Deel 16: Er zitten geen vetvlekken in mijn vaatdoek.



'Laten we er een spel van maken,' zegt de ringbaard, als Mr. Guchigästli achter de plexiglas vleugel heeft plaatsgenomen en begonnen is aan een reeks melancholieke Russische kinderliedjes, waar hij, naar eigen zeggen, altijd een zwak voor heeft gehad. 'Hier zijn de regels: om de beurt gaat een van ons geblinddoekt naar de keuken en moet daar binnen één minuut gebruikmakend van zijn overgebleven zintuigen een martelwerktuig uitkiezen. Dat levert drie martelwerktuigen op – Mr. Guchigästli doet niet mee, want zijn muzikale bijdrage is op dit moment veel te waardevol, en Eternité evenmin, want dat zou haar een loyaliteitsconflict kunnen opleveren. Het is nooit goed je cliënt al te veel te martelen, har-har.' De kale met het sikje lacht niet mee, dit verontrust me. 'De werktuigen,' vervolgt de ringbaard, 'leggen we netjes op tafel voor een geblinddoekte Herr Oleander, die binnen één minuut moet kiezen. Zo is er voor hem ook nog wat aan.' De kale die aan zijn snorpunten draait, steekt zijn hand op: 'Mr. Dunkelmann, waar halen we zoveel blinddoeken vandaan?' 'Dit lijkt me een uitdaging voor Eternité. Ik zou zeggen vaatdoeken, maar dan wel schone, want ik vind niets zo onsmakelijk als een vaatdoek vol vetvlekken in mijn gezicht, har-har.' Eternité verdwijnt naar de keuken en keert terug met een stapel rood-witgeblokte vaatdoeken en blinddoekt me. Er zitten geen vetvlekken in mijn vaatdoek. Ik raak opgewonden, maar die weg wil ik niet inslaan. Het is voor mijn eigen bestwil om een andere weg in te slaan, bijvoorbeeld die van de tactische zelfverdediging. Ik probeer me te concentreren op het keukengerei dat ik zou kunnen verwachten, alsmede  de bijbehorende martelingen, maar ik word afgeleid door associaties bij de naam Dunkelmann, en Guchigästli's gevoelige interpretatie van het liedje 'Roodborstje'.

The Blindfold (2006). Steven Kenny.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten