vrijdag 26 februari 2010

Belasting

 

Ik zie Cecilia, een oude bekende, passeren op de Wibautstraat. Ik fiets een eindje met haar op. 'Jij hebt toch een tweede?' Ik knik. 'Wat was het ook alweer? Jongen of meisje?' Jongen, antwoord ik, naar waarheid. Magnus heet hij. 'Maar,' roept ze uit, 'dat is toch een ongelooflijke belasting?' Mijn vrouw heeft net thuis de belastingen zitten doen, dus ik ben even van mijn stuk gebracht. Bedoelt ze misschien dat het zwaar is om als vrije lanceerder twee kinderen te hebben? Vind je? zeg ik, om tijd te rekken. 'Moet je je voorstellen tegen welke verwachtingen zo'n jongen moet opboksen met zo'n naam!' Aha. Maar dan is mijn naam ook een enorme belasting, werp ik tegen. Elke tegenslag moet worden uitgelegd als nederlaag, elk conflict als oorlog, elke relatie als wedstrijd. 'Misschien, maar jouw naam hoor je vaker.' Zwijgend trappen we voort over de gure Wibautstraat. Ik zeg: 'Als je nou Pukkeltje Roodbips heet, dan dan ik me voorstellen dat dat vervelend is, maar Magnus...' 'Ik heb een broer, die heet Modest,' zegt ze. 'Dat was een belasting.' We nemen afscheid. Thuis zoek ik de betekenis van haar naam op. Blind.

Magnus Carlsen, een jonge grootmeester uit Noorwegen.

donderdag 25 februari 2010

Dat is niet zijn geliefde. Dat is zijn geliefde moeder.

 

Een van de weinige auteurswerkruimten die mij als beginnend auteur zonder werkruimte interesseren is die van Martin Amis. Amis werkt in een hok in de tuin. Dat hok was eigenlijk voor zijn vrouw bedoeld maar die maakte er nooit gebruik van. Toen heeft hij het ingepikt. Ik hoop ook nog eens ooit zo'n hok te bezitten (die hoop is niet geheel ongegrond, hij is gericht op 16 april a.s.) – net zoals Amis met glazen dak trouwens, waarop de bladeren zich verzamelen. Mooi. Amis zegt dat hij van 's ochtends 10 tot 's avonds 7 in dat hok zit. Dat geloof ik niet. Je moet wandelen, rondbanjeren, koffie drinken, af en toe oude hoeren, liefst met een local, anders word je gek, of erger: komt er niets uit je vingers. Waar is Amis' schrijfgerei? Goede vraag. Hij zegt dat hij met pen schrijft en dan de boel overtikt op z'n laptop. Waarom zit er papier om zijn bureau? Omdat hij net terug is verhuisd uit Uruguay en nog geen tijd heeft gehad om het bureau uit te pakken. Nonsense natuurlijk, maar goed. Intrigerend zijn de rondslingerende boeken: Nabokov, een film encyclopedie iets te nadrukkelijk op de grond neergekwakt als je mij vraagt. Dan het portretje links. Dat is niet zijn geliefde. Dat is zijn geliefde moeder. Ik weet niet hoeveel er uit mijn vingers zou komen met mijn geliefde moeder voor mijn neus. Van pappa Kingsley erfde hij een klokje, zichtbaar tussen de rommel rechts. Het moet hier naar rook stinken.

woensdag 24 februari 2010

De Grote

dinsdag 23 februari 2010

Als een vriend gaat oreren, dan oreer je toch een beetje mee.

 

Heden mocht ik een uitnodiging ontvangen voor de oratie van een hooggeleerde vriend. Zulke uitnodigingen bereiken me niet dagelijks. Dat kan komen omdat ik weinig vrienden heb, het kan ook komen omdat ik weinig hooggeleerde vrienden heb, of dat mijn hooggeleerde vrienden mijn adres niet hebben, of in werkelijkheid hooggeleerde vijanden zijn. Hoedanook vond ik het verheugend. Als een vriend gaat oreren, oreer je toch een beetje mee. Voor een promotie kom ik allang mijn bed niet meer uit. Iedereen is gepromoveerd; ik noem alleen al een LeBlanc en een Yardling-Babke. Mijn boekenkast puilt uit van de ongetwijfeld belangwekkende en mogelijk revolutionaire proefschriften. Maar oraties zijn schaarser. Leerstoelen zijn ook kostbaarder, dunkt me, dan een gepromoveerde bijstandsuitkering. Mijn orerende vriend bekleedt zijn stoel overigens maar gedeeltelijk en gelijk heeft hij. Waarom zou hij zijn hele leven in stoffigheid doorbrengen als het ook in deeltijd kan? Een ivoren toren is prachtig, maar nog prachtiger is het om je deeltijdhoogleraarinkomen aan te vullen met een echt inkomen. Want ja, geld verdienen met hooggeleerdheid kunnen we allemaal wel. Enzovoorts, enzoverder tot in de eeuwigheid amen.

G.Z., deeltijdhoogleraar aan de VU, is tevens verdachte in een driedubbele moordzaak.

maandag 22 februari 2010

Welkom in het dolhuis.

 

Iemand zei: 'Zou Balkenende misschien Asperger hebben?' Ik had de Nederlandse politiek nog niet bekeken in termen van psychiatrische aandoeningen, maar het is inderdaad verleidelijk. In hoeverre verschilt het Binnenhof van een open psychiatrische inrichting, en: waarom blijft hij open, waarom wordt hij niet gesloten? Als hij gesloten zou worden, heeft het volk er toch veel minder last van? Op deze manier denkende, als amateur psychiater, komt men al gauw met kant en klare diagnoses. Verhagen is een duidelijk geval van borderline. Bos lijdt aan neuroses. Rouvoet is depressief, al jaren. Dat uit hij door geforceerd opgewekt te zijn, dat zie je wel vaker. Dat zijn de lastigste gevallen, de geforceerd opgewekte manisch depressieven. Ik weet ook wel dat in een gereformeerd wereldbeeld geen plaats is voor depressies, maar ik zou Rouvoet toch ernstig willen adviseren eens contact op te nemen met de GGZ in zijn woonplaats. Beter laat dan nooit. En vergeet niet dat er tegenwoordig heel aardige medicijnen bestaan, die nog vergoed worden ook. Wilders lijkt me een psychoot. Noem me ouderwets maar ik denk dan meteen aan elektrische schokken en dwangbuis, in plaats van 't Torentje.

vrijdag 19 februari 2010

Fantoompolitiek


Als ik zou moeten kiezen tussen Lou Hamburger en zijn Mens & Spiritgezelschap, gespecialiseerd in all roundzijn alsmede energie enzovoorts, en de Fantoompartij, nummertje 19 op mijn stembiljet, gespecialiseerd in het niet bestaan, of althans, het niet laten zien, van een partijprogramma, dan weet ik het nog zo net niet. Ik heb een zwak voor fantoompolitiek. Eigenlijk zou alle politiek fantoompolitiek moeten zijn. Waarom een partij een naam geven? Waarom een partij een programma geven? Dat is allemaal verspilde moeite. Iedereen weet, of zou moeten weten, dat politici zakkenvullende huichelaars zijn die wel link uitkijken om hun programma uit te voeren als ik ze eenmaal in de gemeenteraad heb gestemd, het parlement of wat voor bestuurlijk gremium ook. Dus wel zo TransParent, Lou, om helemaal af te zien van een programma. De werkelijkheid is, zo beseffen ze maar al te goed bij de Fantoompartij, een veranderlijke, ja ongrijpbare entiteit, die zich niet leent voor de ja/nee spelletjes van het IPP en andere spelletjesmakers. De Fantoompartij komt met kandidaten. Drie zelfs. Ik hoop dat het fantoomkandidaten zijn, maar ik vrees het ergste.

donderdag 18 februari 2010

Without Title



Camera: Frik Töverkol.
Music: DJ Spooky
Location: Cornelis Anthoniszstraat 17, Amsterdam

woensdag 17 februari 2010

Laissez croître

 

Voor de laatste trends in schaamhaardesign moet je bij SpaWellness Weesp wezen. Ik was de douche nog niet uit of mijn oog viel op een tegemoetkomende landingsbaan. Bij een man wel te verstaan. We leven niet meer in de jaren tachtig, en dit is Weesp, en niet Malmö, het is niet de bedoeling om de schaamstreek van mede-saunagasten uitgebreid te bestuderen, dus wendde ik stoïcijns mijn blik af en vervolgde mijn weg naar de eerste zweetoven. Aldaar had ik vijftien minuten de tijd om na te denken over wat ik zojuist had gezien. Een landingsbaan? Bij een man? Waar was dat goed voor? Wie of wat zou daar moeten landen? En er was toch helemaal geen plaats, voor wat dan ook, om te landen? Valt een landingsbaan voor een vrouw nog te rechtvaardigen als een cosmetische stroomlijning van de reeds aanwezige vleesstructuur, bij een man kun je, wat dat aangaat, net zo goed, of zelfs beter, een helicopterplatform scheren, of, als je toch bezig bent, het TROS-logo. Ik ben van mening, maar ik begrijp dat ik hierin alleen sta, of in elk geval steeds allener, dat schaamhaar met rust dient te worden gelaten tenzij het de spuigaten uitloopt. Laissez croître is het woord. Hetzelfde beleid dus als ten aanzien van wenkbrauwen. Af en toe trimmen en klaar is kees.

dinsdag 16 februari 2010

Eat your heart out, Hollywood!


Natuurlijk valt er van alles aan te merken op Un Prophète. Bijvoorbeeld de titel. Gevangene Malik El Djebena heeft gedroomd van rendieren op de vlucht en anticipeert even later, in de auto, overstekend wild. Als dat genoeg is om profeet te zijn, ben ik Mohammed. Dan: de lengte. Na twee uur denk je: hier had de film kunnen eindigen. Maar dan moet je nog drie kwartier. In het begin zit een knoeperd, nooit gedacht dat ik dat woord nog eens zou gebruiken, maar there you are, van een edit-fout: een kind ziet dat de camera twee standpunten door elkaar haalt. Maar dat zijn petits points. Un Prophète is een buitengewoon, buitengewoon sterk, buitengewoon sterk geacteerd, gevangenisdrama. Eat your heart out, Hollywood! En dan zijn er nog de extraatjes: het boevenpatois, het Corsicaans, dat ik nooit goed had gehoord, en kleine details zoals de gevangene die bij binnenkomst niet alleen alles moet uittrekken, maar ook moet hoesten tijdens het bukken. Niet te lang over nadenken dat laatste. Maar het mooiste zijn de stokbroden. Deze Franse fantasiegevangenis is natuurlijk een hel, dat is nodig voor het verhaal, maar wel een hel waar de gevangenen vers stokbrood eten. Hein! Met vers stokbrood wil ik ook wel zitten.

maandag 15 februari 2010

Wonder

 

De kamer van Zuster Marguérite, zeg ik bij de balie. De baliemedewerker noemt het kamernummer. 'Anders zit ze misschien op de gemeenschappelijke kamer aan het eind van de gang.' Op weg naar de lift vraag ik me af of iemand hier ooit de toegang wordt geweigerd. Op de derde verdieping raak ik, ik word ook een dagje ouder, de tel kwijt. Dan zie ik door een openstaande kamerdeur ineens een bekend gezicht en loop naar binnen. 'Je komt als geroepen,' zegt ze. Het is niet helemaal duidelijk waar ze mee bezig is, maar er schuilt lichte paniek in haar blik. Wil ze haar benen los laten hangen in de rolstoel, want ze halen de grond net niet, of toch stutten? We kiezen voor stutten. Daarna werpen we ons op het Senseo apparaat. De oude vertrouwde glimlach keert terug. Weet je nog wie ik ben? vraag ik, voor de zekerheid. Ze weet het nog. 'Ik ben zo blij dat je gekomen bent.' Geloof je nog in God? vraag ik na een tijdje. Niet zo'n slechte vraag, lijkt me, als je lichaamsfuncties één voor één uitvallen. Ze knikt. 'Ik moet dankbaar zijn.' Dankbaar? zeg ik. Als iemand een zachte dood verdient, dan is zij het. Ik rijd haar naar de gemeenschappelijke ruimte. Bijna bots ik tegen een vrouw die met wijd opengesperde mond en verkrampt lijf in haar rolstoel ligt. Ze leeft nog. Als we aan tafel zitten, wordt er gebeden. Een hardhorende Maastrichtse heeft nog de moeite genomen haar nagels te lakken, zie ik. Vast geen non. We wachten op het eten. Zusters in ruste hoeven niet te vasten; die hebben genoeg gevast. 'Wachten, wachten, wachten. Dat is het enige wat ik nog doe,' zegt Marguérite. 'Ik heb ook niets meer te vertellen.' Als het eten er is, neem ik afscheid. 'Echt een wonder,' zegt ze, 'dat je gekomen bent.'

vrijdag 12 februari 2010

Geachte Andreas Wolff,

 

Met grote belangstelling, bezorgdheid ook, niet te zeggen: angst & beven, sla ik de huidige verbouwing van uw Cafe de "Ysbreker" gade. Niet omdat ik bang ben dat het mooiste café van Amsterdam wordt omgeturnd in een van alle gemakken voorzien, strakingericht, inwisselbaar Grand Café. Ik heb er alle vertrouwen in dat u de "Ysbreker" weer in hernieuwde glorie zal doen herleven. Maar mag ik u er vriendelijk op wijzen dat een klein deel van uw Café, om precies te zijn: het nisje meteen links na de ingang, de laatste jaren dienstdeed als de sacrale ruimte van The Church of the Good Life, waarvan ik mij, sinds 2003, de enige Right Honorable Reverend mag noemen? De voordelen van deze lokatie waren voor mij, als free lance geestelijke, evident. Goed verwarmd en verlicht, veel maar niet te veel privacy, muntthee tegen een redelijke prijs, en, verreweg het belangrijkste: als ik kwam, was de kerk al goed gevuld. Nooit heb ik in een leegte hoeven staren. Als er, naast mijzelf, één gelovige opdaagde – meestal twee, voor het rituele intake-gesprek voor hun huwelijksplechtigheid – was het stampvol. Maar heer Wolff, toen ik zojuist uw Café passeerde en een blik naar binnen wierp zag ik dat er van mijn sacrale nis HELEMAAL NIETS meer over is! Bruut eruit gesloopt is zij, als het hart uit een zojuist geslachte koe! Mijn vraag aan u luidt dus: wilt u de ondergang van The Church of the Good Life op uw geweten hebben? Of gaat u alles op alles zetten om mijn nis, en daarmee mijn kerk, te redden? Zoniet zie ik mij helaas genoodzaakt mijn advocaat in te schakelen. In afwachting van uw antwoord, verblijf ik, nog altijd hoopvol, want dat is het kenmerk van alle geestelijkheid, enz.

donderdag 11 februari 2010

Geachte Lou Hamburger, of moet ik zeggen Theunissen,

 

Ik weet niet of het mag van Waljango en zijn Stemwijzer maar 3 maart wil ik op u stemmen. U vraagt zich misschien af waarom ik, hoogst comfortabel gesitueerd aan de Amsterdamse Rivièra, zou willen stemmen op uw partij die overduidelijk in het barre Oud-West zijn wortels heeft. Het antwoord is simpel. Buurman Jan belt. 'Je moet even op AT5 kijken, dan kun je me zien.' Ik installeer het platte vermaak, schakel AT5 in, staar een tijdje naar het beeldscherm, veel hersenloos gebeuzel, maar geen Buurman Jan. Hij belt nog eens. 'Om half elf komt het. Ik stamp wel drie keer op de vloer als het zover is.' En verhip, hij is op AT5. In een alleraardigst item over brandweerwagens. Maar wie ook op AT5 is, is een kalende, fris ogende jongeman met een ontroerend kuiltje in zijn kin en een lieve hond, die zelfverzekerd de lens in kijkt (die frisse jongeman dan, de lieve hond kijkt alleen maar naar de grond) en zegt dat hij het kapitalisme wil afschaffen, en daarvoor in de plaats de liefde wil stellen. Of iets van die strekking. Dat, en energie, geloof ik. Op hem gaan we stemmen! krijsen teerbeminde en ik in koor (als we krijsen, doen we het in koor). Ik ga voor de zekerheid nog even het 'Interweb' op. Daar lees ik wederom dat u het kapitalisme wil vervangen door liefde en energie en vertrouwen en zo. Daar kan ik onmogelijk tegen zijn, ik spreek nu ook even namens The Rev. Ook de kandidaten van PMS, of moet ik zeggen PvMS, ogen solide. Nog één vraag. Waarom voert u campagne onder de naam Hamburger als u gewoon Theunissen heet? Er zijn veel redenen om onder pseudoniem door het leven te gaan, maar de lokale politiek? Mag ik van u op dit punt misschien wat TransParentie? Dan krijgt u van mij mijn stem.

Hoogachtend, uw aanstaande aanhanger, als dit kleinigheidje uit de weg is geruimd, enz.

PS: Mijn vrouw houdt niet van hamburgers, maar dat had u niet kunnen weten. Ik wel, maar ik mag ze niet meer eten. Van haar. En ook van mezelf. Doorgaans.

PPS: Als u een ton verdient, verstrekt u dan misschien ook subsidie? Ik kan nog wel een steuntje in de rug gebruiken.

woensdag 10 februari 2010

Vuilraperij

 

In elk mens schuilt een vuilraper. Bij de een blijft hij wat beter verborgen dan bij de ander. Maar als er zich plotseling, uit het niets lijkt het, een stoep vol meuk aandient, zoals bij mij gisteren, dan is de vuilraperij niet te overzien. Het begon met voetgangers en fietsers die een korte, allengs langere blik wierpen op de meuk, en al naar gelang het beviel wat zij daar aantroffen, vaart minderden om te grasduinen. Daarna automobilisten die triomfantelijk, en in rap tempo, hutkoffers inlaadden. Al gauw meldden zich – want iedereen weet dat een stoep vol meuk nooit lang duurt in Amsterdam, vergeleken bij New York is de waste management in deze stad onovertroffen, bovendien komen er vooralsnog geen afgezaagde hoofden en sigaarkauwende mafiosi aan te pas – de zakelijke vuilrapers. Ze kwamen met een hoog busje, het hoge busje werd met slippende banden op de rand van de kade geparkeerd, uit stapten een man met imposant snorwerk, en een vrouw uit wie het vrouwelijke reeds lang was vertrokken. Het ijzer is al weg, riep een bouwvakker. Not so fast, zag ik de vuilrapers denken. Hij had zijn hand in een vogelkooitje, zij trok aan het snoer van een Moulinex. En die kachel? 's Avonds verschenen de pathologische vuilrapers: zij die er geen genoeg van kunnen krijgen. Eentje doorzocht de meuk op elektrische spullen. Excavator stond er op zijn windjack. Moest men medelijden hebben met zijn omgeving?

In plaats van meuk: nieuwe foto's van Marilyn.

dinsdag 9 februari 2010

Drie wildvreemden en een hond.

 

Om een dag zonder kleerscheuren door te komen is een mens niet zelden aangewezen op de aardigheid van vreemden. Alsook de aardigheid van bekenden, trouwens. Ik smeekte een jongeman die zijn hond uitliet de auto te helpen aanduwen. Dat wilde hij wel, maar wat moest hij met de hond? Aan een paal binden, suggereerde ik, maar dat bleek onbespreekbaar. Dan moest hij helpen duwen. De duwkracht van de hond viel tegen. De eigenaar van de hond wist een vrouw in de verte over te halen mee te helpen. De uitdrukking op haar gezicht verraadde gebrek aan vertrouwen in het het onderhavige project, maar ze plaatste haar koude klauwtjes op het koude achterste van de auto. Een muts die ons wonderlijkerwijs bijna tegen het lijf fietste, stapte af en zei, nadat ze haar koptelefoon had uitgeschakeld, met Duits accent: 'What is the matter?' Of ze ook even mee wilde helpen. 'Sure.' Toen ik in mijn achteruitkijkspiegel keek zag ik drie wildvreemden zich tot het uiterste inspannen mij vooruit te helpen. Drie wildvreemden en een hond. Toch lukte het niet. Ik hoefde niet op mijn knieën om ze te bedanken. Een verontschuldigende wenkbrauwbeweging volstond. Een zwart Peugeootje kwam langszij, raam open, ik hoorde mijn naam. Ik kon niet op de hare komen, maar ze had startkabels. Om haar te bedanken, alsook te begroeten, anoniem weliswaar maar toch, heb ik haar gekust. Op beide wangen, en op één wang zelfs tweemaal. Daarna konden we allemaal weer verder, alsof er nooit iets was gebeurd.
 
Still uit Bill Viola's Five Angels for the Millennium.
 

maandag 8 februari 2010

Functioneringsgesprek (II)

 

Goed dat u nog even kon komen heer Frölke. Ik heb na ons functioneringsgesprek van vorige week een rapport binnengekregen dat ik graag wil meenemen in de evaluatie. Ik wil het vandaag met u hebben over uw excretie.

?

Uw feces.

?

Uw stront?

Wat is er met mijn stront aan de hand?

Om te beginnen: het is veel. En het komt op slechte momenten. Uw stront, heer Frölke, kruipt waar het niet gaan kan. Ik lees hier dat ouders/verzorgers dikwijls niet een, niet twee, maar soms wel drie keer op een dag de stront van uw rug schrobben.

Schrobben?

Schrobben ja. Poetsen volstaat allang niet meer.

Maar...

Ah, u wilt uw ouders/verzorgers verantwoordelijk stellen voor uw in- en dus output, en anders het luierindustriële complex voor de lekkage alsmede de onvoldoende schrobkracht van de billendoekjes? Leuk geprobeerd. Maar onderschat uw eigen rol niet. Hoezeer het er soms ook op lijkt, u bent geenszins een miniem radertje in een helse machine. U kunt sparen en met beleid drukken. Dat zijn zo al twee veranderpunten, die u mee kunt nemen. Doe er uw voordeel mee. U kunt gaan, als u klaar bent met mijn baard.

Little wheel. Vraag me niet hoe het werkt.

vrijdag 5 februari 2010

New York Experience

 

Amsterdam doet me steeds meer aan New York denken. Het goede nieuws is dat ik minder vaak naar New York hoef om een New York Experience te hebben. Het slechte nieuws is dat ik minder vaak naar New York hoef. Gisteravond bevond ik me als enige in een wasserette. Ik wil zeggen aftandse wasserette, zulks was immers nog meer New York Experience geweest, maar het was geen aftandse wasserette. Dat wil zeggen de wasserette was wel aftands, maar de machines waren spiksplinternieuw. Om de juffrouw, of moet ik zeggen mevrouw, die tot zessen de boel in de gaten hield (na zessen was ik on my own), aftands te noemen zou niet alleen onaardig zijn maar ook onvolledig, want haar interessantste eigenschap was haar krassende, raspende, rochelende stem waarmee ze krassende, raspende rochelende teksten door de wasserette slingerde. 'Niet teveel in die machine proppen!' slingerde ze me bijvoorbeeld toe, in Michiel Romeijn-Amsterdams. 'Anders centrifugeert ie niet meer!' Ik vroeg me af hoevaak ze dat al gezegd had die dag, dit jaar, haar leven. Ook heel NY Experience: het security system. Ik verblijf, voor de geïnteresseerde, in het derde kwadrant. Wat er in het tweede en vierde kwadrant gebeurt weet Allah, en Allah alleen.

donderdag 4 februari 2010

Functioneringsgesprek

 

Goedendag meneer Frölke, wij hebben u nu een tijdje geobserveerd, maar voordat ik deze observaties met u wil delen, wil ik eerst even vragen hoe u zelf vindt dat het gaat.

...

Wilt u van die plant afblijven? Die moet nog langer mee. Dank u. Goed. Ik zie hier dat u grote vorderingen heeft gemaakt de laatste paar dagen. Dagen – ja, dat staat er: dagen. Zo klapt u bijvoorbeeld in uw handen.

!!!

Zeker mag u dat laten zien. Heel knap. Nu nog iets om voor te klappen. Komen we op het punt van het slapen. U wordt 's nachts niet meer wakker, begrijp ik dat goed?

///

Met nee schudden bedoelt u ook nee? Laten we het hopen. Dat u zo goed slaapt komt zeker omdat u zo goed eet. Overdag eten en 's nachts slapen: zoiets heet leven. Simpel hè? Eens even kijken: nog een ding. Uw tijgeren. Vind u het erg als ik u even op de grond placeer?

///

Ik lees hier dat u bij het tijgeren achteruitgaat. Net zolang tot u uw benen onder de bank heeft gewerkt. Dan begint u keihard te gillen omdat u vastzit.

???

Dit klopt niet? U gaat wel degelijk vooruit?

 >>>

Verhip, ik zie het. Ik maak ik er meteen een aantekening van. Wilt u uw mond van mijn schoenpunt af nemen? Fijn. U kunt gaan, meneer Frölke. Tot over twee jaar.

Odin in de San Francisco Zoo.

woensdag 3 februari 2010

Too strict a definition of friends would not be good for the recipe pyramid scheme.

 

Yesterday I received an email from Jeannette, re: Lovely Recipes. It looked a lot like spam, or as if somebody had hacked her mailbox. But no. It was an invitation to be part of a recipe pyramid scheme. The idea being, if everybody sends 1 recipe to 1 recipient on the list, and forwards the invitation to the scheme to 20 friends, all participants will receive (except of course the last ones joining before the scheme peters out, poor bastards), at some point in the future, 36 recipes. (Don't ask me about the math behind this.) 36 free recipes! So today, because I believe in pyramid schemes, especially since Madoff, I sent my recipe of messy pumpkin soup to Claudia, one of Jeannette's 20 friends (she turned out to be American, so my English wasn't completely redundant):

Preheat oven 225 C.

Cut 'head' off pumpkin with the biggest knife you have, in the manner of beheading an egg, so as to create a lid (with the root as handle).

Now scrape out the wiry inside of the pumpkin with a spoon. You may save the seeds, and roast them later, but that's a lot of work, and you hardly taste them. Believe me, this recipe is good enough without the seeds, so dump them.

Make croutons: cut an preferrably old (french) bread in little cubes, put olive oil in baking pan, throw in the cubes, turn them around once in a while, you may add garlic and or seesalt. Let them turn brown but not black. Crumbs turn black easily, so when you're ready dump the black crumbs!

Now comes the delicate part: alternately build layers inside the pumpkin of croutons, parmesan cheese, sour cream and ground black pepper and seesalt (lots).

So start with some croutons, top it with cheese, then sour cream and start over again, until the pumpkin is full.

Put the lid back on the pumpkin.

Put the whole pumpkin in the oven and let it roast for at least 45 minutes.

It may turn brown or even black from the outside. Don't worry: this is a GOOD sign!

You may open the lid and try the pumpkin flesh with a fork to see if it is done.

When it's done, serve & enjoy.

Sure it looks messy, but isn't that true of all good things in life?

 
After exactly 8 minutes I received an email from Claudia. "Thank you for the recipe; as you know, in the Netherlands, it is no that easy to come by a pumpkin. I'll have to wait for October. But I look forward to it! The recipe sounds great, and messy in a good way."

What, I thought, no pumpkins in the Netherlands? What had I been buying the past few months?

I advised Claudia to visit a 'Albert Heijn'- store.

Subsequently I had to forward the original email to 20 friends. Did I have 20 friends? If not, where did I get them? Facebook, perhaps?

Jeannette advised me not to be too strict about the definition of friends. Too strict a definition of friends would not be good for the recipe pyramid scheme.

So if you received a spam-like email from me today, you know where it came from. And no, if you didn't receive a spam-like email, it doesn't mean you're not my friend.

dinsdag 2 februari 2010

If you want to know the truth

 

God, what a first sentence. One of the best first sentences I've ever read. I dare say anyone with a literary ambition needs to relate himself to 'Catcher', and thus, to its first sentence. Not only those who are trying to write a first person coming of age novel or something like that. Just anyone trying to write a story that the reader wants to finish from the moment he starts reading, as soon as possible in fact, and that along the way somehow touches and disquiets him. In that order, preferably. It's all in this first sentence. Of course, Salinger's 1940's New York colloquial style feels outdated. How can it not be? Referring to David Copperfield in a first sentence of a novel in 2010 would be preposterous because no one is reading David Copperfield anymore. Perhaps Salinger thought Copperfield was timeless. He was wrong. But that's a minor detail. The greatness of this first sentence is that it pulls you in, and immediately starts to push you away again: love me and fuck off. Something like that. Like a teenager would. Or like anyone would, anywhere, in the beginning of a relationship like the one a writer is trying to establish with a reader. That's the thing. That kills me.

The New York Times critic didn't like 'Catcher' when it came out, tried to satirize it even, with miserable result.

maandag 1 februari 2010

Mannendag


Nog ben ik niet over de drempel van Mail & Female of een sympathiek ogende vijftiger stapt op mij af. Ik duik snel weg achter de rekken met dildo's, maar daar is hij alweer, met uitgestoken hand nu, er valt niet meer aan hem te ontkomen. Goedendag, ik wil u graag welkom heten op onze mannendag, zegt hij. Vandaag willen wij in de winkel speciaal onze aandacht richten op de behoeften van mannen. Houdt u van porno? Is de paus katholiek? riposteer ik. Mooi, loopt u maar even met me mee. De sympathiek ogende man trekt wat porno uit de kast die hem bijzonder heeft getroffen. Dat is allemaal leuk en aardig, onderbreek ik hem, maar ik kom voor een zweep. Dan, zegt hij, moet u bij mijn collega zijn. Hij haalt zijn collega erbij, die mij een staaf toont met aan het eind een waaier van reepjes leer. Hoe meer reepjes leer en hoe langer de reepjes, hoe groter het effect. Zoiets begrijp ik. Maar ik had iets als een paardrijzweep in gedachte. Die heeft hij ook. Uiteindelijk kies ik voor een zwarte leren zweep ter grootte van een vliegenmepper met een handje aan het eind, genaamd Conductor. Als ik wil afrekenen vraagt een man met een modieus baardje mijn aandacht voor de Cobra, een door hem ontworpen zilveren cockring. Hij legt uit dat je hele setje (zijn woorden) door de ring gaat, een uitsteeksel aan de onderzijde je perineum prikkelt en aldus zorgt voor een dieper orgasme. Ik zeg dat mijn orgasmes me voorlopig diep genoeg zijn, en vraag aan de feestelijk geklede cassière of de zweep kan worden ingepakt. Het is een cadeautje. Thuis plak ik een stikker over het logo van Mail & Female, om de inhoud niet meteen weg te geven. Een sticker van Blokker. Ik beleef aan dit alles behoorlijk wat voorpret, maar bij de jarige kan er geen lachje af.

Shunga van Terazaki Kogyo (1866-1919). Toen kon men kennelijk nog zonder zweep.