maandag 12 december 2011
Martelgang
Ik probeer eens een nieuw adresje. Ik ben altijd in voor nieuwe adresjes, maar je moet de drang naar vernieuwing ook weer niet op de spits drijven. Het nieuwe adresje zit naast een oud, goed adresje, hoewel ik ook wel begrijp dat het een geheel los staat van het ander. Ik kom binnen en mag meteen doorlopen naar de behandelkamer, lees: sfeervol ingericht knijphok met altijd weer die pling pling muziek die bedoeld is om je op je gemak te stellen, maar die mij altijd onnoemelijk op de zenuwen werkt. 'Kleed je maar vast uit,' zegt de vriendelijke knijper met de goatee, 'ik ben zo terug.' Aan discretie geen gebrek. Als ik poedelnaakt onder het lakentje op mijn buik ben gaan liggen, komt de knijper terug en valt meteen zo hardhandig aan op mijn kuiten en billen dat ik het uitschreeuw van de pijn. 'Goed zo,' zegt hij, 'u bent een beetje verzuurd.' In mijn schouderpartij ontwaart hij diverse knopen. Ook bij de verwijdering van die knopen – keihard kamt hij met zijn knokkels over mijn spieren – verga ik van de pijn. Dat beschouwt hij allemaal als een goed teken. Bij de armen en handen – 'belangrijk voor u als schrijver!' – idem dito. Niet dat hij er ook maar een tandje zachter om gaat knijpen. Na afloop meld ik mijn martelpang aan de bedrijfsleidster. 'Prima, prrrima,' zegt ze, 'heel blij om dat te horen. Mag ik u wijzen op de voordelen van een tienrittenkaart?'
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)

Que pasa, hombre?
BeantwoordenVerwijderen