vrijdag 18 september 2009

Het absolute minimum



Mijn uitgever heeft zijn boekpresentaties teruggebracht tot een borrel bij De Zwart. Bij aankomst tref ik mijn redacteur aan, die buiten, op de hoek van de Herman Broodsteeg, filtersigaretten staat te roken. Goed dat je er bent, zegt hij. Ik was even bang dat ik alleen met de auteur zou zijn. Bij een boekpresentatie moet in elk geval de auteur, en liefst ook de redacteur aanwezig zijn, maar dat is dan ook het absolute minimum. De auteur zit binnen met een handvol schrijvers aan tafel. Voor hem ligt zijn nieuwe boek, zijn tweede. Ik zeg niets, omdat ik benieuwd ben waar het gesprek over zal gaan als ik het geen richting geef. Nou, hoeveel worden er hiervan verkocht? vraagt de Irakese dichter naast de auteur uitdagend aan mijn redacteur, ongeduldig tikkend op het omslag. Duizend of twintigduizend? Nou? De redacteur is enigszins in verlegenheid gebracht. Als de Irakese dichter blijft aandringen zegt hij zachtjes: ik denk niet twintigduizend, maar het is wel een goed boek hoor. Spannend. Thriller of filosofische thriller? Filosofische thriller. Nu zegt de auteur: misschien is de eerste zin te intellectueel. Ik ga met de redacteur terug naar buiten, naar de Herman Broodsteeg, filtersigaretten roken. Vroeger rookte mijn redacteur twee pakjes. Zijn doel is nu een pakje per dag. Je ziet er goed uit, zeg ik, en dat is ook zo. Sommige mensen vinden dat ik op Brood lijk, zegt hij. Dit is een compliment, zeg ik. Behalve toen hij een junk was, riposteert hij. Een schrijfster komt bij ons staan. Ze wil ook roken. Mijn redacteur deelt sigaretten uit. Iemand moet de dealer zijn. Er wordt wat afge-oudehoerd, zoals dat gebruikelijk is op boekpresentaties. Ik wist niet dat het hier zo goed mensen kijken is, zeg ik tegen mijn redacteur, wijzend op het volk dat voorbijtrekt op het Spui. Hij knikt. Het Spui is een uitstekende plek om mensen te kijken. Je kunt hier 's avonds in je eentje op het terras gaan zitten, of binnen achter het raam, en dan gewoon een beetje staren. Daar word je gelukkig van. Ik neem me voor dat in de nabije toekomst eens te gaan doen.

Het is onmogelijk om Joh. van Dam, gerenommeerd eetschrijver te Amsterdam, niet tegen te komen op het Spui (hier gefotografeerd door Schlijper). Gisteren flaneerde hij van De Zwart naar huis, pakweg 40 meter, waar hij een kwartier over deed. Ik dorst hem niet te vragen of hij al nagedacht heeft over mijn culinaire uitdaging, want je moet mensen ook met rust kunnen laten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen