De ober, een zachtaardige slungel met pretogen en zoenlippen, was met vrienden in het Beatrixpark beland. Niet om zomaar op een bankje te hangen, maar om een feestje te bouwen. Speakers aan takken, bier & wijn in koelers, zelfgemaakte happen, zulk soort werk. Waarom niet? Instant quasi-clandestiene facebookfeestjes waren all the rage. En het was zomer. Wie weet de laatste mooie, warme avond. Iedereen was uitgelaten en opgewonden; de ober misschien nog wel het meest. Had hij verliefde gevoelens? Heel goed mogelijk. Nog waarschijnlijker was dat er diverse mensen van beide geslachten verliefde gevoelens hadden voor hem, de zachtaardige ober, maar hoe kwamen ze bij zijn zoenlippen? Dat was niet zo eenvoudig. Tegen het einde van het feestje was de ober zo dronken, dat hij zijn heil hogerop ging zoeken, in de omringende bomen. Hoe hoger je klom, was zijn gedachte, hoe groter de vreugde. De ober deed zijn best om zijn lange ledematen als een luiaard omhoog te slingeren. Halverwege miste hij een tak en buitelde 1, 3, 5 meter naar beneden. Goddank werd zijn val vlak boven de grond gebroken. De ober krabbelde op, er verscheen een glimlach om zijn zoenlippen, hij hoorde muziek, begon te dansen, en danste door tot de vogels floten. Toen hij zijn roes had uitgeslapen bleek hij zijn voet te hebben gebroken. Men kan alleen maar hopen dat een van de verliefden hem met zorg heeft verpleegd.
maandag 31 oktober 2011
Het ongelooflijke verhaal van de zachtaardige ober die vijf meter uit een boom viel
De ober, een zachtaardige slungel met pretogen en zoenlippen, was met vrienden in het Beatrixpark beland. Niet om zomaar op een bankje te hangen, maar om een feestje te bouwen. Speakers aan takken, bier & wijn in koelers, zelfgemaakte happen, zulk soort werk. Waarom niet? Instant quasi-clandestiene facebookfeestjes waren all the rage. En het was zomer. Wie weet de laatste mooie, warme avond. Iedereen was uitgelaten en opgewonden; de ober misschien nog wel het meest. Had hij verliefde gevoelens? Heel goed mogelijk. Nog waarschijnlijker was dat er diverse mensen van beide geslachten verliefde gevoelens hadden voor hem, de zachtaardige ober, maar hoe kwamen ze bij zijn zoenlippen? Dat was niet zo eenvoudig. Tegen het einde van het feestje was de ober zo dronken, dat hij zijn heil hogerop ging zoeken, in de omringende bomen. Hoe hoger je klom, was zijn gedachte, hoe groter de vreugde. De ober deed zijn best om zijn lange ledematen als een luiaard omhoog te slingeren. Halverwege miste hij een tak en buitelde 1, 3, 5 meter naar beneden. Goddank werd zijn val vlak boven de grond gebroken. De ober krabbelde op, er verscheen een glimlach om zijn zoenlippen, hij hoorde muziek, begon te dansen, en danste door tot de vogels floten. Toen hij zijn roes had uitgeslapen bleek hij zijn voet te hebben gebroken. Men kan alleen maar hopen dat een van de verliefden hem met zorg heeft verpleegd.
vrijdag 28 oktober 2011
In ruil voor bier ben ik zijn groupie
Eerst zit ik met mijn dikke pil aan de bar. In de verte, aan het andere eind van Alto, vermoedelijk het enige echte jazzcafé van Amsterdam, stampt een ad hoc kwartet met Reinier Baas op gitaar en op tenor Jasper Blom, mijn favoriete rietblazer. Een Duitser bestelt over mijn schouder een T-shirt van het café à €15. 'Large,' roept hij, niet accentloos. 'Large!' Om 11.30, was mij beloofd, zou de eerste set eindigen. Om 11.35 komt mijn favoriete rietblazer naar me toe, ik berg mijn pil op, hij duwt me bier in de hand – dat is de deal: in ruil voor bier ben ik zijn groupie – en neemt me mee naar de tafeltjes en stoeltjes bij het podium. Hij wil onder de grootste luidspreker gaan zitten. We nemen de kinderen door. Hij klimt, niet zonder hoofdstotens, het podium op voor de tweede set. Ik verwonder me weer eens over de dikte van zijn nek als hij blaast, en de vlugheid van zijn vingers. Waar komen die noten vandaan? Na een paar stukken en zelf-gefinancierd bier, Alto is niet scheutig met ongefinancierd bier, wat waarschijnlijk verklaart waarom het jazzcafé nog bestaat, komt de bodem van mijn bestedingsruimte in zicht en overweeg ik af te haken, ik moet nog 100 pagina's. Dan, alsof we kosmisch contact hebben, komt, tijdens de muziek, mijn favoriete rietblazer van het podium, hij is klaar met soleren en maakt plaats voor de anderen – en gaat bier halen. Waar vind je zoiets nog? 'Fijne solo,' zeg ik, als hij terugkeert. Daarvan is niets gelogen. En: 'Die gitarist had je zoon kunnen zijn.' En: 'Pas op voor die luidspreker als je het podium opklimt.' Ik had zijn moeder kunnen zijn. Ze stampen voort. 'One more!' roep ik aan het eind van het concert. Het verzoek wordt ingewilligd. Het is na tweeën. Er zit bier in mijn buik. Ik prijs mezelf gelukkig. 'You've been a wonderful audience,' fluistert hij door de microfoon.
