
In september 1906 deed het Nederlandse leger de zoveelste verwoede poging om het recalcitrante Bali te bedwingen. Een troepenmacht onder leiding van kolonel Rost van Tonningen (schoonvader van Florrie) arriveerde bij het paleis in Badung, het huidige Den Pasar. Wat deed de radja van Badung? Hij kwam naar buiten met zijn gevolg en liet zich door zijn priester een kris door het hart steken. De rest van het gezelschap pleegde eveneens zelfmoord, al dan niet met de hulp van anderen. Vrouwen en kinderen gooiden voordat ook zij stierven sierraden naar de soldaten, die in schrik op de menigte schoten en nadat het bloedbad was aangericht overgingen tot het leeghalen van het paleis en het beroven van de doden (zie foto).
De zogeheten Puputan Bandung is een episode uit de koloniale geschiedenis die mij als Hollandse toerist anno 2007 niet wordt ingewreven, sterker nog, ik moet moeite doen om er iets over te weten te komen. Overigens worden de talrijke Japanse toeristen alhier ook niet lastiggevallen over de Japanse bezetting van Bali. Een student zegt desgevraagd: "Waarom je druk maken over iets dat zo lang geleden is? Wij moeten ons concentreren op het nu, en op de toekomst, en niet op het verleden."
Ik vraag hem of de Balinezen geen wraakgevoelens kennen, of dan toch leedvermaak? Het antwoord luidt neen. Jaloezie misschien? Nope. Je bent blij met wat je hebt. Frustratie dan toch? Als ze thuiskomen na een daglang glimlachen naar toeristen in de tropische hitte, moeten ze niet even tegen een boksbal rammen? Neen. Ze nemen het leven zoals het is, en proberen er het beste van te maken. Noem het naief. Of juist wijs. Of goddelijk onverschillig.
"Balinism is not a systemized philosophy or theology but an artistically stylized way of life,"schreef Willard A. Hanna in het ietwat gedateerde maar toch goed leesbare Bali Chronicles. Met dat artistieke bedoelde hij dat alle Balinezen naast hun broodwinning ook nog kunsten en ambachten uitoefenen waarin ze hun ei kwijtkunnen. Ze streven naar eenheid en harmonie met elkaar en met de natuur. De Balinese versie van het hindoeisme is vooral gericht op de goden offeren, en positief denken. Ze hoeven niet naar de tempel, ze hebben een tempel in huis. Balinezen zijn ongelooflijke positivo's. Maar hoe kun je positivo worden als je op een vuile betonnen vloer wordt geboren en opgroeit temidden van het rottend fruit, schurftige honden en uitlaatgassen?
"In contravention of much modern theory of child care, he (i.e. de Balinees) is not only overindulged by his doting parents but he responds by being affectionate, obedient reespectful and non quarrelsome, conspicuously eager to understudy his elders in any labor and to care for and teach any younger child," aldus Hanna.
Het balinisme als medicijn tegen hufterigheid. Hm. Very interesting indeed.
Ik bleek er gisteren trouwens niet zover naast te zitten met mijn schatting van het gemiddelde inkomen van een luxe-hotelmedewerker: 100 dollar basissalaris plus 300 dollar tipgeld per maand. De grote luxe-hotelketens zijn in handen van Chinese Indonesiers uit Jakarta, weet iemand mij hier te vertellen, en die zijn wel zo slim om het Balinese personeel niet toe te staan zich te organiseren in een vakbond. "The Balinese are very simple people. They never complain." Klagen zit niet in hun bloed. Het is kin omhoog en recht vooruit, of, als de situatie toch hopeloos is, onmiddellijk alles opgeven.

Geen opmerkingen:
Een reactie plaatsen