von Bienefeldt die u kwijt maakte tussen Kerst en Oud & Nieuw – gelukkig heb ik nog een reservekopie – of dat de porto weer een puntje omhoog is gegaan. Daar valt mee te leven. Het is en blijft een wonder om in A. iets op de bus te doen dat een dag later – insjallah – bij B. op de deurmat valt. En dat voor een paar luttele centen! Zelfs wanneer ik onze majesteit op de zegel optuig met H-snor en dito spuuglok! Hiervoor ben ik Tante Pos, de RVD en de God der Bestelwagens op mijn blote knieën dankbaar. Nee, het gaat me om de kennelijke furie die u aan de dag legde bij het bezorgen van onderhavig manuscript, waarover ik, getuige de begeleidende persbericht, dat gelukkig nog net leesbaar is, toch pas vanaf 1 februari mag publiceren. Ik zou zeggen: haalt u eens diep adem, en bel aan. Sierkluizenaars bijten niet.
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)


Geen opmerkingen:
Een reactie plaatsen