donderdag 27 oktober 2011
Posteroorlog
Aan de wand in de klas van de lagere school van zoonlief (11) hangt, onder een blauw stuk papier met daarop handgeschreven HELDENFIGUREN, een poster van een schaarsgeklede dame, bij nader inzien Carmen Electra, die liggend op haar buik op een hoogpolig tapijt, een bovenstukje aan lijkt te hebben, maar dat is niet zo. Twee meter verderop, in de hoek, hangen diverse posters van bruine en witte schaarsgeklede heren, die ik niet herken maar dat zegt niets, alle geknipt uit de Cosmo Girl, onder het in meisjeshandschrift geschreven kopje LEKKER. 'Er is een posteroorlog aan de gang,' zegt de juf. 'Eerst hingen er nog veel meer schaarsgesklede dames, maar die heb ik weg laten halen. Eentje vond ik wel genoeg. Ik dacht: bij Carmen Electra trek ik de grens.' De jongens zijn de posteroorlog begonnen. Wie heeft, als eerste, dat poster van die verleidelijk kijkende schaarsgeklede Carmen opgehangen? Het slimste jongetje, zo blijkt, of althans, een van de slimste jongetjes van de klas, bij wie ik vooralsnog geen gierende hormonen had bespeurd. Zijn verklaring: 'Als ik hier de hele dag zit te werken mag ik toch ook wel iets hebben om naar te kijken?'
woensdag 26 oktober 2011
Dear Сухенко Володимир Вікторович, or should I say: Vladimir Viktorovitsj Sukhenko,
Terribly sorry to breach your privacy, but may I congratulate you with being one of my Goog-alikes? Unfortunately, for some idiotic reason I don't show up among your Goog-alikes, but that may be due to local internet peculiarities, or simply left over communist censorship. It is entirely possible, maybe even likely, that my image would show up on your computer at the Sgurivka Gymnasium in Kiev, where you, according to the website of the school, teach history and law. You know how Google wants us to focus. Anyway, Goog-alikes? What the? Perhaps I should explain. As you may, or may not know, the famous Google Search Company from Mountainview California has created yet another feature in their quest for perfect information retrieval, namely 'search by image'. Who needs language if you have image? Exactly. Just like a child playing with google's search engine will at some point (rather soon, actually) type its own name in the search window, to see what happens, we can now all upload our own pictures and see who is our internet-next of kin, or, catchier, our Goog-alike. (Just click on the little camera on the right.) In my case I tried three pics, the first one brought up mainly Asian militaries (high in rank, luckily, but still). The second one brought up young girls, one of them bespectacled and naughty. The third one, finally, produced men in suits. This was only fitting, as I am wearing a suit in the picture (no tie however, but one can't be too picky). One of those men in suits was you. Wait! I am not asking you to marry me, to give me your bank account number so we can finally collect a large sum of money, or to push the heaviest Dutch weed available in your neighborhood. I just want to say hi.
Greetings, and with uttermost respect,
dinsdag 25 oktober 2011
Frontale aanval op allenigheid
Ze kwamen met zijn tweeën, op een onmogelijk tijdstip,
pront, in het zwart, met donkerrode lippen, een map in de hand. Ik was met een
dikke pil onder mijn arm op weg naar het sushi-restaurant. De een met hoepel-oorbellen, bolle wangen en O-mond, stak
een betoog af, een pleidooi, een smeekbede. Haar argumenten waren weloverwogen
en waterdicht. De ander, petite, ogen van onyx, haar lijf gesnoerd
in een leren jack, lachte bij wijze van ondersteuning een gulle, geluidloze lach. In een andere tijd, een ander land, was ze vorstin
geweest. Ik zei ik ben gepresseerd, niet geïnteresseerd. Maar ik was allang bezweken. Niet door het aanbod. Door de aanbieders. Niet
door de taal, door de frontale aanval op mijn allenigheid, mijn totale gebrek aan verdediging. Ik liet mijn aanvallers binnen. Die met de O-mond stortte zich op papierwerk, de vorstin in
het jack zette zich achter de piano en waande zich, als de rest niet keek, Whitney Houston. Ik deed mijn jas uit en trok een fles wijn open. Die sushi kon wachten.
maandag 24 oktober 2011
Academische kwestie
Ik twijfelde even of ik Ashraf El Hojouj, wiens verhaal ik optekende in Khaddafi's Zondebok – zei ik niet dat het weer spamtijd was? – moest feliciteren met de executie van zijn kwelgeest, maar zwijgen was ook zo wat, dus ik stuurde hem een sms met de weloverwogen formulering: 'Gefeliciteerd met het einde van Khadaffi. Groeten ook aan Olga.' Ik kreeg geen respons. Ik dacht: ofwel Ashraf is niet blij met de executie van zijn kwelgeest, ofwel hij heeft een ander telefoonnummer, of zijn beltegoed is op, of hij heeft geen zin meer om met mij te smssen, of het is uit met Olga, zijn verloofde, en hij heeft geen zin om woorden vuil te maken aan het einde van zijn liefde. Nu kijk ik op teerbemindes computer op de Facebookpagina van Khadaffi's Zondebok (zonder FB-account blijft de helft van de wereld buiten zicht; mij hoor je niet klagen) en zie ik dat hij wel degelijk blij is ('hoewel de pijn blijft'). Hoe kan hij ook niet blij zijn? Hoe kun je niet blij zijn om het definitieve, onomkeerbare, en laten we wel wezen, verdiende einde van je kwelgeest? Ik kan niet laten te vragen of hij niet liever had gezien dat K. voor het gerecht was gesleept of een waarheidscommissie of iets dergelijks, maar dat is natuurlijk mosterd na de maaltijd. Dat is een academische kwestie. Als iets duidelijk is geworden, is dat Libiërs een broertje dood hebben aan academische kwesties.
vrijdag 21 oktober 2011
Men kan niet alle dagen schitteren – hooguit door afwezigheid.
Ik sta voor de spiegel en vraag me af of ik me moet scheren. Ik doe het, want ik moet naar mijn moeder. Een geschoren kaak ontlokt aan haar meestal de opmerking dat ik er goed uitzie, ook al voel ik me beroerd. Maar een pak trek ik niet aan, wat aan teerbeminde weer de opmerking ontlokt: 'Die combinatie die je nu aanhebt heb ik de afgelopen week iets te vaak gezien.' Ik laat het erbij. Men kan niet alle dagen schitteren – hooguit door afwezigheid. Als ik op mijn geboortegrond ben aangekomen, en mijn moeder me van top tot teen heeft kunnen opnemen, zegt ze: 'Wanneer ga je naar de kapper?' 'Welke kappa?' citeer ik Jacobse & Van Es, maar ze pikt het niet op. 'Zal ik je knippen?' Ik schud mijn hoofd. Kappen is een vak. De laatste keer dat ik mezelf door een niet-kapper liet kappen was geen onverdeeld succes. 'Jij knipt vader zeker ook?' 'Ja hoor. Gewoon even uitdunnen, is zo gedaan.' Ik denk niet dat er voor mij een uiterlijke verschijningsvorm mogelijk is die aan moeder geen enkele opmerking ontlokt. Ik vermoed dat ze gewoon blij is om me te zien. Het gevoel is wederzijds.
donderdag 20 oktober 2011
Gewenning
Opmerkelijk hoe snel een mens, mits voldoende gemotiveerd – motivatie is de bottleneck –, aan een nieuw ritme went, of zelfs daarop vooruitloopt. Vanochtend werd ik om 4.15 AM wakker, ruim op tijd dus voor mijn Nieuwe Onchristelijke Werkschema. Zonder wekker! (Mamma, zonder handen!) Alsof mijn lichaam bioritmisch stond te popelen om in mijn hol, excusez le mot, te spinnen. Geroutineerd hees ik mezelf uit bed, stapte in voornoemde peignoir, ik zal in het midden laten, puur om lezer dezes te prikkelen – en wellicht ook lezeres dezes! –, of zich daaronder nog een kledingstuk verborg, en sjokte op mijn Noorse sloffen naar de keuken om thee te zetten. Aanlokkelijk kon dit schouwspel onmogelijk worden genoemd, maar het was me ook niet om de aanlokkelijkheid te doen. Niemand is aanlokkelijk op dit tijdstip, beige peignoir en Noorse sloffen of geen beige peignoir en Noorse sloffen. Ik gunde mezelf een troostwafel, bij wijze van pre-breakfast, en sloot mezelf 'vrijwillig' op in mijn schrijfpaleis. Opnieuw viel het me op dat de sterren zacht straalden temidden van de blauwige wolken, en dat de maan wassende dan wel krimpende was – als iemand had beweerd, een weerman bevobbeld, dat een half etmaal eerder op dezelfde plek hagelstenen ter grootte van pitbullkloten naar beneden kwamen, had ik hem niet geloofd. Om 5.45 AM lag ik weer op een oor. Toen ik vanochtend wakker werd, op een Iets Maar Niet Veel Christelijker Tijdstip voelde mijn hoofd alsof iemand kapok in mijn schedel had gepropt, karton in mijn keel, en een stoeptegel op mijn voorhoofd had geplaatst om het geheel af te dekken. Afijn, alles voor de kunst.
woensdag 19 oktober 2011
Operation Occupy Writer's Den
In het kader van Operation Occupy Writer's Den zat ik vanochtend om 5.30 AM aan mijn schrijftafel, gekleed in een beige peignoir, met daaronder, dat zal u interesseren, een onderbroek – men moet de kat niet op het spek binden. De sterren straalden zacht boven mijn glazen plafond. De maan was wassende. Of krimpende, dat viel zo 1, 2, 3 niet uit te maken. Alleen op tweehoog brandde al, of nog, licht, maar de bewoner kennende denk ik niet dat daar een meesterwerk werd gespind, hoewel, zeker weten doe je het niet. Altijd kan ergens een meesterwerk worden gespind, in het geniep, door Iemand Van Wie Je Het Helemaal Niet Verwacht. Ik nipte aan mijn thee en opende mijn document (of het document was al geopend, daar wil ik vanaf zijn), en spon erop los. De eerste keer dat mijn blik viel op het klokje rechtsbovenin het beeldscherm, gaf het 05.56 AM aan, de tweede keer, 06.30 AM en toen het 06.52 aanwees, vond ik het wel weer mooi geweest voor vandaag. Inderdaad, 'mid morning' had ik niet gehaald, maar een klein stemmetje in mij zei dat H. Murakami alleen maar 'mid morning' tegen Vanity Fair had gezegd om op te scheppen. Er is een boel opschepperij in het schrijverschap; ik durf zelfs te beweren dat schrijvers de grootste opscheppers zijn in het kenbare heelal. Maar goed, mijn werkdag zat erop. Opgetogen en voldaan kroop ik terug in bed. Ik durf niet te kijken of mijn matineuze gespin ook van enige blijvende kwaliteit is, maar zoals eens een relnicht tegen me zei: niet teruglezen maar doorschrijven.
dinsdag 18 oktober 2011
5.30 AM
![]() |
| Murakami by Woldhek |
Ik lees in Vanity Fair dat H. Murakami, toen hij aan 1Q84 werkte, elke ochtend om 5.30 AM opstond, en dan tot 'mid morning' doorschreef. Eerder had ik al vernomen van dergelijke onchristelijke werkschema's bij zulke auteurs als D. Brown (die staat geloof ik om 4.30 AM op, en gaat dan eerst nog uitgebreid zitten fitnessen, terwijl zijn vrouw hem melkt) en M. 't Hart (die gaat elke avond na het 8 uur journaal naar bed, ook een opwindend leven). Ik was vanochtend om 5.30 AM op, dus aan de belangrijkste voorwaarde was voldaan, maar niet zozeer om te spinnen aan mijn meesterwerk, alswel om een ziek kind te troosten. Toen dat troosten klaar was, en het kind goddank weer in zijn eigen kribje lag, dacht ik: wat let me om nu in een moeite door naar mijn hol te tijgen en te spinnen aan mijn meesterwerk? Ik vrees dat het de zwaartekracht was. De zwaartekracht, tegen welke het zoveel moeilijker weerstand bieden is naarmate het hoofd zich dichter bij de grond bevindt. De inertie ook. De inertie die zoveel moeilijker te overwinnen is als het lichaam zich al geruime tijd in inerte staat bevindt. De Wet van de Kleine Bijdragen bovendien, die bepaalt dat voor het spinnen van een meesterwerk talrijke Kleine Bijdragen benodigd zijn, in plaats van één Grote, zodat het leveren van één enkele Kleine Bijdrage zich makkelijk laat opheffen als zijnde onbelangrijk. En tenslotte het cynisme, dat als een zuur oud wijf op de achtergrond sist: waarom zou je, ga toch slapen, het wordt toch niets. 'Reve stond toch ook niet om 5.30 AM op om te gaan schrijven?' wierp teerbeminde tegen. Ineens ben ik daar niet meer zo zeker van.
maandag 17 oktober 2011
Bevrijding
Mijn Amerikaanse neef is over via Düsseldorf. Dat belooft wat. Eerst
willen we zeilen op de Loosdrechtse plassen, maar dat blijkt te
ingewikkeld. Dan willen we naar het strand, maar het lukt ons niet om
zijn Duitse huurauto, ondanks zijn Duitse navigatiesysteem ('Bitte hier
abbiegen'), om de halve marathon richting zee te koersen zonder in een
file te raken, dus kiezen we voor plan C, een boottochtje over de
grachten. Ook water. Uit voorzorg neem ik een fles wijn en een zak
kroepoek mee. Het gesprek gaat al meteen dieper dan het scheepje steekt;
in no time zijn alle ballonnen lekgeprikt. Op de terugweg over de
Amstel, de Amerikaanse neef zit aan het roer, de wijnfles is leeg,
gebeurt het: de slappe lach. Je hebt twee soorten mensen. Mensen met wie
je de slappe lach kunt krijgen (al dan niet met behulp van slappe
lachbevorderende middelen) en mensen met wie dat niet kan. Mijn
Amerikaanse neef behoort tot de eerste categorie, dus is hij altijd
welkom. Weinig is zo bevrijdend als de slappe lach krijgen. De slappe
lach is het orgasme van het sociale verkeer. Als we tranen met tuiten
huilen, probeer ik de bevrijdende werking weer enigszins op te heffen,
in te dammen, af te remmen. Vooral uit schaamte vermoedelijk. Maar, dat
is bijzonder, juist wanneer je een S.L. probeert tegen te gaan, keert
hij even later met hernieuwde kracht terug. Er zit niets anders op dan
hem rustig te laten wegebben.
vrijdag 14 oktober 2011
Rituele slachting
Ik wist niet dat ik het in me had, maar het zit er, en het kwam gisteravond laat, toen iedereen in bed lag, naar boven: mijn killer instinct. Mijn moordlust. Mijn drang om een ander wezen van het leven te beroven, ritueel te slachten, eigenlijk – alle slachtingen zijn heden ten dage ritueel – met gebruikmaking van geweld. Goed, het slachtoffer was een muis, en in het geval van stedelijke knaagdierenoverlast is veel, zo niet alles, toegestaan. Niettemin stond ik zelf te kijken van de manier waarop ik dit schatje met een mes doorkliefde, teneinde vrij definitief verlost te zijn van zijn (of haar) aanwezigheid. Ik wil schrijven koelbloedig maar koelbloedig was ik allerminst, daarvoor ben ik te weinig geoefend in de jacht. Ik was het tegendeel van koelbloedig; mijn bloed kookte, kolkte, stolde. Ik keek hem recht in de ogen tot ik ze een voor een zag dichtvallen. Wezenloos schrok ik me van de stuiptrekkingen in de staart. Waar was het bloed, er was geen bloed! Ik wist niet wat ik deed. Was ik ontoerekeningsvatbaar? Mogelijk. 'The knife did it,' luidt het archetypische excuus van de messentrekker (in Theodore Dalrymple's mythologie, althans, en nu ik ervaring heb met het mes, geloof ik dat er een kern van waarheid in schuilt). Maar genoeg over mij. Hoe zit het met de muis? Is de muis katholiek? Misschien niet, maar hij ademt. Er stroomt bloed door zijn aderen. Misschien had hij een gezin, of was hij bezig er een te stichten. Niet meer, dus. Hij zal zijn plannen moeten voortzetten in het hiernamaals (lees: de riolering van Amsterdam).
Een terugkerend thema, inderdaad.
donderdag 13 oktober 2011
24-uurs economie
Net een J.M. Coetzee gescoord bij een van mijn favoriete boekhandels in Amsterdam, na Casperle uiteraard – ja, het plug-seizoen is weer begonnen –: De Vensterbank, Sarphatipark 127-huis. Sinds ik De Vensterbank heb ontdekt, kan ik eindelijk ophouden te rouwen om Plaisir de Lire. Weer of geen weer, dag of nacht, het aanbod hier is continu. Over de 24-uurs economie wordt veel onzin beweerd, velen propageren haar terwijl ze zelf al om half elf in hun mandje liggen, maar De Vensterbank is de 24-uurs economie in de praktijk. En dan heb ik het nog niet eens over het aanbod. Antiquaar, dat spreekt. Van wisselende kwaliteit. Dat spreekt eveneens. Maar ik ben er nog nooit langsgegaan zonder tenminste 1 gekaft stapeltje bedrukt papier in mijn jaszak te proppen. Laatst nog de uiterst urgente bundel opstellen 'Over kunst en literatuur' van collega-letterknecht Wladimir Iljitsj Lenin. Cynici zullen het doorslaande succes van De Vensterbank vooral toeschrijven aan de gehanteerde vaste boekenprijs van €1, en aan de laten we zeggen gebrekkige controle op de betaling, want De Vensterbank doet niet aan verkoopstertjes, kassa's of anti-diefstalpoorten. Wel roept eigenaar Diederick van Kleef, boekhandelaar-kunstenaar, in een epistel geplaatst boven zijn boekenstal, deftige dametjes, keurige heertjes en andere smiechten tot de orde die 'vergeten' muntjes in Van Kleefs brievenbus te deponeren. Het kan niet anders of dit moreel appèl werkt maar ik weet niet hoe waterdicht zijn boekhouding is. Misschien wordt het tijd, à la pinautomaat, een webcam boven de schappen te installeren. Deze postbode bijvoorbeeld vertrouw ik voor geen cent.
woensdag 12 oktober 2011
Functioneringsgesprek (X): Keuzestress
| Cover New Yorker van 26 Sep. Goddank hebben we dankzij de webstore van Kidscase op het gebied van kinderkleding geen keuzestress meer. |
Heer Frölke laat ik meteen met de deur in huis vallen: het thema van vandaag is keuzestress. Thee?
Thee!
U zit op het puntje van uw stoel, ik zie dat graag. Niet dat zure afwachtende, maar leuk meedoen. Ik heb hier verschillende soorten thee in een mooie –
Doos!
Inderdaad, een doos die ons geheel gratis wordt verstrekt door de theeleverancier, is dat niet attent? En niet gemaakt van goedkoop karton, maar goedkoop hout! Neemt u, heer Frölke, nu eens rustig de tijd om alle soorten thee in de doos te bestuderen, en wijst u dan een thee aan die u kan bekoren. Maak de keuze die bij u past, dat is het belangrijkste. Verloochen uw innerlijke behoefte niet.
Hood!
Hood? Rood! Dat is inderdaad een rood thee-envelopje. Uitstekend, heer Frölke. De kleur van het envelopje zegt over het algemeen niet zoveel over de inhoud, maar in dit geval wel, het betreft hier rooibosthee. Lekker hoor. en zonder theeïne, dus geschikt voor mensen met een gevoelige maag, maar met een restje apartheid, dus niet zo geschikt voor mensen met een gevoelige moraal.
Heel.
Hoe zegt u?
Heel!
O, geel. Gggeel. Nee, dit is geen gggeel thee-envelopje, dit is een blauw thee-envelopje en er zit bosbessenthee in. Had u bosbessenthee willen hebben? Of toch liever vasthouden aan rooibos.
Die!
Welke?
Die!
Dat is geen bosbessenthee, dat is earl grey. Vandaar het grijze envelopje, hoewel, naar ik heb begrepen, er helemaal niets grijs was aan die earl, die was zo gay als Queer Duck. Sorry dat ik wat moppig ben, heer Frölke, ik heb zo van die buien.
Die!
Jasmijn. Had u Jasmijnthee gewild? Liever dan Earl Grey? Of toch Rooibos, in dat mooie rode envelopje.
Hroen.
Groene thee? Vechtthee. Aanpakthee. We-gaan-ze-verpletteren-thee. Hrapje. Ik persoonlijk vind Groene Thee niet te drinken, daar ben ik heel eerlijk in. Maar als u Frölke, zoals u zo charmant zegt, hroene thee wenst, dan krijgt u hroene thee. Daar doen wij binnen Organisatie Groep niet moeilijk over, en zeker niet binnen Team Verandering. Binnen Team verandering is veel, zoniet alles, mogelijk, en dat weet u.
Die.
Welke?
Die!
Ik zie niet welke u aanwijst? Deze?
Die!
Deze misschien?
Nee, stom, die!
Wacht even, heer Frölke, zit wat u wilt eigenlijk wel in deze doos? (Sluit doos en bergt deze op.)
Die!
Ah, u wilt een koekje. Had dat dan meteen gezegd.
dinsdag 11 oktober 2011
Exotisch
![]() |
| Adriaan Rees: Hairy Monster |
We hadden een eter, die vooraleer ze haar eerste hap nam, waarschuwde dat ze iets 'exotisch' ging doen, namelijk bidden. 'Wil je dat ik de muziek uitzet,' vroeg ik. (We hadden vrolijke Franse liedjes aanstaan.) Nee, dat hoefde niet. Het kon zo ook, en ze was er zo klaar mede. Ze sloot haar ogen, vouwde haar handen, prevelde iets, dat eindigde in amen, en dat was het dan. Ze keerde terug naar de stoffelijke wereld alsof ze een bril opzette. Charmant, maar ook wel een beetje curieus, dat ze ons waarschuwde voor haar gebed. Het klonk bijna als een verontschuldiging. Zo van: ik ga nu een scheet laten, en daar zijn jullie waarschijnlijk niet van gediend, maar ik kan hem niet tegenhouden, dus... Het gaat toch vrij ver dat iemand zich verontschuldigt voor een gebed, dat bovendien nog geen tien hele seconden duurde. Is dit huis zo van god los? Inderdaad, het was de eerste keer dat er iemand in dit huis bad aan tafel voor het eten – tenminste bij mijn weten. Het kan zijn dat er eters zijn geweest die stiekem baden, terwijl ze wegkeken, naar buiten staarden, of met hun telefoon in de weer waren, maar dan heb ik het niet gemerkt. Ik kan me, terugdenkende aan al die eters, eigenlijk onder hen ook geen bidders voorstellen. Bij deze eter had ik het evenmin verwacht. Al is het wel zo, dat als je iemand ziet bidden, het er vrij normaal uitziet, en het opeens ook heel erg bij iemand blijkt te passen. Ik hoop dat ze gauw weer komt eten. Dan zet ik System of a down op.
maandag 10 oktober 2011
Stomme filmpjes
Er zijn van die dagen dat je niet veel verder komt dan stomme filmpjes kijken op internet, gewoon omdat ze er zijn, en omdat er op dat moment niet veel beters te doen lijkt. Dat is er wel, natuurlijk, er is veel meer beters te doen, er is altijd beters te doen, maar dat doe je niet, deels uit procrastinatie, deels uit een niet aflatende fascinatie voor stomme filmpjes. Neem dit stomme filmpje, van een stuk klif dat instort in Cornwall. Duurt 30 seconden. Het deed mij onmiddellijk denken aan een ander stom filmpje dat ik eerder had gezien, van een vrouw die met haar autootje naar beneden was gegleden van een klif, tot op 100 meter boven de zee, en daar tig uur (tig is zo jaren tachtig besef ik nu, als iemand tig gebruikt moet hij over de veertig zijn), heeft moeten doorbrengen. In shock. Totdat ze eindelijk door een helicopter werd gered. Ja, iemand anders was er misschien aan de andere kant uitgepiept, aan de veilige kant, en rustig omhoog geklauterd, maar deze vrouw niet. We zullen nooit weten waarom niet. Nooit precies. Hoedanook, maar goed dat die klif niet instortte, terwijl zij daar in haar autootje zat. Deze kliffilmpjes brachten me natuurlijk weer terug naar die beroemde slotscene uit The Italian Job, de ultieme klifhanger, waarin een bus boven een ravijn hangt met aan de ene kant de boeven en de andere kant de goudstaven. De BBC meldde, 40 jaar later, dat er een vrij eenvoudige methode was om het goud te redden. Aan de veilige klifkant de banden van de bus laten leeglopen, extra gewicht naar binnenbrengen, enz. Goed om te weten.
vrijdag 7 oktober 2011
17. In de donkerte van de manuscripten (slot)
Er was niet veel voor nodig om Radeks witte linnen pak te veranderen in lompen. Radek had een zwak voor lompen. Als geboren proletariër voelde hij zich thuis in lompen. Onkwetsbaar, onaanraakbaar. De beschaving bij de life coach, een beschaving die geen beschaving bleek te zijn, maar een laag fineer over beschavingloosheid, leek een eeuwigheid geleden. Het enige wat hij miste, bedacht hij zich, terwijl hij zijn voorhoofd weer begon te voelen, en zich afvroeg of de inhoud van zijn pet al een gang naar de naamloze soepwinkel in Zizkov rechtvaardigde, waren Jitka's borsten. Het liefst had hij Jitka's borsten van haar lichaam afgeschroefd, afgewipt, of afgesneden, gecoupeerd zeg maar, zoals je een hond coupeert, ze voorzichtig in een ziplock bag gestopt en meegenomen naar zijn geheime slaapplaats in het Kafka-museum aan de overkant van de rivier, maar er was niets van overgebleven. Gelukkig functioneerde de slaapplaats nog na zijn afwezigheid. Radek was bang geweest dat een concurrerende onaanraakbare hem had ingepikt, maar dat bleek niet zo te zijn. De concurrerende onaanraakbaren hadden ook geen zwijgzame overeenkomst met het vrouwtje bij de ingang, zoals hij, dacht hij. Elke dag, vlak voor sluitingstijd, glipte hij naar binnen en hield zich daar tot de volgende ochtend verscholen in de donkerte van de manuscripten. Hij sliep nota bene in het veldbed dat zogenaamd aan K. had toebehoord. Radek geloofde daar niets van, maar het veldbed was er niet minder comfortabel om. Toen hij overwoog zich uit zijn verkrampte houding te verheffen, voelde hij iets hards neerkomen op de achterkant van zijn schedel, iets keihards, iets zo hards dat het alles, dus ook zijn schedel, dat leed geen twijfel, zou verbrijzelen. Spijtig, was Radeks laatste gedachte, want die werd hem nog gegund, dat het zo moest eindigen.
donderdag 6 oktober 2011
16. Verklaringen
Toen Honza niet zonder overtuiging de deur van het luxe appartement achter zich had dichtgeslagen, en Radek en Jitka hadden geluisterd hoe de oude stap voor stok voor stap de trap af ging, om daar ook weer de deur naar de straat achter zich dicht te slaan, durfde Radek de life coach in het gezicht te kijken en te zeggen: 'Je bent me een verklaring schuldig.' Jitka ging achter haar iPad zitten, en maakte weer diezelfde veegbewegingen met haar hand, die ze eerder had gemaakt, als om de beelden die haar werden voorgeschoteld weg te wuiven. 'Waarom zou ik jou, lieve Radek, een verklaring schuldig zijn? Ik ben je hoogstens – wat was het? – 200 en nog wat kronen schuldig, de bedroevende som die ik gisteren uit je pet heb gevist. Jij bent mij daarentegen van alles schuldig: het pak dat je aanhebt, je gereinigde lichaam, de nieuwe mens die je bent geworden.' Radek was tegenover haar gaan zitten aan de keukentafel, en wreef over zijn pink. 'Interesseert het je niet hoe ik op de Karelsbrug terecht ben gekomen?' 'Not in the least,' lachte Jitka. 'Waarom zou jouw geschiedenis mij iets kunnen schelen? Het is een groot misverstand te denken dat je levensgeschiedenis ook maar iemand behalve jouzelf zou interesseren. Het enige wat mij interesseert is of ik nog op je kan rekenen.' 'Waarvoor, Jitka? Waar wil je op kunnen rekenen? De beschikbaarheid van mijn lijf en leden om Honza mee te vernederen?' Radek ging met een hand over zijn schedel, waar zich al weer nieuwe stoppels aandienden, alsof haargroei een ziekte was, die moest worden bestreden. Eindelijk legde de life coach haar iPad terzijde. 'Bemoei je niet met mijn project, lieve Radek, dan bemoei ik me niet met het jouwe. Doe wat je gevraagd wordt, dan zal ik je daarvoor belonen. Maar als je liever wegkwijnt in je mislukte verleden, dan is daar de deur.'
woensdag 5 oktober 2011
15. Tot wie je bidt
Nadat Honza diverse exhibities van Jitka's foezelarij met haar nieuwe project Radek Z. had mogen bijwonen, nu eens staand, dan weer half op de keukentafel, en tenslotte op de grond, voor zijn voeten, zodat hij onmogelijk zijn teneergeslagen blik kon afwenden, alleen zijn ogen sluiten voor het tafereel, wat hij uiteindelijk ook deed, werkte hij zich met zijn stok omhoog uit zijn luie stoel en zei: 'Ik ga naar de kerk.' Jitka sprong overeind, gleed haar roze trainingspak strak, keek op haar iPad en zag dat het al tegen twaalven liep. 'Ja, ga jij maar lekker naar de kerk, lieve Honza. Kerkbezoek zal je goed doen. Probeer te onthouden waar de preek over ging, dat vind ik interessant om te horen.' En tegen Radek, die half versuft van al het foezelen uitgestrekt op de parketvloer lag: 'Vind je dat niet schattig, Honza gaat nog steeds naar de kerk. Of ik moet zeggen: wéér naar de kerk. Hij ging ook al naar de kerk in de jaren veertig, als tiener, totdat de communisten een eind maakte aan die kerk en er een parkeergarage van maakten voor stadsbussen. Nu is het heilig huis weer in orde gemaakt, de stadsbussen zijn verdwenen en kan Honza eindelijk weer bidden tot –' ze onderbrak zichzelf, zoals zo vaak, en sprak ook wat harder, omdat ze zich nu weer tot de oude richtte, '– tot wie bid je ook al weer?' 'Dat gaat je niks aan,' antwoordde Honza. 'Dat gaat me ook niets aan,' bond ze onmiddellijk in, 'je hebt gelijk, als er iets privé is dan is het tot wie je bidt.' Honza stiefelde om Radeks lichaam heen; daarbij met de hak van zijn gepoetste schoen een stukje van een parmantig over het parket gedrapeerde pink meepakkend. Iets langer dan noodzakelijk leek de hak op het velletje te blijven staan, toen Jitka haar man zijn hoed op zette, maar Radek gaf geen kik.
dinsdag 4 oktober 2011
14. Ondervraging
Eindelijk ging Honza wat zeggen. Hij richtte, nog altijd zonder op te kijken, zijn wandelstok op Radek. 'Kan hij wat? Wat kan hij?' 'Ja, lieve Radek, wat kan jij?' nam Jitka de ondervraging van haar man over, maar voordat de ondervraagde had kunnen antwoorden, onderbrak ze zichzelf, haar snuitje zelfverzekerd in de lucht. 'Wacht eens, wat doet het ertoe? Moet hij iets kunnen? Het is misschien beter als hij niets kan. Zo heb ik hem aangenomen. Als een mislukkeling. Een man zonder vaardigheden. Zonder geschiedenis. Zonder betrekkingen, in alle betekenissen van dat woord. Stel voor dat hij iets kon – ik noem maar wat, pantomimen, wat zou het? Ik taal niet naar pantomime. Het enige waaraan ik behoefte heb is foezelen, en op dat terrein, lieve Honza, voldoet hij uitstekend, dat heb ik gisteravond tot in den treure mogen vaststellen. Jammer dat je er niet bij kon zijn, dat je niet op tijd terug was van het dagverblijf.' Het duurde even eer Honza weer iets zei. Hij schudde zijn hoofd niet, hij schudde zijn wandelstok bij wijze van afkeuring. 'Foezelen betekent niets. Foezelen is geen vaardigheid. Met foezelen bereik je niets in het leven.' 'Dat is nu juist waar wij van mening verschillen, lieve Honza. Dat is precies wat ik je al duizend jaar, althans zo voelt het, probeer duidelijk te maken. Er is zoiets als foezelen, het is van levensbelang, en jij kunt het niet, hebt het nooit gekund, en zult het nooit kunnen, zoveel is zeker.'
maandag 3 oktober 2011
13. Honza's kromte
![]() |
| Zsuzsanna Györgyövics |
Honza bleek een figuur van achter in de zeventig, met een trenchcoat aan en een hoedje op, die met een wandelstok door het appartment stiefelde, omdat hij zo krom was als een banaan. Nee, als een treurwilg eigenlijk. Daar leek zijn silhouet nog het meeste op. Men vroeg zich bij Honza's kromte af: als zijn rug met geweld rechtop getrokken werd, van achter aan de schouders, met een knie tegen het ruggemerg, zouden er dan een paar wervels breken? Het was een vraag die maar beter even onbeantwoord kon blijven. Toen Jitka Honza voorstelde aan Radek, had de oude niets gezegd. Hij had Radek niet eens aangekeken; dit hoefde niet van vijandigheid te getuigen, misschien kostte aankijken hem teveel moeite. Hij keek strak naar de grond, en maakte snurkgeluiden, hoewel hij vrijwel zeker wakker was. 'Radek, mijn lieve Honza,' legde Jitka opgewekt uit, - was er een mens in haar leven die zij niet met 'lieve' aanduidde? - 'is mijn nieuwe project. Gisteren vers van de Karelsbrug geplukt. Veel trekken was daar niet voor nodig, hè, hè. Maar ik heb hem wel grondig moeten reinigen.' Honza deed zijn hoedje af, stiefelde Radek voorbij, en liet zich in een fauteuil vallen. 'Doe je jas nou eens uit, jochie!' riep Jitka, hakkenklakkend achter hem aan. En tegen Radek: 'Dat doet hij altijd. Komt een dagdeel te laat, zonder iets van zich te laten horen, mist het hele schouwspel, het gefoezel enzovoort, en als hij dan eindelijk thuis is, ploft hij in zijn luie stoel zonder zijn jas uit te doen. O, wat heb ik daar een hekel aan. Maar probeer zo'n oudje nog maar eens te veranderen. Ik geef het je te doen.'
Abonneren op:
Berichten (Atom)














